Onbekommerde jonge jaren

Bertha von Suttner, aristocratische vredesactiviste en NobelprijswinnaresBertha von Suttner werd op 9 juni 1843 geboren in Praag als gravin Kinsky von Chinic und Tettau. Haar familie van vaderskant behoorde tot de aristocratische kringen rond de Oostenrijks-Hongaarse monarchie, een milieu dat met privileges gepaard ging. Als meisje kreeg ze privéonderwijs door gouvernantes. Ze leerde al vroeg talen en kreeg ook, zoals gebruikelijk in die kringen, pianoles. Alles om een jonge vrouw van adel voor te bereiden op haar rol in de maatschappij.

Bertha was echter ook een gretige lezer, haar lectuur omvat auteurs zoals Shakespeare, Goethe en Lessing. Ze beperkte zich niet alleen tot de literatuur maar werd ook geboeid door etnografie, scheikunde en filosofie. Onder meer Schopenhauer en Comte stonden op haar leeslijst. Over deze laatste noteerde ze in haar dagboek: ’dat deze filosofen en nog zoveel anderen haar intellectuele vrienden waren in wiens gezelschap ze een gelukkig dubbelleven leidde’. Dat typeert Bertha von Suttner wel, ze vergat nooit dat na de ernst ook vermaak een plaats in het leven had.

Als telg van een adellijke familie werd ze geïntroduceerd in de hogere kringen van de Weense samenleving. Ze stortte zich dan ook volop in het internationale societyleven met zijn bals en recepties in steden zoals Wenen, Rome, Baden, Venetië en Homburg. Hier bouwde ze een netwerk uit van mensen die haar in haar latere leven van pas zouden komen. 

Werk aan de winkel

Maar schone liedjes duren niet lang, zoals Bertha ondervond. Haar vaders erfenis, hij overleed voor haar geboorte, werd er mede door de gokverslaving van haar moeder snel doorgejaagd. Op haar dertigste besloot ze dan ook om financieel onafhankelijk te worden. Dit betekende dus betaald werk zoeken. Veel opties had je als vrouw niet en dus werd het een job als gouvernante bij de welgestelde Weense familie van baron von Suttner. Ze werd er gouvernante en gezelschapsdame voor de vier dochters des huizes die ze talen en muziek aanleerde. Hier vond ze ook de liefde van haar leven, de zeven jaar jongere Arthur von Suttner. Hun geluk duurde niet lang. Barones von Suttner was helemaal niet opgezet met de keuze van haar zoon en ontsloeg Bertha, in de hoop hiermee een einde aan de relatie te stellen.
Bertha bleef niet bij de pakken zitten en verkaste naar Parijs, waar ze secretaresse van Alfred Nobel werd. Het werd een kort verblijf in Parijs, haar gevoelens voor Arthur bleven sterk en ze keerde terug naar Wenen. Haar vriendschap met Alfred Nobel hield stand en ze bleef in nauw contact met hem zolang hij leefde.
Terug in Wenen trouwen Bertha en Arthur in het geheim met elkaar, tegen de wil van zijn ouders, en Arthur wordt onterfd. De jonggehuwden ontvluchten Wenen en reizen naar Georgië, op uitnodiging van prinses Ekaterina, een vriendin van Bertha. Ze hopen via de connecties van de prinses een job voor Arthur te bemachtigen. Wanneer dit niet lukt proberen ze allebei het hoofd boven water te houden met lesgeven. Dan breekt de oorlog tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk uit. Zowel Arthur als Bertha (weliswaar onder pseudoniem) beginnen de oorlog te verslaan voor Duitse en Oostenrijkse kranten. De start van een levenslange preoccupatie met het onderwerp ‘oorlog’.

