Catharina Felicia van Rees (Zutphen, 1831 – Velp, 1915)

Portret van Catharina Felicia van Rees door onbekende fotograaf, z.d. (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 2017).‘Nu de behoefte aan onze emancipatie zich dagelijks dieper doet gevoelen […] kan ook ik den drang niet weêrstaan om mijne stem te voegen bij die mijner geestverwanten en u te vragen, neen, te bidden: verleent ons uwen steun tot verkrijgen van ons goed zegt: Meisjesscholen voor middelbaar onderwijs!’

Bron: Fragment uit Open brief aan hare vrouwelijke landgenooten (Arnhem, 1870)

 

‘- […] Lieve mama, ik heb nu immers niet meer noodig om iemand te behagen, daar ik Alfred lief heb en hij mij neemt zooals ik ben!
- Dat is kinderpraat. Een vrouw zoekt iedereen te behagen; dat ligt zoo in haar aard. De natuur heeft haar als het ware voor die rol geschapen.
- ’t Is een rol die mij weinig sympathie inboezemt, mama! Waartoe dient al dat uiterlijk behagen, als er toch een tijd komt dat men niet meer behagen kan? ’t Is mogelijk wat te vrijmoedig, wanneer ik u ronduit mijn gevoelen zeg.
- Ga u gang, mijn dochter! Aan uwe wijsgeerige beschouwingen hebt ge mij gewend.
- Ik vertrouw dat de innerlijke waarde der vrouw meer op den voorgrond treedt bij mannen, die denken zooals Alfred denkt, en dat men verkeerd doet om door behulp van uiterlijke aantrekkelijkheden de algemeene aandacht op zich te vestigen, vooral wanneer men niet meer wenscht dan den uitverkorene te behagen en voor hem te leven.’

Bron: Fragment uit Rob’s moeder (Arnhem, 1868, pp. 92-93)

Biografie

Catharina van Rees is het jongste kind van Constantia Wilhelmina Piper (1790-1865) en Richardus van Rees (1785-1839), controleur van de gemeentebelastingen (of notaris?). Ze groeit op in een welvarend gezin met nog zeven andere broers en zussen. Catharina wordt grotendeels opgevoed door een ongetrouwde broer van haar moeder, nadat haar vader in 1839 sterft.

Van jongs af aan begrijpt het meisje dat haar roeping in de muziek ligt: ze componeert vanaf haar vijfde stukjes voor piano en speelt haar eigen muziek. Rond 1855 wordt haar opéra-comique Les Débutants in Utrecht opgevoerd. Die is zo succesvol dat ze een aanbod krijgt om in Parijs te gaan studeren. Uit angst dat haar dochter haar sociaal-economische status verliest door een onzekere muziekcarrière, wil Constantia niet dat ze het aanbod aanvaardt. Catharina is eerst teleurgesteld maar stemt uiteindelijk in met de beslissing van haar moeder.

Van 1862 tot 1867 woont Catharina samen met de kleurrijke filantrope Jeanne Merkus (1839-1897); eerst in Renkum, dan in Oosterbeek. Catharina van Rees heeft in deze periode moeite om een baan te vinden, waardoor ze actief begint te strijden voor een uitbreiding van de onderwijs- en beroepsmogelijkheden voor vrouwen. Ze maakt ook van de gelegenheid gebruik om te schrijven over de achtergestelde positie van vrouwen – eerst als journaliste en redactrice, later als auteur van fictieve verhalen.

In de jaren 1890 verhuist Catharina van Rees om financiële redenen naar Darmstadt in Duitsland. Zij sukkelt steeds meer met haar gezondheid en schrijft steeds minder, maar ze blijft deelnemen aan het feministische debat in Nederland. Ze maakt van het vrouwenkiesrecht haar stokpaardje. In haar laatste levensjaren gaat ze terug naar Nederland. Catharina van Rees blijft ongehuwd en sterft in Velp op de leeftijd van 83 jaar.

Meer lezen:

Catharina Felicia van Rees (DBNL – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

Catharina Felicia van Rees (Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland)

Catharina Felicia van Rees (Biografisch Portaal van Nederland)

Catharina Felicia van Rees (WomenWriters.nl)

Catharina Felicia van Rees (Biografisch Woordenboek Gelderland)

Oeuvre

Als journalist en redacteur

In 1860 publiceert Catharina van Rees haar eerste tekst in het vooruitstrevende blad De Tijdspiegel. Deze behoorlijk persoonlijke publicatie, getiteld Gesprekken met mijn levensgeest, schrijft ze onder het pseudoniem Celestine (zoals de meeste van haar teksten, tot 1870). Hierin deelt ze haar gevoelens na een diepe teleurstelling. Daarop volgt Brief van eene geëmancipeerde vrouw aan den censor, een reactie op een aantal artikelen over de emancipatie van vrouwen, verschenen in De Censor. In deze open brief vestigt ze de aandacht op het toenemende aantal ongehuwde vrouwen. Zij is ervan overtuigd dat kennisverwerving en geestelijke emancipatie hen een betere toekomst kan bieden.

 

‘Zal men nu die ongehuwden het recht blijven betwisten om zich een andere werkkring te scheppen, waaraan haar geest behoefte heeft en zij buiten zichzelf ook anderen nuttig kunnen zijn?’ - De Tijdspiegel, nr. 17 (1860): II, 393.

