pid 22064Live and Die Like a Man: Gender Dynamics in Urban Egypt
Farha Ghannam
Stanford, CA: Stanford University Press, 2013. 222 p. 

Dit boek zal weldra beschikbaar zijn in de RoSa-bibliotheek.

 

 

 

Loes Debuysere is onze externe recensent voor deze editie van Uitgelezen. Loes is onderzoeker aan het departement Conflict- en Ontwikkelingsstudies van de UGent, waar ze een doctoraat schreef over genderpolitiek in tijden van de Tunesische revolutie. Ze zet zich in voor een feministische universiteit die de huidige superdiverse maatschappij reflecteert en organiseerde onder meer een UGent Women's Strike op internationale vrouwendag. 

"Jazeker, wij zijn een progressieve partij… De vrouwenkwestie staat centraal… Oh wacht, daar is mijn vrouwelijke collega, misschien moet je met haar babbelen."

Dit waren de woorden van een mannelijke progressieve politicus in Tunesië, toen ik hem vroeg naar de rol van vrouwen binnen zijn politieke partij. Een redelijk standaard respons, wanneer ik mannen vroeg naar hun mening omtrent de politieke participatie van vrouwen: ze maakten zich zo snel mogelijk uit de voeten.

Mijn doctoraat focuste op hoe vrouwenbewegingen in Tunesië zich organiseren in tijden van revolutie. Na de val van president Zine El Abidine Ben Ali doorzwom Tunesië woelige jaren van protest, democratisering en terreur, die een grote impact hadden op het activisme en de mobilisatie van vrouwen. Hoewel de focus van mijn PhD vrouwenorganisaties waren – en dan vooral hoe vrouwenorganisaties met diverse achtergronden (vrouwengroepen binnen de vakbond, islamitische vrouwenorganisaties, LGBTQ-verenigingen) met elkaar in interactie gaan – bleek gauw dat onderwerpen als politieke participatie, socio-economische gelijkheid of gegenderd geweld niet besproken kunnen worden zonder ook de positie van mannen te begrijpen.

Het was daarom een verademing om het nieuwe werk van Farha Ghannam te lezen, dat specifiek focust op masculiniteit in stedelijk Egypte. Weinig literatuur uit de genderstudies rond het Midden-Oosten en Noord Afrika (MENA) focust op mannelijkheid, alsof mannen geen deel uitmaken van het genderverhaal. Nochtans is gender een uitgesproken ‘relationeel’ begrip. Gender draait rond macht; genderstudies bestuderen daarom de machtsrelaties tussen mannen, vrouwen of andere genderidentiteiten. Genderrollen kunnen nooit geïsoleerd bestudeerd worden, enkel in relatie tot elkaar. Dit erkent Farha Ghannam ook in haar etnografische studie rond mannen uit de volkswijk Al-Zawiya, in Caïro.

Het Arabische lichaam

Ghannam plaatst ‘het lichaam’ centraal in haar studie. Ze wijst op het feit dat daar waar het lichaam een cruciaal discussiepunt is wanneer het om Arabische vrouwen gaat (over-embodiment van vrouwen), dit niet het geval is in het discours rond Arabische mannen (disembodiment van mannen). Het lijkt onmogelijk, bijvoorbeeld, om over Arabische vrouwen te spreken in de media of het publieke debat zonder te verwijzen naar de hoofddoek of vrouwelijke besnijdenis. Bij discussies rond Arabische mannen staat hun lichaam daarentegen een pak minder centraal.

Dit heeft te maken met de link die impliciet gemaakt wordt tussen man-zijn en ratio/redelijkheid/publiek leven. Er is nauwelijks aandacht voor de gevoelens, emoties of lichamelijkheid bij mannen; zaken die wel expliciet met vrouwelijkheid worden geassocieerd.Dit betekent evenwel niet dat mannen zelf geen aandacht besteden aan hun lichaam. Integendeel. Ideeën rond het mannelijke lichaam veranderden de voorbije decennia sterk onder invloed van de toenemende consumptiemaatschappij. Ghannam beschrijft bijvoorbeeld hoe centraal de kapper of de gym vandaag staan in het leven van jonge mannen in Al-Zawiya. Over kapsels schrijft Ghannam het volgende:

"The management of hair is strongly liked to fashion, gender distinction, social conventions, and religious piety. Facial hair in particular may convey several meanings. Untrimmed beards may indicate religiosity, political dissidence, a sense of despair or unhappiness, a state of mourning, or dire economic need." (p.70)

Dit deed me denken aan hoe hoofddoeken gedragen worden in Tunesië (en elders). Een hoofddoek is immers ook niet eenduidig. Ik kwam islamistische vrouwen tegen die de hoofddoek uit politieke overwegingen droegen, maar ook seculiere vrouwen droegen er soms eentje. Sommige plattelandsvrouwen buiten de hoofdstad gingen gesluierd ‘uit gewoonte’ of traditie, terwijl anderen wezen op het (financiële) gemak van ‘niet naar de kapper te moeten gaan’. De ambigue en diverse redenen achter lichamelijke uitingen in de regio, of het nu een baard of een hoofddoek is, ontkrachten vele vooroordelen die in onze Westerse maatschappij leven.

