9789492934086 20180411 frontcover

Is bont en blauw een mannenkleur? Man-zijn in tijden van grensoverschrijdend gedrag.

Van Der Heyden Katrien

Antwerpen: Witsand, 2018. 160 p.
Binnenkort uit te lenen in de RoSa-bibliotheek.
 

Ook mannen slachtoffer van seksisme

In het boek 'Is bont en blauw een mannenkleur?' legt socioloog en genderexperte Katrien Van der Heyden bloot hoezeer de samenleving verantwoordelijk is voor het in stand houden van m/v-stereotypen en toxische mannelijkheid als gevolg ervan.

"Het zijn slechts symbolen. En toch, ze worden nog voor je geboren bent op je identiteit geplakt en je krijgt ze er niet meer afgeweekt, hoe vaak je je culturele bad ook probeert te verversen. Culturen lopen diep, ze laten sporen na tot in de wortels van je ziel, bepalen je blik op de wereld, kleuren je verlangen en verwachtingen en kneden je talenten." (p.14)

In de strijd voor gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen wordt seksisme vaak gezien als een probleem enkel voor vrouwen. Niettegenstaande veel vrouwen op straat, op het werk of in hun privéleven het slachtoffer kunnen worden van seksisme, ondervinden ook mannen er nadelige gevolgen van. En dat begint al van jongs af aan. Jongens die graag spelen met typisch - vaak roze - meisjesspeelgoed worden daar sneller voor op de vingers getikt dan meisjes die interesse tonen in blauw jongensspeelgoed. Jongens en mannen die 'vrouwelijke' eigenschappen vertonen, zoals emotioneel, zorgend en gevoelig zijn, worden vaker niet serieus genomen. Of mannen die hun vaderschaps- of ouderschapsverlof willen opnemen, kunnen geconfronteerd worden met pesterijen door collega's, een promotie ontzegd worden of zelfs ontslagen worden. Mannen worden in het algemeen gezien als daders van geweld - zeker in het #MeToo-tijdperk -, terwijl ze ook slachtoffers van ongewenst seksueel gedrag en huiselijk geweld kunnen zijn. Maar ze komen daar minder voor uit. Het taboe bij mannelijke slachtoffers is immers groot, nog groter dan bij vrouwelijke slachtoffers. Daardoor zoeken mannen minder snel hulp.

Het leegmaken van de genderpot

En het is precies omwille van deze en andere 'vanzelfsprekende' stereotypen dat Katrien Van der Heyden 'mannelijkheid' onder de loep neemt. In Is bont en blauw een mannenkleur? bestudeert ze hoe vooroordelen over mannelijkheid structureel negatief inwerken op mannenlevens en kan leiden tot 'toxische mannelijkheid'. Na jaren van onderzoek, ontmoetingen, mannengroepen en vormingen brengt Van der Heyden haar praktijkverhalen samen in dit boek. Ze werpt licht op het natuur-versus-cultuur-debat en tackelt de mythe dat mannen voorbestemd zijn voor een carrière en vrouwen voor de haard. Maar even goed gaat het over het verstikkende clichébeeld van de machoman. Wat volgt is een helder en vurig betoog. Katrien Van der Heyden neemt geen blad voor de mond en draait niet rond de pot, maar pleit voor het leegmaken van de genderpot.

Wegstappen van genderstereotypen

In het eerste deel van het boek maakt Van der Heyden komaf met het beeld dat mannen van Mars komen en vrouwen van Venus. De enige verschillen tussen vrouwen en mannen zijn beperkt tot de voortplanting, de andere verschillen zijn cultureel bepaald. Dat testosteron verantwoordelijk is voor het agressieve gedrag van mannen haalt Van der Heyden onderuit. Een veel betere indicator daarvoor is de omgeving - het gezin, de gemeenschap en de samenleving - waarin 'agressieve' jongens opgroeien. Indien ze bijvoorbeeld als kind al vaak getuige of slachtoffer waren van geweld, is de kans veel groter dat ze zelf ook gewelddadig zullen zijn als volwassene. 

"Toch blijft testosteron belangrijk. Er bestaat namelijk wel een verband tussen testosteronproductie en het mannelijke vermogen om zich voort te planten, maar niet met het vermogen om elkaar de schedel in te slaan. Bovendien komt de productie van het hormoon pas op gang in de puberteit, dus beweren dat een zoon van vijf jaar een wilde bengel is omwillen van al zijn testosteron, is de bal tien jaar misslaan." (p.21)

Ook genderstereotypen in de opvoeding en het onderwijs zijn hardnekkig. Waarom gaan we er automatisch van uit dat jongens die graag met poppen spelen homoseksuelen zijn? En niet dat ze zorgende en empathische competenties kunnen ontwikkelen als ze met poppen spelen? Ook geloven in andere leermethodes voor meisjes en jongens, ondermijnt de idee dat elk kind uniek is en een eigen aanpak nodig heeft. Seksegesegregeerd onderwijs is dan ook nefast en kan hypermannelijkheid en toxische mannelijkheid stimuleren. Er is immers gewezen op de hoge frequentie van geweld en pestgedrag in jongensscholen. Jongens leren zich af te sluiten van hun emoties - omdat ze zogezegd zwak zijn als ze zich kwetsbaar opstellen - en zien andere jongens niet als vriend waar ze bij terecht kunnen maar eerder als concurrent. 

