Praatgroepen en vrouwenhulpverlening

vrouwenhuis leuvenvrouwenhuizenweekDe meeste vrouwenhuizen groeiden voort uit praatgroepen. Er was nood aan een plaats waar vrouwen elkaar konden ontmoeten, praten, ervaringen uitwisselen zonder de inmenging van hun omgeving, gezin of echtgenoten. De vrouwenhuizen waren in de beginnen dan ook echte getto's. Mannen waren er onder geen beding toegelaten. Deze houding leverde feministen tot op de dag van vandaag het etiket ‘mannenhaters' op. Maar in de context van de jaren 1970 was dit geen overbodige eis. Mannen en vrouwen stonden toen nog in heel andere verhoudingen tegenover elkaar. Vele eisen van toen lijken vandaag vanzelfsprekend, maar begin jaren 1970 golden ze nog als revolutionair en vaak ook schokerend. De ideeën over vrouwenemancipatie stonden nog in hun kinderschoenen en enkel in afwezigheid van mannen konden vrouwen zich vrij genoeg voelen om hierover vrijuit na te denken en te discussiëren.

Gegroeid uit de praatgroepen, waren de vrouwenhuizen pioniers in vrouwenhulpverlening. Ze verzetten zich tegen de traditionele hulpverlening die bevoogdend en individualiserend was en zetten zelfhulp centraal. Met de welgekende slogan ‘Het persoonlijke is politiek' maakten deze vrouwen duidelijk dat individuele problemen van vrouwen vaak een gevolg waren van de manier waarop onze samenleving georganiseerd was.  Elementen die later door de traditionele hulpverlening werden overgenomen.

Voor en door vrouwen

dag van de vrouwenhuizenDe vrouwenhuizen vormden een uniek onderdeel van de Vlaamse vrouwenbeweging. Ze vormden geen politieke beweging, hun ambities lagen op het microniveau. Zij wilden vrouwen samenbrengen, helpen, informeren en vormen. De vrouwenhuizen creëerden voor heel wat vrouwen nieuwe mogelijkheden en fungeerden als oefenterrein. Het werden ontmoetingsplaatsen waar vrouwen hun feministische bagage opdeden.
Hoewel de reële reikwijdte van de vrouwenhuizen vrij klein was (per huis werd op jaarbasis gemiddeld een honderdtal vrouwen bereikt), speelden de vrouwenhuizen een niet onbelangrijke rol in de emancipatie van de Vlaamse vrouwen. Vrouwenhuisbezoeksters droegen de opgedane indrukken en ideeën mee naar hun omgeving en de maatschappij en speelden zo hun bescheiden rol in het teweegbrengen van een mentaliteitswijziging.

De vrouwenhuizen hadden een zeer losse organisatiestructuur. Ze dreven op het engagement van vrijwilligers. De meesten maakten er een punt van autonoom en pluralistisch te blijven en beslissingen werden genomen via basisdemocratische principes. De  vrouwenhuizen situeerden zich in de regel in de linkse, maatschappijkritische hoek en hielden er in hun beginperiode vaak een radicaal-feministische of socialistisch-feministisch gedachtengoed op na. Al deze factoren maakten een langdurige werking niet altijd evident. Tijdens de tweede helft van de jaren 1980 raakten veel vrouwenhuizen in een crisis en verdwenen. Vandaag zijn er nog slechts vier vrouwenhuizen actief: in Roeselare, Sint-Niklaas, Genk en Hasselt.

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek 

  • De Vlaamse vrouwenhuizen tussen 1974 en 1994. Katleen De Ridder, 1994 - RoSa ex.nr.: FII a/0561

Zoek op in de RoSa catalogus onder het trefwoord: vrouwenhuizen

 

Illustraties:

affiche Vrouwenhuizenweek 1978, RoSa-bibliotheek: OI / 0367

affiche Vrouwenhuis Leuven 1979, RoSa-bibliotheek: OI/0216

advertentie vrouwenhuizendag uit ‘t stoet wuvetje, april 1982