De invloed van vrouwen op mannelijkheid

Een ander element waar Ghannam op wijst, is op de actieve rol die vrouwen spelen in het vormen van mannelijkheid in Egypte. Ze hekelt dat:

"Most studies continue to (…) proceed as if women are not a relevant part of the analysis, and therefore to analyze masculinity by looking only at men and relations among men." (p.87)

Het is niet louter mannen die andere mannen beoordelen op hun man-zijn of op hun conformiteit met de sociale normen. Mannelijkheid is een collectief project. Ook vrouwen in al-Zawiya monitoren het gedrag van de mannen in hun omgeving en grijpen in indien nodig. Ze kunnen bijvoorbeeld in stilte mentale of materiële steun voorzien wanneer een man er niet in slaagt om zijn broodwinnersrol te vervullen. Of door zelf te voldoen aan de sociale vereisten van het vrouw-zijn, laten ze een man zijn man-zijn vervullen.

Dit betekent dat er geen eenzijdig uitoefenen van macht plaatsvindt. Mannen zijn niet altijd diegenen met macht, vrouwen niet altijd de hulpeloze wezens. Mannen zijn niet altijd de actoren, vrouwen niet altijd de passieve subjecten. Vrouwen, vaak moeders en zussen, reproduceren zelf bestaande culturele normen en waarden rond man-zijn:

"In fact, their interventions are often geared toward reestablishing the hierarchical relationships that privilege men over women and that reinforce the dominance of husbands over wives." (p.105)

Mannelijkheid en feminisme

Hoewel vrouwen een rol spelen in het vormgeven van en het in stand houden van (toxische vormen van) mannelijkheid, wil Ghannam geenszins de tekortkomingen van die mannen zelf verdoezelen. Hoe kun je mannelijkheid bestuderen zonder je feministische agenda te verliezen? Hoe kun je mannen humaniseren zonder ze te romantiseren or idealiseren? Dit is één van de cruciale vragen die Ghannam stelt.

Deze vragen zijn des te uitdagender gezien onze Westerse media Arabische mannen doorgaans heel stereotiep afschilderen. Arabische mannen worden voorgesteld als seksueel gefrustreerd, ongedisciplineerd, paternalistisch, meedogenloos. Als tegengif tegen deze xenofobe houding stelt Ghannam voor om steeds het specifieke traject en de concrete ervaringen van mannen te schetsen.

"My ethnography has offered a thick sense of the various social norms that inform masculine trajectories and how they are embodied in daily life. (…) When the media homogenize, stereotype, and stigmatize, I cannot help but think of the many hardworking, sincere and decent men I met in al-Zawiya and other parts of the Middle East." (p.169)

Het gaat erom mannen te zien als zowel subject en object van machtssystemen. Niet zozeer verdoezelen dat ze problematisch gedrag stellen, maar de context van dat gedrag kaderen. In die context wijst Ghannam ook op het belang van socio-economische factoren. Mannelijkheid op zichzelf verklaart niet alles:

"We should not reify men’s actions in a concept of masculinity that then, in a circular argument, becomes the explanation (and the cause) for the behavior." (p.164)

Ze stelt dat het daarom belangrijk is om steeds klasse en gender steeds samen te bestuderen. We moeten ons afvragen hoe de socio-economische positie van mannen verweven is met, en een impact heeft op, hun mannelijkheid en lichaam. Genderongelijkheid en klasse-hiërarchieën worden continu en simultaan gereproduceerd in al-Zawiya.

En zo is de link van Ghannam’s analyse met mijn doctoraat erg duidelijk. Het kruispuntdenken, de analytische lens van mijn PhD rond vrouwen(bewegingen), blijkt evenzeer cruciaal in discussies rond mannen en mannelijkheid. Gender kan immers nooit los van klasse of etniciteit begrepen worden, zoals ook de mannen uit al-Zawiya bewijzen.