Het bespreken van psychische problemen of een opname in de psychiatrie blijft – ondanks onze transparante, open maatschappij – vaak nog een taboe. Toch is het absoluut geen zeldzaamheid dat je in je leven - bij jezelf of bij je naasten - er ooit mee geconfronteerd wordt. Één op vier Belgen krijgt te maken met psychische problemen. Op 10 oktober, Internationale dag van de mentale gezondheid, maken we geestelijke gezondheid bespreekbaar. 

Psychische klachten komen even vaak voor bij mannen als bij vrouwen, maar ze nemen vaak een andere vorm aan. Bepaalde aandoeningen – zoals depressies, angststoornissen en eetstoornissen – komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Bij mannen is dan weer veel vaker sprake van psychische stoornissen die te maken hebben met alcoholgebruik.

We bespreken in dit actuele item zelfmoord en postnatale depressies, aangezien beide minder belicht worden in onze kwestie Geestelijke gezondheid. In deze kwestie kun je meer lezen over andere typische gegenderde ziektebeelden.

Mannen plegen vaker zelfmoord, vrouwen ondernemen meer zelfmoordpogingen

Psychische stoornissen kunnen leiden tot suïcide. Zelfmoord is één van de belangrijkste doodsoorzaken in Vlaanderen, zeker bij mannen boven de 50 jaar. Zorgwekkend vooral als je weet dat het Vlaams suïcidecijfer 1,5 keer hoger ligt dan het EU-gemiddelde. Van alle Vlaamse mannen heeft 1 op de 60 ooit een zelfmoordpoging ondernomen. Dit stijgt als ze de 75 voorbij zijn. Van alle vrouwen deed 1 op de 43 ooit een zelfmoordpoging.

Het aantal zelfmoordpogingen in deze cijfers is gebaseerd op de verslagen van de spoeddiensten waar de slachtoffers na een poging werden opgenomen. Aangezien het over opgenomen patiënten gaat, worden de cijfers ongetwijfeld onderschat. 

sterftecijfers door zelfdoding

Bron: Agentschap zorg & gezondheid

Hoewel er meer mannen sterven door zelfmoord, ondernemen meer vrouwen dan mannen zelfmoordpogingen. In Vlaanderen, bijvoorbeeld, ligt de zelfmoordratio op 24 mannen per 100000 inwoners. Bij vrouwen ligt dat cijfer op 9 per 100.000. De cijfers voor (geregistreerde) suïcidepogingen liggen een pak hoger, en daar zijn de verhoudingen omgekeerd: 132 per 100000 mannen en 183 per 100000 vrouwen. Mannen lijken er over het algemeen vaker een einde aan te willen maken. Alleen bij oudere mannen (+45) is de 'wil om zichzelf schade toe te brengen' (eerder dan het beëindigen van het leven) sterker dan bij vrouwen. Vrouwen zien hun zelfmoordpoging vaker als een noodkreet of een ontsnappingspoging. Dat eerste is vaker het geval bij jonge vrouwen (-30j); dat laatste bij de middengroep (30j-45j).

Eén van de belangrijkste redenen van het hogere aantal zelfdodingen bij mannen is dat we in een maatschappij leven waarin het in te veel kringen nog steeds niet wordt gewaardeerd als mannen hun (negatieve) gevoelens tonen en over hun (negatieve) emoties praten. Het gevolg van dit achterhaalde beeld van mannelijkheid is dat veel meer mannen dan vrouwen hun gevoelens opkroppen, geen hulp zoeken, waardoor ze - vaak onverwacht - zelfmoord plegen. Omdat meer mannen dan vrouwen hun gevoelens niet (durven) uiten, zijn velen geneigd om die gevoelens met behulp van drank en drugs te onderdrukken. Maar dat leidt tot een averechts effect. Alcohol en drugs versterken immers depressieve gevoelen en suïcidaliteit.

Waarom er een verschil is in motieven, is nog gissen. Al bestaan er wel theorieën over. Bij problemen zouden vrouwen veel vroeger in hun 'proces' een zelfmoordpoging ondernemen dan mannen, wat erop kan wijzen dat ze niet echt dood willen, maar eerder een verandering teweeg willen brengen. De zelfmoordpoging is een manier om hun onoverkomelijk probleem te laten zien aan de buitenwereld. Mannen wachten veel vaker tot ze echt geen andere uitweg meer zien dan de dood. Het achterhaalde beeld van de man die zijn gevoelens nog 'liever' opkropt dan ze te uiten, mag hierbij niet onderschat worden. 

Bron: eoswetenschap

Postnatale depressies bij vrouwen, én ook bij mannen

moedersTot 20% van de moeders heeft psychische problemen tijdens de zwangerschap en in het eerste jaar na de geboorte. Zo zouden jaarlijks zo’n 6800 tot 13.000 moeders in Vlaanderen kampen met een postnatale depressie. Dat is een bijzonder hoog aantal dat in alle opzichten de nodige aandacht en zorg verdient. De periode voor en na de bevalling is een levensfase waarin vrouwen een sterk verhoogde kans hebben om psychische problemen te ontwikkelen. Bij 60% van de vrouwen met een postnatale depressie waren de klachten reeds aanwezig voor de zwangerschap (27%) of ontwikkelden die zich tijdens de zwangerschap (33%).

