Maria Barones Rosseels, Borgerhout, 23 oktober 1916 – Brasschaat, 17 maart 2005 

MariaRosseels-davidsfondsHet is wel zeer eigenaardig dat de opstand tegen het gezag van de man, tegen de uitbuiting en de achteruitstelling niet van de arbeidsters is uitgegaan. De idee van het feminisme schoot wortel in het zogenaamde begenadigde milieu van de bourgeoisie.

Het zijn de tot celibaat veroordeelde vrouwen geweest, zij die door hun familie werden geduld en in feite dieper werden vernederd en in een grotere afhankelijkheid leefden dat de fabriekwerksters, die de eerste stoot hebben gegeven.

Vooraleer geijverd werd voor betere arbeidsvoorwaarden is gestreden voor gelijke mogelijkheden inzake onderwijs en intellectuele arbeid. Pas daarna, en slechts schoorvoetend, is het vrouwenproletariaat gevolgd.

Uit: Het woord te voeren past den man (1957), p.172

Biografie

Katholiek auteur en journalist Maria Rosseels is geboren in Borgerhout als oudste van drie kinderen. Haar vader, een belastingambtenaar, leert haar lezen voor ze naar school gaat. Ze behaalt een diploma van regentes knippen en naaien in 1938 en gaat lesgeven aan de Normaalschool in Turnhout. Tijdens de oorlog werkt ze op een ministerie, daarna bij een uitgeverij.

In 1947 wordt ze de eerste vrouwelijke redacteur van De Standaard. Ze zal 30 jaar voor die krant blijven werken als journalist en vooral als filmrecensent. Al snel krijgt Rosseels bekendheid met haar tegendraadse filmrecensies en haar baanbrekende bijdragen voor de rubriek Voor de vrouw. Collega Tilly Stuckens herinnert zich Maria Rosseels als een slagvaardige vrouw die ongezouten haar mening zei.

Met haar scherpe pen veroorzaakte Maria Rosseels deining in het conservatieve katholieke Vlaanderen van de jaren 1950 - 60. Ze schreef openhartig over de twijfels van de moderne gelovige. Zelf was ze een overtuigd maar kritisch katholiek. Door haar vooruitstrevende ideeën en soms vranke formulering botste ze regelmatig met de katholieke kerk. Zo eiste kardinaal Van Roey in 1960 dat haar artikelenreeks in De Standaard “Moderne nonnen gevraagd” stopgezet werd.

Rosseels was een belangrijke stem in de aanzet tot de tweede feministische golf. Ze pleitte voor de maatschappelijke ontvoogding van vrouwen. Ze was de eerste in Vlaanderen die de historische onderdrukking van de vrouw aanklaagde. In het essay met de ironische titel “Het woord te voeren past den man”  (woorden van apostel Paulus) beschrijft ze de eeuwenoude vrouwenhaat van Griekse denkers, van christelijke kerkvaders en wereldlijke machtsdragers.

Ze zette zich af tegen de benepen kerkelijke huwelijksmoraal, ze pleitte onomwonden voor seksuele emancipatie van vrouwen en voor geboorteregeling. In een wekelijkse rubriek Voorlichting gevraagd (De Standaard, 1958 - 1959) beantwoordde ze lezersbrieven over die thema’s.

Na haar pensioen bij De Standaard in 1977 stapte Maria Rosseels uit de schijnwerpers. Ze gaf geen voordrachten meer, interviews nog maar zelden. Het boek waarin ze de misogyne apostel Paulus lik op stuk wou geven maakte ze niet meer af, hoewel ze daarvoor al veel research gedaan had. Ze ging teruggetrokken leven in Kalmthout. Toch werd Rosseels niet vergeten. Na haar publieke carrière kreeg ze een aantal indrukwekkende prijzen en eretitels.

Oeuvre

Naast haar job als journalist schreef Maria Rosseels een succesvol literair oeuvre bijeen. Rosseels beschouwde zichzelf niet als een auteur van uitmuntend literair werk. Ze wou in haar boeken en artikels vooral haar ideeën en levensbeschouwing kwijt. Belangrijke thema’s in haar werk waren de vrouwenemancipatie en de gewetensnood van gelovigen in hun zoeken naar het authentieke christendom. Ze gebruikte bij voorkeur een historische setting om haar ideeën over te brengen. De vrouwenfiguren in de romans van Rosseels zijn hoogstaande, intelligente wezens met een sterke overtuiging, maar ze sterven vaak te jong om zelf de vruchten te plukken van hun strijd.

