Beeldvorming

Tot de late 19de eeuw was de cultuur van de vrouwelijke hogere en middenklasse doordrongen van ziekte en breekbaarheid, 'de vrouwelijke invaliditeit'. Het werd sociaal geaccepteerd, en zelfs als normaal beschouwd, dat vrouwen zich regelmatig in bed terugtrokken met raadselachtige vrouwenkwalen als menstruatieklachten, hoofdpijn en 'zenuwen'. Doordat vrouwen meermaals per week naar de dokter gingen, werd een aparte leefwereld geschapen en werden sociale behoeften en ziekelijkheid verenigd. De ziekterol werd aan vrouwen toegeschreven.

fainting couchEr ontstond een bloeiende praktijk van zenuwinrichtingen, verpleeghuizen en kuuroorden voor vrouwen uit de hogere stand of bourgeoisie. Naast patiënt was de vrouw voor artsen ook interessant als consument van rustgevende, versterkende en pijnstillende medicijnen.

Het beeld van de zieke vrouw had twee kanten: enerzijds diskwalificeerde het haar voor activiteit en deelname aan het openbare leven en gaf het haar een beperkte levenssfeer. Anderzijds kwalificeerde het haar ook. Het beeld van de gevoelige vrouw werd geromantiseerd, de nerveuze vrouw werd een ideaal van verfijning en vrouwelijkheid.

Interpretatiemodellen

Tijdens de decennia rond de eeuwwisseling werden drie verschillende interpretatiemodellen van ziekte naast én na elkaar gebruikt. In de eerste drie modellen werd de beeldvorming van de vrouwelijke natuur in biologische termen geformuleerd. Uiteindelijk week deze biologische visie voor een psychologische invalshoek: het Freudiaanse model. Dat vierde model ging de vorige drie volledig overheersen.

Het anatomisch-fysiologische model

Dit model vertrekt vanuit de ‘natuurlijke’ verschillen tussen vrouwen en mannen in termen van fysieke en psychische capaciteiten, zoals Charles Darwin ze in 1871 definieerde. Door de seksuele selectie was de man superieur aan de vrouw, niet alleen wat betreft fysieke grootte en kracht, maar ook qua intellect, creativiteit en energie. De eigenschappen die bij de vrouw beter ontwikkeld waren, namelijk intuïtie, perceptie en imitatie, waren karakteristiek voor de lagere rassen die een lager stadium van civilisatie hadden. Doordat vrouwen energie nodig hadden voor de voortplanting, bleven ze stilstaan op een lager niveau van de evolutionaire groei. Deze ideeën zijn terug te vinden in de meeste handboeken over vrouwengeneeskunde en seksuologie van rond de eeuwwisseling.   

 Het gynaecologische model

hysterische vrouwHet gynaecologische model beleefde tussen 1870 en 1890 haar hoogtepunt. Men was eerder al van mening dat de vrouw per definitie instabiel was omdat ze menstrueerde, en dus geen controle over haar lichaam had. Het gynaecologische model ging echter een stap verder en stelde dat de baarmoeder door reflexoverbrenging het vrouwelijk lichaam domineerde.

Het model bood tevens een nieuwe verklaring voor de psychische ziekten van de vrouw. Volgens Henry Maudsley, een Engelse psychiater, waren hysterie en krankzinnigheid uitdrukkingsvormen van functionele storingen in de baarmoeder, die via het zenuwstelsel naar de hersenen werden overgebracht. Men geloofde dat geesteszieke vrouwen gynaecologisch behandeld konden worden.

 

 Het neurologische model

Rond 1890 maakte het gynaecologische model plaats voor het neurologische model. Niet de onderbuik van de vrouw, maar haar zwakke zenuwstelsel maakte haar gevoelig. De neurologie had succes omdat ze vage symptoombeelden en subjectieve aandoeningen leek te verklaren in termen van objectieve ziektes. Ze bouwde een brug tussen lichaam en geest in de vorm van een biologisch, natuurwetenschappelijk model. De patriarchale en klassengebonden maatschappelijke structuur werd zeer duidelijk weerspiegeld in de neurotherapie, waarin de behandelingsstrategieën bewust werden gekozen op basis van de sekse en de sociale klasse van de patiënt.

Het psychologische model

Na de Eerste Wereldoorlog verdween het neurologische model als dominante invalshoek en diende het psychologische model zich aan. Sigmund Freud (1856-1939), Oostenrijks neuropatholoog, grondlegger van de psychoanalyseVolgens het psychologische model had de subjectieve ziekelijkheid haar oorsprong in de psyche van de vrouw, als reactie op bijvoorbeeld een (seksueel) trauma. Onder andere Jean-Martin Charcot en Ernst Westerlund hielden zich bezig met dergelijke verklaringsmodellen.