Therapeuten nemen meestal aan dat deze depressie het gevolg is van veranderingen in de hormoonspiegel na de bevalling. Dit is gedeeltelijk waar, maar er zijn nog veel andere factoren die een rol spelen in postnatale depressies. Armoede of (verwachte) financiële zorgen, jonge leeftijd, gebrek aan een sociaal vangnet en het trauma van de bevalling bijvoorbeeld. Daar komt nog eens het overweldigende gevoel van verantwoordelijkheid bij dat nieuwe ouders ervaren. Depressieve moeders voelen zich vaak enorm schuldig tegenover hun baby. Ze zijn bang om veroordeeld te worden door de maatschappij of door hun vrienden en familie. Als gevolg hiervan geven minstens 50% van de vrouwen niet aan dat ze een probleem hebben. Anderen praten er niet over uit angst dat ze zich bij de sociale dienst moeten verantwoorden.

Mannen kunnen ook last hebben van deze symptomen. Het verschil is dat er geen officiële diagnose bestaat voor postnatale depressie bij mannen. Studies uit verschillende landen zoals Brazilië, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninktijk tonen aan dat 4-5% van de vaders zich depressief voelt na de geboorte van hun kind. Andere studies beweren zelfs dat het eerder om 10% van de vaders gaat.

De oorzaak voor deze depressie bij mannen is dezelfde als bij vrouwen. Toch zijn er extra complicaties wanneer mannen last hebben van een postnatale depressie. Over het algemeen zoeken mannen minder snel hulp voor hun mentale problemen. De sociale norm schrijft immers voor dat mannen hun (negatieve) emoties moeten verbergen. Deze verantwoordelijkheid weegt waarschijnlijk nog zwaarder op vaders, omdat ze voor hun gezin willen zorgen of de maatschappelijke druk voelen dat ze dit vooral ook moeten doen. Vooral na de geboorte van hun eerste kind moeten mannen omgaan met veel plotse veranderingen. Het inkomen van het gezin daalt en ook de partnerrelatie verandert. Deze factoren kunnen depressieve gevoelens uitlokken.

Het is dus belangrijk om zowel vaders als moeders te helpen in deze periode. Een postnatale depressie bij de vader kan de ontwikkeling van het kind ook schaden. Mannen zoeken verhoudingsgewijs minder snel hulp dan vrouwen. Daar komt nog eens bij dat therapeuten de mentale problemen van de vader vaak minder serieus nemen dan die van de moeder. We hebben helaas echter meer wetenschappelijk bewijs nodig om aan te tonen dat nieuwe vaders net zo veel hulp 'verdienen' als nieuwe moeders.

Lees ook: Geestelijke gezondheid: typische mannen- en vrouwenziektes

Gendersensitieve zorg

Een toenemend aantal artsen pleit nu voor meer aandacht voor gendersensitieve zorg. Gendersensitieve gezondheidszorg betekent erkenning voor de verschillen tussen mannen en vrouwen in gezondheid en dat deze verschillen worden meegenomen in onderzoek, preventie, diagnose en behandeling. We kijken nog te veel naar 'de gemiddelde patiënt' en niet naar het 'individu'.

Medisch onderzoek over de meest voorkomende ziektes en psychische aandoeningen bij vrouwen en mannen richt zich immers vaak op één geslacht: mannen. Al bij fundamenteel onderzoek worden vrouwelijke proefdieren vaak uitgesloten om ‘vertekening’ van onderzoeksresultaten door bijvoorbeeld hormonale verschillen te voorkomen. Ook medicijnen zijn lange tijd uitsluitend op (jonge) mannen getest. Daarnaast maakt medisch wetenschappelijk onderzoek waaraan vrouwen wél deelnemen te vaak geen onderscheid tussen de seksen. In de dagelijkse medische praktijk kan dit, vooral bij vrouwen, resulteren in late of verkeerde diagnoses, hogere ziektelast en verkeerde behandeling, met als gevolg onnodige ziekte, oplopende zorgkosten en – in het uiterste geval – vermijdbare sterfte.

De 'negatieve' impact van stereotypen op ziektebeelden

Enerzijds spelen stereotypen dus mee in hoe vrouwen en mannen zelf vaak naar ziektebeelden, mentale gezondheidsproblemen in het bijzonder kijken, anderzijds spelen stereotypen ook mee in medisch onderzoek en hoe vanuit de gezondheidszorg wordt omgegaan met 'de stereotiepe patiënt' in plaats van met 'een unieke patiënt' die een persoonlijke preventie, diagnose, behandeling en nazorg nodig heeft. 

Meer lezen

Aanraders in de RoSa-bibliotheek

exploring aging masculinities eetstoornissen the female body in mind the complete guide