too fat too slutty too loudAnne Helen Petersen

Too fat, too slutty, too loud: The rise and reign of the unruly woman
Londen: Simon & Schuster, 2017, 266p.

populaire cultuur/vrouwbeelden

RoSa-exemplaarnummer: FIa/0498

 

Wat hebben Serena Williams, Madonna en Kim Kardashian gemeen met elkaar? Deze vraag leidt niet naar een flauwe Amerikaanse grap, maar is wel de centrale onderzoeksvraag van Anne Helen Petersen’s boek Too fat, too slutty, too loud: The rise and reign of the unruly woman – met tien essays over bekende vrouwen die niet zouden passen binnen de hokjes van de samenleving. Maar is rapper Nicki Minaj echt ‘te sletterig’, actrice Melissa McCarthey echt ‘te dik’ en Hillary Clinton echt ‘te schel’?

“These unruly women are so magnetic; but that magneticism is countered, at every point, by ideologies that train both men and women to distance themselves from those behaviours in our own lives.” (p.xxii, voorwoord)

Waarom krijgen deze vrouwen zoveel bagger over zich heen? Auteur Anne Helen Petersen, zelf zogenaamd unruly, omdat ze tegen Amerikaanse normen in op haar 36ste ongehuwd blijft en voor een carrière kiest, hoopt dat iedereen die haar boek leest zich vragen stelt bij de ‘ongehoorzaamheid’ van de tien bekende vrouwen en de commentaar die vrouwen in het algemeen dagelijks krijgen op hun vrouw-zijn. De regels maken de vrouw. Maar waarom mag de vrouw niet haar eigen regels bepalen?

Ongehoorzaam?

Neem tennisster Serena Williams, ze krijgt het verwijt dat ze ‘te sterk’ overkomt met haar persoonlijkheid, in haar kledingkeuze en sport, dat ze niet past binnen het beeld van de gemiddelde ‘witte’ tennisvrouw. Toch zit ze niet verlegen om een opvallende flashy outfit die haar spieren accentueert en uit ze verbaal haar ongenoegen als ze een punt verliest. “De vrouwelijke outfits van de eerste professionele vrouwelijke tennisspelers met t-shirts met korte mouwen die hun spieren bedekten verhulden hun kracht, maakten hun aanwezigheid op de court meer aanvaardbaar en minder bedreigend voor mannelijke collega’s,” schrijft Petersen in het hoofdstuk ‘Too Strong’ over Serena Williams. Maar Williams overschrijdt volgens de publieke opinie de grens van het aanvaardbare en het vrouwelijke, waardoor ze ‘te mannelijk’ en ‘te sterk’ wordt bestempeld. Petersen: “Tennis is niet veranderd: sport is niet veranderd; de manier waarop we over vrouwen praten is niet veranderd. Maar door haar aanwezigheid, haar unruliness, haar uitmuntendheid, heeft Serena alles veranderd.” Serena weigert zichzelf te zien als een agressieve vrouw die haar plek heeft opgeëist in de sportwereld, en het idee dat ze te sterk zou zijn. En daarmee maakt ze pijnlijk duidelijk hoe abnormaal Serena zogezegd voor de samenleving is, terwijl ze altijd haar zelf is gebleven.

Zelfobjectivering

Ook de Amerikaanse rapster Nicki Minaj wordt ervan beschuldigd dat ze ingaat tegen de codes van vrouwelijkheid, dat te procoverend is en vooral ‘Too slutty’. Minaj kwam in een mediastorm terecht nadat ze in juni 2014 de foto van haar nieuwe single cover postte op Instagram. Op de foto zit ze in squatpositie met een string, beha en hoge top aan terwijl ze over haar schouder kijkt. De sticker ‘Parental advisory: Explicit cover’ rechtsvanonder op de foto is de voorbode op de kritiek die ze later zal krijgen als slecht voorbeeld voor meisjes en vrouwen. Dat Nicki Minaj haar billen aan de wereld toont lijkt misschien vrouwonvriendelijk, maar volgens Petersen bewijst de rapster er eigenlijk mee dat ze de objectivering van haar lichaam in eigen handen neemt. Ze verzet zich tegen het voorgelegde script in Hollywood met het slanke schoonheidsideaal, stapt weg van de portrettering van schaars geklede zwarte vrouwen door mannelijke rappers/producers in videoclips en neemt het heft in eigen handen door te laten zien dat vrouwen hun seksualiteit niet moeten onderdrukken en trots mogen zijn op hun eigen lichaam, met of zonder welgevormde billen.