Freud hanteerde het model op de analysecanapé en het werd het favoriete model van de 20ste eeuw. Subjectieve lichamelijke symptomen ontstonden volgens dit model in de geest van de vrouw.

Rond de eeuwwisseling ontwikkelde men dus een aparte vrouwenpathologie waar de vrouw in de vier modellen steeds het zwakkere geslacht was. Zo droeg men bij aan de hardnekkige beeldvorming van de vrouw als ziekelijk, kwetsbaar en zwak. Een negatief lichaamsbeeld, frustratie en een gebrek aan sociale ruimte brachten op hun beurt die vrouwelijke ziekterol voort.

 

Nieuw vrouwenideaal

Na de eeuwwisseling begon de ziekelijke vrouw als cultus, mode en burgerlijk ideaaltype te verdwijnen. Nieuw ideaalbeeld : de vrouw als gezonde sterke moederfiguurDe onrust over het bevolkingsaantal nam toe: een grote emigratie van de mannelijke bevolking had geleid tot een enorm vrouwenoverschot en dus een groot aantal ongehuwde vrouwen. In de hele westerse wereld ging het geboortecijfer omlaag en was de volksgezondheid in gevaar, met onder andere een stijgend aantal gevallen van geestesziekte, syfilis, tuberculose en alcoholisme. Er kwam hevige kritiek op de maatschappij en op het gebrek aan vooruitgang.

Onder invloed van deze maatschappijvisie ontstond er een nieuwe norm voor vrouwen. Men had behoefte aan sterke vrouwen: niet kwetsbaar en ziek, maar sterk en gezond. De gezondheidsplicht hield niet enkel het kunnen baren van kinderen in, maar ook kunnen instaan voor de verzorging van het kind. Vrouwengezondheid werd daarom vanaf de eeuwwisseling een centraal thema in de populair-medische literatuur. Hygiëne en de bescherming van het vrouwelijke organisme vormden de grootste prioriteiten. Het schoonheidsideaal evolueerde dan ook van magerte naar weelderigheid, kracht en vitaliteit.  

De gezondheid van de vrouw kreeg een nieuwe dimensie: ze werd maatschappelijk relevant en een burgerplicht. De vrouw werd als de producente van toekomstige generaties gezien, en voor die taak moest ze fysiek zijn uitgerust. De hele westerse wereld werd als gevolg overspoeld door een golf van zorg voor de gezondheid van de vrouw.

Vrouwenziekten

Hysterie

Jean-Martin CharcotDe diagnose van hysterie speelde een centrale rol in de vrouwengeneeskunde en ging in het begin van de 19de eeuw vooral gepaard met motorische stoornissen, zoals extreme verstijvingen en verlammingen. Daarna verschenen sensorische klachten zoals smaak-, gezichts- en gevoelsstoornissen. Later ontwikkelden zich allerlei lichamelijke pijnklachten. Psychische stoornissen en gedragsproblemen kwamen vooral op na 1890. Die ontwikkeling van hysterische klachten hing nauw samen met de opvattingen die men had over de oorzaak van hysterie. Hysterie was oorspronkelijk een ziekte van de baarmoeder, totdat men aannam dat de eierstokken de oorzaak van hysterische klachten waren en men tenslotte besloot vanuit de vrouwelijke psyche te vertrekken.

De geschiedenis van hysterie wordt ook gekenmerkt door verschillende opvattingen over de aard van de patiënt. Zo schetste men aanvankelijk het beeld van de ‘femme fragile’, een hardwerkende vrouw die het niet getroffen had en daarom uiterst kwetsbaar was voor hysterie. Vervolgens heerste het beeld van de ‘femme fatale’, een verleidelijke hysterica die liegt en bedriegt. Ze werd als nerveus en sensitief beschreven, met een onvoorspelbaar karakter die aan haar seksuele impulsen toegeeft. Einde 19de eeuw maakte de ‘femme fatale’ plaats voor de ‘femme savante’, die meer wou zijn dan enkel echtgenote en moeder en daarom besloot te gaan studeren. Door haar emancipatorisch karakter vormde de ‘femme savante’, meer nog dan de ‘femme fatale’, een bedreiging voor het gezin, de kerk en de staat.

Sigmund Freud verbrak definitief de band tussen hysterie en gynaecologie. Tijdens het bestuderen van de hysterie ontwikkelde hij voor het eerst zijn theorieën over de seksuele oorsprong van neurosen en zijn technieken van droomanalyse en vrije associatie. Freud geloofde dat de bron van hysterie in onbewuste psychische conflicten lag. Zijn behandelingsmethode was gebaseerd op gesprekken met de patiënt. Het was daarom van cruciaal belang om het zwaartepunt van de onderbuik naar de vrouwelijke psyche te verplaatsen. Hierdoor bevestigde Freud echter het beeld van de vrouw als psychologisch en emotioneel zwak en werd de vrouw op de analysecanapé het nieuwe stereotype.

