Jonge jaren

Jacqueline HarpmanJacqueline Harpman is geboren op 5 juli 1929 in Etterbeek. Ze is de dochter van Andries Harpman, een zakenman van Joods-Nederlandse afkomst, en van Jeanne Honorez, dochter uit een landbouwersgezin. Bij de inval van de nazi’s in België in 1940 vlucht het gezin Harpman naar Marokko en vestigt zich in Casablanca, waar Jacqueline van haar elfde tot haar zestiende woont. Tijdens de tweede wereldoorlog wordt een deel van haar achtergebleven familie gedeporteerd naar Duitsland. Ze zal hen nooit terugzien.

In 1941 gaat Jacqueline moderne talen studeren in Casablanca. Daar leert ze Engels en Arabisch. Ze is geen schitterende studente maar toch wil ze zich laten opmerken voor haar intellectuele kwaliteiten. Onder invloed van haar lerares Frans, mevrouw Barthes, raakt ze gepassioneerd door grammatica, syntaxis en klassieke literatuur. Op heel jonge leeftijd leest ze Balzac, Racine, Freud en Proust.

Rond 1945-1946 keert ze terug naar Brussel waar ze in het lyceum van Vorst haar middelbare studies afmaakt. Daarna gaat ze medicijnen studeren aan de ULB, maar ze krijgt tuberculose en moet afhaken. In 1950 ondergaat ze een pneumo-thoraxbehandeling in een sanatorium in Eupen. Ze zal er 21 maanden verblijven. Dat geeft haar veel tijd om te lezen. In die periode zet ze zich ook aan het schrijven. Ze schrijft er het nooit uitgegeven “Les jeux dangereux”. In 1952 herbegint ze haar studie medicijnen. In november van dat jaar overlijdt haar vader. In 1953 mist ze haar examens door een appendix-operatie.

Schrijversdebuut

In 1958 heeft ze haar eerste roman af “L’aparition des esprits” die pas in 1960 zal verschijnen. Ondertussen ontmoet ze de uitgever René Juillard die “Brève Arcadie” publiceert. Voor dit werk ontvangt ze de Prix Rossel in 1959. Ze gaat zich nu voltijds toeleggen op het schrijverschap.  Ze schrijft zelfs voor de cinema, voor radio-uitzendingen, toneelrecensies en natuurlijk ook eigen literair werk. Jacqueline Harpman trouwt in 1953 met Pierre Puttemans, een architect en dichter. Ze krijgen samen een dochter, Marianne. In 1965 is ze klaar met haar derde roman, “Les bons sauvages”. Haar tweede dochter, Toinon, wordt geboren.

Psychoanalytica

Na het overlijden van René Juillard in 1966 komt haar uitgeverij in handen van een nieuwe directeur, Christian Bourgois. Van de nieuwe uitgever krijgt  “Les bons sauvages” geen aandacht. Ontgoocheld stopt Harpman met schrijven. In 1967 gaat ze opnieuw studeren aan de ULB en behaalt er een licentiaatsdiploma (master) in de psychologie. Ze werkt een aantal jaar als psychotherapeut in het ziekenhuis Fond’Roy. In 1976 wordt ze lid van de Belgische Vereniging van Psychoanalyse. Ze schrijft ook artikels voor het tijdschrift Revue belge de psychanalyse.

Romancière

Tussen 1985 en 1986, na een afwezigheid van twintig jaar, knoopt ze weer aan met het schrijverschap en publiceert kort na elkaar verschillende romans. Zo verschijnt er achtereenvolgens “La mémoire trouble” (1987), “La fille démantelée” (1990), “La plage d’Ostende” (1991), “La lucarne” (1992), “Le bonheur dans le crime” (1993), « Moi qui n’ai pas connu les hommes » (1995), een bevreemdend verhaal  over veertig vrouwen die opgesloten zitten in een kelder daags na een niet nader genoemde catastrofe. Dan volgen het gelauwerde « Orlanda » (1996) en «L’orage rompu » (1998). Recenter werk van Harpman is onder andere "Mes Oedipe" (2006) en "Ce que Dominique n'a pas su" (2008).

Een aantal van haar romans werden vertaald in het Nederlands, Engels, Roemeens en Lets. In de meeste van haar romans baseert ze de intrige op de relaties tussen de personages. Je herkent er invloed van de psycholoog op de auteur. Ze heeft een heel eigen stijl, met nauwgezette karakterschetsen. De gevoelens van haar personages worden uitvoerig en gedetailleerd geanalyseerd.