Diversiteit op de werkvloer moet ook gegarandeerd worden. "Een seksegesegregeerde werkvloer heeft immers ook het risico om doorgedreven genderstereotiep te worden: macho-mannelijk of juist zijdezacht-vrouwelijk."

Toxische mannelijkheid en genderstereotiepe werkvloer

Door vast te houden aan genderstereotypen, duwen we jongen en meisjes; en vrouwen en mannen niet alleen in bepaalde hokjes, maar stimuleren we ook doorgedreven vormen van vrouwelijkheid en mannelijkheid. Die doorgedreven vormen van mannelijkheid leiden volgens Van der Heyden tot 'toxische mannelijkheid', waar ze dieper op ingaat in het tweede deel van het boek. "Onze cultuur heeft de vreemde overtuiging ontwikkeld dat huilen niet past bij mannelijkheid. Agressie en woede wel. Mannen worden verondersteld sterk te zijn en dat sluit huilen uit. Omgekeerd mogen vrouwen hun verdriet laten zien, terwijl agressie en woede bij hen veel meer een taboe blijven." Jongens leren dus van jongs af een masker op te zetten en dat kan desastreuze gevolgen hebben: mannen zijn geen slachtoffers maar wel daders, heteroseksuele mannen kunnen hypermannelijk doen om te bewijzen dat ze niet homoseksueel zijn en hun besef kan verdwijnen rond geaccepteerd en grensoverschrijdend gedrag in een seksuele relatie.

Van Der Heyden roept op om mannelijkheid vanuit een andere kant te belichten. Mannen zijn niet alleen vaker dader, maar ze zijn ook vaker slachtoffer van geweld als we kijken naar de totaliteit van gewelddelicten in onze samenleving. Ze herinnert de lezer er terecht aan dat "mannen de klappen uitdelen én ook de klappen incasseren." Van der Heyden werpt op die manier een heel genuanceerde blik op het debat rond gendergerelateerd geweld.

Privilege

Naast vervreemding en geweld is privilege een ingrediënt van toxische mannelijkheid. In tegenstelling tot discriminatie zijn privileges onzichtbaar omdat ze op den duur als vanzelfsprekend worden beschouwd: manspreading (benen open zodat je twee plekken inneemt), mansplaining (onnodig iets uitleggen aan een vrouw omdat ze te dom zou zijn om het te weten) en hepeaten (ideeën van vrouwen pikken tijdens een vergadering). Ook macht is een ingrediënt van toxische mannelijkheid. Er bestaat geen 'bro code' tussen mannen aan de top, maar eerder een 'power code', alfamannetjes die elkaar beconcurreren en de hoogste positie willen innemen. Alfamannetjes die ook gesteund kunnen worden door 'toxisch mannelijke vrouwen' die hun solidariteit betuigen met hen.

Uiteindelijk ziet Katrien Van der Heyden één oplossing om 'toxische mannelijkheid' te bestrijden: een bondgenootschap tussen vrouwen en mannen met aandacht voor hechting, zorg en verantwoordelijkheid. We moeten met elkaar praten om problematieken te benoemen, te erkennen en op te lossen. Wegstappen van het eenzijdige perspectief rond 'daders' en 'slachtoffers' en concentreren op de omstanders, de onzichtbare meerderheid: de ouders die zonen zorgende competenties meegeven, de leerkrachten die kiezen voor een unieke aanpak voor elke leerling en collega's die voor elkaar opkomen zonder dat iemand zich aangevallen of bedreigd voelt. 

Is bont en blauw een mannenkleur? is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de maatschappelijke discussies rond genderstereotypering, mannelijkheid en macht. Zowel voor beginners als genderexperten biedt het boek stof tot nadenken. Alle actoren van de samenleving moeten samenwerken om genderstereotypen in vraag te stellen en te doorbreken. Alleen op deze manier kunnen we erkennen dat blauw ook maar een kleur is.

"Mijn opzet is geslaagd als dit een dialoog op gang trekt, ogen opent, vaders en moeders aanzet om het anders te doen met hun jongens, mannen de kracht geeft om open te bloeien. En wie weet maakt het jou als man of mannen om je heen een stukje heler..." (p.11)