Maria Rosseels begon haar literaire carrière in 1947 met het jeugdboek Sterren in de Poolnacht onder pseudoniem E.M. Vervliet (haar moeders naam). Ze publiceerde daarna nog drie jeugdboeken : Spieghelken, dagboek van een jong meisje (1952) dat eerst als feuilleton in de jeugdpagina's van De Standaard verscheen, Nieuw dagboek van Spieghelken (1953-1956) en O, Marolleke (1955).

Daarnaast verschenen ook zeven romans die ze gebruikte als vehikel voor haar ideeën: de Elisabeth-trilogie De kloosterhoeve (1953), Ic segh adieu (1953) en Het derde land (1954), gevolgd door Ik was een kristen (1957), Dood van een non (1961) dat in 1975 verfilmd werd, Wacht niet op de morgen (1969) en Het oordeel of vrijdag zingt de nachtegaal (1975) en twee novellen: Meer suers dan soets (1947), een monoloog van Anna Bijns, en Van de liefde die doodt (1977).

Los van dit scheppend proza publiceerde Maria Rosseels ook essays: Kunst van schaduwen en dromen (1954), een pleidooi voor de erkenning van de film als kunstvorm, twee feministische essays:  Het woord te voeren past den man (1957), tegen de onderdrukking van vrouwen, en Vrouwen in licht en schaduw (1963), dertien historische portretten van sterke vrouwen. Daarna volgde nog de bundel Gesprekken met gelovigen en ongelovigen: van polemiek tot dialoog (1967)  en een reisverhaal : Oosters cocktail (1960) over haar rondreis in het Verre Oosten.

Een bloemlezing van haar filmrecensies verscheen met als titel Liefde is een zeldzaam kruid. Onze tijd in de spiegel van de film (1966). Na haar pensioen volgde de publicatie van het driedelige Verzameld scheppend proza (1981-1984)

Erkenning en prijzen

Het werk van Maria Rosseels was populair en invloedrijk. Tijdens en na haar schrijverscarrière mocht ze aanzienlijke eerbewijzen in ontvangst nemen. In 1981 kreeg ze van KULeuven de titel van doctor honoris causa voor haar belang als katholiek auteur en journalist. In 1983 trad ze toe tot de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Op aandringen van Rika De Backer, toen minister van cultuur, werd ze in 1988 in de adelstand geheven. Voortaan heette ze Maria Barones Rosseels.

Prijzen:

  • 1956: Prijs van de provincie Antwerpen voor Nieuw dagboek van Spieghelke 
  • 1959: Prijs van de Vlaamse Pers voor Oosterse cocktail
  • 1960-1965: de Prijs van de Vlaamse lezer, de Literatuurprijs van Hilvarenbeek (1964), de Prijs van de Provincie Antwerpen (1965) en de Prijs van de Vlaamse Letterkundigen voor De dood van een non
  • 1967: Dirk Martensprijs van de stad Aalst voor Gesprekken met gelovigen en ongelovigen. Van polemiek tot dialoog
  • 1970: Scriptores Catholici-prijs voor Wacht niet op de morgen 
  • 1979:  Interprovinciale prijs van België voor haar hele oeuvre
  • 1984:  Driejaarlijkse oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap, als eerste vrouw.

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

Het slot ontvlucht: de 'vrouwelijke' Bildungsroman in de Nederlandse literatuur / Aagje Swinnen, 2006.
RoSa exemplaarnummer GIV2a/0522   

Veel te veel geluk verwacht : schrijfsters in Vlaanderen 1 /  Lisette Keustermans, Brigitte Raskin , 1996. RoSa exemplaarnummer T/0454

In de RoSa bibliotheek vind je ook werk van Maria Rosseels

Online bronnen over Maria Rosseels

Artikels in De Standaard bij haar overlijden