Vredesactiviste

In 1885 keren Bertha en Arthur terug naar Wenen, verzoenen zich met de familie en vestigen zich in het familiekasteel even buiten Wenen. Zowel Arthur als Bertha kunnen dan van hun pen leven. Bertha wordt een overtuigde pacifiste in woord en daad. De Russisch-Turkse oorlog heeft haar ogen geopend voor de verschrikkingen en het leed die een oorlog meebrengen.
Bertha von Suttner, Die Waffen Nieder (1889)Een bezoek aan Parijs die winter betekent niet alleen een hernieuwde ontmoeting met Alfred Nobel, maar ook een eerste kennismaking met het International Peace and Arbitration Association uit London. Ze zet haar schouders onder de oprichting van afdelingen van deze organisatie in andere landen waaronder in Italië, Oostenrijk en Duitsland. In 1891 richt Bertha von Suttner de Oostenrijkse Vredesbeweging op, waarvan ze voorzitster blijft tot aan haar dood.

In 1889 schrijft ze de roman ‘Die Waffen Nieder’ die een van de meest gelezen anti-oorlogsboeken zal worden van die periode. Het verschijnt in 37 drukken en wordt vertaald in 12 talen. Het is geen heldenepos geworden, maar beschrijft wat oorlog doet met mensen. Geschreven vanuit het perspectief van een vrouw die weduwe wordt en haar zoon verliest, laat het boek de lezer kennismaken met de rauwe emoties en wonden die een oorlog veroorzaakt.

Met die onverbloemde beschrijving van de oorlog zorgde ze voor opschudding in militaristische kringen waar begrippen als heldenmoed, eer en vaderland de boventoon voerden. Maar zij werd ook geprezen voor haar boek. Zij was verguld met de reactie van Leo Tolstoi die haar het volgende schreef: ‘ I admire your work very much and think that the publication of your novel is a good omen. The abolition of slavery was preceded by the famous book written by a woman, Mrs. Beecher Stowe; God grant the abolition of war follow your book’.

Naast het schrijven van boeken hield ze ook talrijke lezingen in binnen– en buitenland.
Ze pleitte verder ook voor de oprichting van een internationaal Hof van Arbitrage. Landen konden hun conflicten voorleggen aan dit Hof in plaats van met de wapens hun geschillen op te lossen.
In 1899 wordt in Den Haag de Eerste Vredesconferentie op regeringsniveau gehouden. Bertha mag zelf niet deelnemen aan de conferentie omdat ze een vrouw is, en houdt dan maar ‘salon’ voor internationale pacifisten, journalisten en politici in het Kurhaus. Op deze vredesconferentie werd dan besloten om een Hof van Arbitrage op te richten. Ongetwijfeld een hoogtepunt in haar leven als pacifiste en activiste.

Vanaf 1912 werd ze zich meer en meer bewust van het gevaar van een internationale vernietigingsoorlog en werd dit een focus in haar lezingen.
Naast pacifiste was Bertha von Suttner ook bekommerd om allerlei sociale kwesties en vrouwenrechten. Een uitspraak van haar: ‘universal sisterhood is necessary before the universal brotherhood is possible.’

Nobelprijs voor de Vrede

Het was Bertha von Suttner die Alfred Nobel, toen een van de rijkste mannen, overhaalde om een prijs in te stellen voor de vrede. Op 10 december 1905 was zij de eerste vrouw die de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst mocht nemen. In Oostenrijk werd met geen woord gerept over
het feit dat ze deze prijs had gekregen. Later werd dat een beetje goed gemaakt door de Oostenrijkse staat, die haar beeltenis op de Oostenrijkse 2 euromunten plaatste.

In 1913 werd het Vredespaleis, vestigingsplaats van het Arbitragehof, geopend in aanwezigheid van Bertha von Suttner. Een eeuw later, in 2013, werd er als eerbetoon een buste van haar in de centrale hal van het Vredespaleis geplaatst.

Bertha von Suttner stierf op 21 juni 1914, vlak voor het uitbreken van WOI.

Bronnen