 

Catharina van Rees blijft fictieve vertellingen publiceren voor De Tijdspiegel en Nederland. Tegelijk schrijft ze haar eerste romans. Van haar verschijnen Twee novellen (1861), Zuster Catchinka (1866) en Rob’s moeder (1868) – nog steeds met Celestine als pseudoniem. Zij gebruikt deze naam voor het laatst in haar brochure ‘Open brief aan hare vrouwelijke landgenooten’ (1870), waarin ze pleit voor meer meisjesscholen voor middelbaar onderwijs in Nederland.

Catharina van Rees blijft bijdragen leveren aan verschillende bladen, waaronder Neue Bahnen (het blad van de Allgemeine Deutsche Frauenverein), Onze Roeping (het emancipatorische vrouwentijdschrift van Betsy Perk) en Ons Streven (een concurrerend vrouwenblad). In Ons Streven publiceert ze onder meer de vierdelige serie De Duitsche vrouw in de geschiedenis, waarin ze alle Duitse vrouwen die het culturele en maatschappelijke leven hebben verbeterd, naar voren brengt.

Op vraag van Uitgeverij Bohn wordt Catharina van Rees in 1877 redactrice van een boekenreeks: Bibliotheek van Nederlandse Schrijfsters. Zij zorgt voor de herwaardering van auteurs zoals Elise van Calcar (1822-1904), Virginie Loveling (1836-1923), Jacoba van Westrheene (1821-1900) én zichzelf. Na twee jaargangen eindigt het project, door gebrek aan financiële middelen.

Als componist

Naast haar hoofdactiviteit als schrijfster blijft Catharina van Rees muziek componeren. Tot 1874 worden ten minste dertig van haar composities gedrukt. Zij staat vooral bekend om haar Transvaalse volkslied (1875), geschreven op verzoek van de president van de Zuid-Afrikaanse Republiek, Thomas François Burgers (1871-1876). Haar compositie wordt uiteindelijk niet gekozen tot officieel Transvaals volkslied. Bovendien wordt haar lied ten onrechte toegeschreven aan de Nederlandse componist Richard Hol (1825-1904), waardoor Catharina van Rees zich bedrogen voelt.

'Het Transvaalsche Volkslied heeft mij zóóveel leed bezorgd, dank zij Hollandsche geldzucht, naijver en onverschilligheid, dat ik 't liever niet gemaakt had.'

Brief aan Elise van Calcar, 29-4-1901 (Literatuurmuseum, Den Haag)

 

Als auteur

Catharina van Rees is geen succesvol auteur. Haar tegenstanders vinden haar taalgebruik te hoogdravend en de historische feiten waarop ze zich baseert zouden niet correct zijn weergegeven. De schrijfster voelt zich onbegrepen en gefrustreerd. Ze krijgt vooral van mannelijke critici hard te verduren. Na een zoveelste negatieve recensie van haar Muzikale novellen (1876), vraagt ze aan een vrouw, haar vriendin Elise van Calcar, om haar nieuwe roman De familie Mixpicle (1877) te recenseren. Deze publiceert er een waarderend artikel over in De Tijdspiegel (1877), maar dat overtuigt de mannelijke critici niet. Als haar historische roman Een koningin zonder kroon (1873) in 1888 herdrukt wordt, beschrijft Lodewijk van Deyssel haar schrijfstijl als ‘dramatisch’ en ‘verheffend’ (De Nieuwe Gids).

Ondanks de negatieve kritiek blijft Catharina van Rees schrijven. Tussen 1880 en 1893 produceert ze minstens negentien literaire werken. Ze schrijft vooral historische romans, maar ook geromantiseerde biografieën over componisten zoals Bach (1685-1750), Beethoven (1770-1827), Chopin (1810-1849) en Carl Maria von Weber (1786-1826). Andere voorbeelden uit haar literaire oeuvre zijn Twee novellen (1860), Zuster Catchinka (1866), Rob’s moeder (1868), De Duitsche eik (1870) (onder het pseudoniem Celestine); Herinneringen aan het Zuiden (1872), Uit het Verleden (1879), Oostersch bloed (1882), Allen Schuldig (1884) en Van dezelfde familie (1884) (onder eigen naam). Catharina van Rees schrijft voornamelijk voor lezeressen. Ze stelt vaak heldinnen centraal, om vrouwen aan te moedigen onafhankelijk te worden. In De parel van het hof van Gelre (1887), bijvoorbeeld, is het hoofdpersonage de veertiende-eeuwse hertogin Eleonora van Barchem; in In vuur en vlam (1889) gaat het om Agnes van Putten.

Erkenning en prijzen

Catharina van Rees is veel minder bekend dan andere vrouwelijke auteurs van haar tijd, zoals Elise van Calcar en Betsy Perk. Dit is waarschijnlijk te wijten aan haar muzikale roeping, haar negatief ontvangen romans en haar langdurige reizen in Duitsland. Toch is ze ongetwijfeld een pionier in de Nederlandse vrouwenbeweging. Gekenmerkt door betrokkenheid, lef en felheid, draagt haar werk zeker bij tot de vrouwenemancipatiebeweging.