
Frederick Joseph
Patriarchy Blues: Reflections on Manhood
New York: Harper Perennial, 2022. 254 p.
In Patriarchy Blues: Reflections on Manhood bundelt Frederick Joseph essays, gedichten en persoonlijke reflecties die hij verbindt met structurele analyses, die samen een persoonlijk politiek portret vormen van een zwarte cis heteroman met een chronische ziekte die opgroeit in een gezin zonder vader. Hij onderzoekt hoe hijzelf en jongens en mannen in het algemeen verstrikt raken in het patriarchaat, en bespreekt de impact, hun rol in het bestendigen én hun verantwoordelijkheid om het tij te keren.
Joseph slaagt erin om vanuit persoonlijke ervaringen en reflecties verschillende feministische thema’s aan te kaarten, zoals sekswerk, seksueel misbruik, patriarchaal geweld en politiegeweld. De structurele analyse is aanwezig, maar mist soms diepgang, waardoor het minder vernieuwend is voor wie al vertrouwd is met deze thema’s. Het boek is wel een uitgestoken hand naar jongens, mannen en iedereen met interesse in hun geleefde ervaring en verantwoordelijkheid.
Joseph keert vaak terug naar herinneringen uit zijn jeugd, waarin de fundamenten van zijn mannelijkheid worden gelegd. Hij beschrijft hoe jongens al vroeg leren wat er van hen verwacht wordt: sterk zijn, niet huilen, onafhankelijk en kostwinner moeten zijn. Daarmee leren ze wat conform is aan ideeën over mannelijkheid en ontleren ze wat daar niet in past. In Josephs geval betekende dat het aanleren van boosheid en geweld en het ontleren van zijn liefde voor musicals. Hij waarschuwt voor de normalisatie van geweld als giftig copingmechanisme voor emoties zoals jaloezie, onzekerheid, eenzaamheid en angst. Voor zwarte jongens fungeert geweld volgens hem ook als bescherming in een wit-suprematische wereld die geweld tegen zwarte mannen normaliseert.
Joseph getuigt over het grote verlies van een vriend die vermoord werd, en hoe hij enkel woede en wraak voelde. De reactie van de moeder van zijn vriend is hem bijgebleven: ‘A bunch of angry boys who don’t know how to cry are the reason my son is dead. More anger and violence won’t bring him back. Cry for my son, you both deserve it. Let it out'. Dit had een grote impact op hem, waarbij hij voor het eerst opnieuw weent: om zijn vriend, zijn afwezige vader en om de moeilijkheid om te wenen.
Hij blikt terug op zijn opgroeien en de rol van populaire cultuur en kijkt ook de rol van sociale media in hedendaagse mannelijkheid: het patriarchaat leeft in algoritmes, memes, influencers. Het systeem is niet verouderd, het is geüpdatet. “If patriarchy is hell,” zegt hij scherp, “social media is the express train there.” (p. 46)
Josephs opgroeien in een gezin met een alleenstaande moeder en een afwezige vader laat een diepe indruk op hem na. Doorheen het boek loopt een duidelijke lijn van intergenerationele impact van mannen in zijn leven - vaders, ooms, grootvaders - die afwezig of gebrekkige rolmodellen waren.
Ondanks deze relaties toont hij begrip, mildheid en vergeving ten aanzien van deze mannen. Hij beschrijft hoe ook zij slachtoffer zijn van de druk van het patriarchaat en witte suprematie. Daarnaast is het boek ook een ode aan mannen die wél een voorbeeldrol speelden in zijn leven, waaronder zijn theaterleerkracht mr. Zawel en acteur Chadwick Boseman.
In een essay in het boek getiteld ‘I come apart’ schrijft Joseph over het seksueel misbruik dat hij meemaakte als achtjarige jongen door een vrouw van vijftig die zijn oppas was. Hij beschrijft de traumatische impact op zijn persoonlijk leven en relaties. Tegelijk problematiseert hij de hyperseksualisering, fetishisering en adultificering van zwarte kinderen waardoor seksueel misbruik en verkrachting onvoldoende worden erkend en foutief als ‘seksuele ervaring’ worden bestempeld. Hij blikt terug op hoe deze ideeën verborgen zaten in de reacties van zijn beste vrienden toen hij na lang zwijgen eindelijk zijn ervaring met hen deelde.
Joseph is zich erg bewust van zijn maatschappelijke positie en hoe die zijn realiteit vormgeeft. Josephs man-zijn is volgens hem onlosmakelijk verbonden met zijn zwart-zijn, zijn economische positie, zijn lichaam. Hij erkent dat hij geprivilegieerd én onderdrukt wordt.
De rode draad door het boek is dan ook kritiek op en verzet tegen samenhangende onderdrukkende systemen zoals het patriarchaat, witte suprematie en kapitalisme. Vanuit deze systeemkritiek bekritiseert hij ook gender reveal parties, genitale verminking van interseke personen, trans- en homofobie, patriarchale invullingen van religies, verkrachtingscultuur, misogynoir geweld en de criminalisering van sekswerk. Hij laat zien hoe het patriarchaat iedereen beïnvloedt, ongeacht hun positie. Het is een confronterende gedachte: niemand staat volgens hem buiten deze systemen. Zelfs wie ertegen strijdt, ademt het in. Hij verbindt deze bewustwording aan verantwoordelijkheid.
Hij bekritiseert groepen die volgens hem een vorm van onderdrukking aanklagen, maar tegelijk andere vormen bestendigen: van hoteps en ‘black-bourgeoisie’ tot zwarte mannen die het patriarchaat en witte vrouwen die witte suprematie in stand houden: ze hebben een beperkte blik op bevrijding die focust op eigen onderdrukking en daardoor anderen schaadt.
Kortom: Joseph pleit voor systemische verandering op het kruispunt van deze systemen, met verantwoordelijkheid en solidariteit van wie ze mee creëert of in stand houdt. Joseph verbindt persoonlijke bevrijding met maatschappelijke verandering en maakt duidelijk dat bevrijding pas mogelijk is als ze collectief is.
Frederick Joseph biedt geen pasklare antwoorden, maar zijn boek ademt eerlijkheid en verandering. Wat dit boek zo krachtig maakt, is dat Joseph nooit schrijft vanuit afstand, maar vanuit betrokkenheid. Hij toont dat de strijd tegen het patriarchaat geen strijd van “mannen tegen vrouwen” is, maar een zoektocht naar een menselijkheid waarin we allemaal vrij kunnen zijn. Hij eindigt met een hoopvol beeld, waarin hij een toekomst zonder patriarchaat verbeeldt.