Ze won verschillende prijzen met haar boeken. De Prix Rossel voor “Brève Arcadie”, de Prix Point de Mire voor “La plage d’Ostende”. Voor “Orlanda" kreeg ze de Prix Médicis en in 2006 mocht ze de Grand Prix de Littérature de la Société des Gens de Lettres in ontvangst nemen voor haar hele oeuvre.

Op 15 oktober 2009 mocht ze op het Brusselse stadhuis de Prix Littéraire des bibliothèques de la Ville de Bruxelles gaan ophalen voor haar roman "Ce que Dominique n’a pas su" verschenen bij Editions Grasset in 2008. Jacqueline Harpman is na een lange ziekte overleden op 24 mei 2012 in Brussel. Ze werd 82. 

Bibliografie

  • Brève Arcadie (1959 ; Prix Rossel)
  • L'apparition des esprits (1960)
  • Les Astronautes (1962 ; livret d’oratorio pour le compositeur David van de Woestijne)
  • Les bons sauvages (1966)
  • La mémoire trouble (1987)
  • La fille démantelée (1990)
  • La plage d'Ostende (1991 ; Prix Point de mire)
  • La lucarne (1992 ; recueil de nouvelles)
  • Le bonheur dans le crime (1993)
  • Moi qui n'ai pas connu les hommes (1995)
  • Orlanda (1996 ; Prix Médicis)
  • L'orage rompu (1998)
  • Dieu et moi (1999)
  • Récit de la dernière année (2000)
  • Le véritable amour (2000)
  • La vieille dame et moi (2001)
  • En quarantaine (2001)
  • La dormition des amants (2002)
  • Le temps est un rêve (2002)
  • Le placard à balais (2003)
  • L'apparition des esprits suivi de Le véritable amour (2003)
  • Jusqu'au dernier jour de mes jours (2004)
  • Le passage des éphémères (2004)
  • La forêt d'Ardenne (2004)
  • Souvenirs d'Ostende (2004)
  • Eve et autres nouvelles (2005)
  • En toute impunité (2005)
  • Je me souviens de Bruxelles (2006 ; collectif)
  • Du côté d'Ostende (2006)
  • Mes Oedipe (2006);
  • Ce que Dominique n'a pas su (2008)

In de pers

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

boeken

Jeanine Paque, Jacqueline Harpman: Dieu, Freud et moi: les plaisirs de l'écriture / Avin/Hannut : Éditions Luce Wilquin, 2003 - RoSa ex.nr.: T/0744

artikels

  • Tijdens het schrijven overschrijd ik mijn morele grenzen : gesprek met Jacqueline Harpman.
    In: LUST EN GRATIE ; année 14 : nr 55 (1997), p. 27-31
  • 'We zijn verplicht anderen voortdurend uitleg over onszelf te geven'.
    In: OPZIJ ; année 26 : nr 04 (avril 1998), p. 32-36
  • Begeesterende passies: Jacqueline Harpman.
    In: ZIZO ; année 14 : nr 79 (nov/déc 2006), p. 62-65
  • Gesprek met de Franstalige schrijfster Jacqueline Harpman.
    In: DE MORGEN (03.11.1995)
  • Jacqueline Harpman krijgt Prix Médicis. Belgische Jacqueline Harpman krijgt Prix Médicis.
    In: DE MORGEN (05.11.1996)
  • Harpman krijgt Prix Médicis : Belgische schrijfster bekroond met 'Orlanda'.
    In: DE STANDAARD (05.11.1996)
  • Eeuwig veertien : Jacqueline Harpman en de vele kamers van de geest.
    In: DE STANDAARD MAGAZINE ; jaargang 06 : nr 17 (24 04 1998)
  • Harpman : 'J'écris tant que ça m'amuse ...'. In: LE SOIR (04 11 1996) Jacqueline Harpman.
    In: HET BELANG VAN LIMBURG (27.10.1998)
  • 'Terwijl ik schrijf, ben ik God': de hartstocht van Jacqueline Harpman. 
    In: DE STANDAARD DER LETTEREN : nr 2669 (10.07.2003)
  • Climax: Jacqueline Harpman. 
    In: DE STANDAARD (06.04.2007)

Online bronnen

Scriptie :Le mythe de l’androgyne dans le roman de Jacqueline Harpman « Orlanda ». Lucié Domsová

Jacqueline Harpman   

Samenstelling : Audrey Linchamps - 10 februari 2009; RoSa update: 25/05/2012.