For centuries white men have largely controlled the way black women’s bodies have been represented in both culture and civil society, whether in painting, sketches, sculpture, lyrics, photography, or film. Black bodies were figured as more ‘earthy’, more animal, more primal, more sexual. Within this paradigm, the only way for a black woman to excel was to embody the very understanding that’s been mapped on her, regardless of its veracity. […] Nicki Minaj has something that’s long been inaccessible for female celebrities, and black ones in particular: total control.” (p.75-76+93)

Onopzettelijk ongehoorzaam

Petersen toont ook aan hoe vrouwen die onopzettelijk buiten de lijntjes kleuren al ongehoorzaam worden bestempeld. Daarmee zorgt dit boek voor een brede kijk op wat ‘unruliness’, ongehoorzaamheid vandaag betekent. Kim Kardashian (‘Too pregnant’) bijvoorbeeld. Toen de realityster zwanger werd lapte ze alle zwangerschapsregels aan haar laars. Ze verhulde haar lichaam niet in vormeloze kleding, maar bleef trouw aan haar kledingstijl met strakke jurken en hoge hakken. Ongepast volgens de media. Ook haar opmerkingen over hoe vervelend haar zwangerschap was in haar show ‘Keeping Up With The Kardashians’ was ‘unruly’. Sterk voorbeeld van Petersen om te bewijzen dat iemand als Kim Kardashian die perfectie nastreeft helemaal niet perfect lijkt te zijn. Dat ongehoorzaam zijn ook grensverleggend kan zijn, want als een van de mooiste en rijkste vrouwen ter wereld geen perfecte zwangerschap heeft, wordt het tijd om na te denken wat ‘perfectie’ inhoudt.  

Betreden van de ‘mannelijke’ publieke ruimte

In het geval van Melissa McCarthey (‘Too fat’) wordt haar ongehoorzaamheid getolereerd. De Amerikaanse actrice beantwoordt niet aan het typische beeld van een Hollywoodactrice. Met haar maatje meer is ze al een ongehoorzame vrouw, maar wel een coole ongehoorzame vrouw omdat ze zichzelf niet opdringt in de publieke ruimte. McCarthey krijgt niet de grootste rollen, ze wordt geapprecieerd voor haar humor en ontwerpt een kledinglijn voor vrouwen voor alle maten. 

Dit in tegenstelling tot Hillary Clinton (‘Too shrill’). Haar gooi naar het presidentschap in 2008 en 2016 maakte pijnlijk duidelijk hoe moeilijk het voor vrouwen vandaag nog is als ze te zo ‘opdringerig’ zijn in de publieke ruimte. Ze kreeg bakken kritiek over zich heen. Ze was te assertief, te luid en te dominant. Dit zijn eigenschappen die worden toegekend aan mannen en vaak hoger worden ingeschat dan eigenschappen die aan vrouwen worden toegekend. Wanneer een vrouw te veel van deze ‘mannelijke eigenschappen’ vertoont, wordt dit vaak als iets negatief bestempeld. Bij mannen worden deze eigenschappen dan net weer geapprecieerd.  Het waren niet alleen conservatieve mannen die zich tegen Clinton keerden, ook vrouwen pakten haar hard aan en stemden liever op een onbekwame man als Trump dan op een vrouw die ‘te schel’ was. De verkiezingsuitslag maakte wederom duidelijk dat er grenzen zijn die je als vrouw best niet dient te overschrijden.

En de mannen?

Petersen schrijft een helder en pakkend betoog om aan te tonen dat vrouwelijkheid een schipperen lijkt tussen te veel en te weinig. Maar ook mannen gaan gebukt onder genderstereotypen. Even goed worden mannen op de vingers getikt als ze te lief, te emotioneel, te gehoorzaam of te dik zijn. Eigenschappen die meestal als eerder vrouwelijk worden gezien. En daar besteedt Petersen in dit boek jammer genoeg geen aandacht aan.

Toejuichen van 'unruly women'

Los van dit laatste minpuntje is dit boek een aanrader voor iedereen die beroemdheden vanuit een andere invalshoek wil bekijken. Het boek biedt stof tot nadenken over wat vrouwelijkheid inhoudt en waarom vrouwen hard worden aangepakt als ze de grens van het sociaal aanvaardbare overschrijden en de publieke ruimte betreden. De publieke ruimte is al lang niet meer alleen voorbestemd voor mannen, vrouwen worden er nu ook getolereerd, maar helaas nog niet aanvaard. Petersen eindigt met een positieve noot:

“Unruly women hebben altijd deel uitgemaakt van de geschiedenis en van dit boek. En dat moet worden toegejuicht, in de hoop dat vrouwen ooit hun eigen regels mogen bepalen.” (p.234)