Meer lezen:

Hysterie volgens Charcot; opkomst en verdwijning van de ‘zenuwaandoening van de eeuw’, F. Gilson, 2010.

Neurasthenie

Neurasthenie werd voor het eerst gelanceerd in 1880 als een diagnose die een reeks nerveuze klachten samenvoegde tot één overkoepelend ziektebeeld. De ziekte werd als een cultuurziekte beschouwd in een maatschappij die zich in een hoog tempo ontwikkelde en gekenmerkt werd door industrialisatie, opgebroken sociale structuren en nieuwe innovaties. Neurasthenie bood een antwoord op de kwetsbaarheid van de moderne mens in die maatschappij. De diagnose werd al snel een groot succes in Europa: de culturele status van de ziekte droeg namelijk bij tot het zichtbaar maken van de angst en kwetsbaarheid, die zo typerend waren voor de 19de eeuw.

Keira Knightly in A dangerous methodVoor artsen en de geneesmiddelenindustrie betekende de diagnose een klinisch bewijs voor moeilijk te diagnosticeren symptomen en opende het tevens een veelbelovende markt. Op individueel niveau werd neurasthenie een sociaal geaccepteerde naam voor een verscheidenheid aan gevoelens en ziektebelevingen die moeilijk te identificeren waren. Doordat de diagnose een reeks nerveuze klachten samenvoegt, kende neurasthenie veel symptomen. Enkele van de meest voorkomende symptomen waren onnatuurlijke vermoeidheid, vage pijngevoelens, slapeloosheid en hoofdpijn.

Neurasthenie trof vooral jongere vrouwen uit de hogere klassen, waardoor de ziekte met kenmerken als sensibiliteit en verfijning werd geassocieerd. Het was een ziekte die men aan de omgeving kon meedelen omwille van haar vage en smaakvolle symptomen. Een opname in een ziekenhuis was niet nodig, daar de ziekte thuis kon worden behandeld. De neurasthenische patiënte kende de gebruikelijke stigmatisering die gepaard ging met psychiatrische diagnoses dus niet. In plaats daarvan werd ze een symbool voor klassenbewuste sensibiliteit, maar ook voor vrouwelijke leegte, verveling en apathie.

Vanaf de jaren twintig begon de diagnose neurasthenie te verdwijnen door de opkomst van nieuwe diagnosen en interpretatiemodellen. Desondanks worden ‘zenuwen’ vandaag nog altijd geassocieerd met een hardnekkig stereotype van vrouwelijke vermoeidheid, leegheid en frustratie.

Meer lezen:

RoSa's hete hangijzers: The Feminine Mystique 50 jaar

Borderline persoonlijkheidsstoornis

In de jaren 1930 en ’40 beschreven Amerikaanse psychoanalytici borderlinepatiënten als mensen die verkeerden op het grensgebied van neurose en psychose. Opvallend genoeg werden zowel mannen als vrouwen als cliënten gepresenteerd. In de verklaringen die men gaf voor het ontstaan van de stoornis was er echter wel sprake van een genderverschil. Psychoanalytici waren van mening dat ouders – en dan voornamelijk moeders – tekort schoten op het gebied van ‘spontane affectie’.

In de jaren 1950 concentreerde men zich nog meer op de rol van de vrouw en werden moeders als ‘obsessief’, ‘paranoïde’ en ‘narcistisch-masculien’ omschreven. Vrouwelijke borderlinepatiënten werden als de antithese van fatsoenlijk gedrag voorgesteld. Ze vertoonden volgens hun hulpverleners een uitzonderlijk hoog libido, sterke stemmingswisselingen, theatraal gedrag en onstabiele relaties.borderline persoonlijkheid

Na 1970 verspreidde de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis zich naar Europa, onder meer dankzij het succes van het in 1980 verschenen Diagnostic and Statistical Manuel III (DSM III). Halverwege de jaren ’90 was de diagnose stevig gevestigd in Europa. Rond diezelfde periode kwam het beeld van de borderlinepatiënte als dader naar voren. Ze werd als een manipulatieve femme fatale afgebeeld die seks als een machtsmiddel gebruikt.

Het is duidelijk dat de overeenkomsten tussen hysterische patiënten en borderlinepatiënten treffend zijn. Beiden worden gedefinieerd door hardnekkige en negatieve stereotypen, zoals femme fatale, agressief, dramatisch, enzovoort. De tijd en context waarin ze leefden was echter verschillend. In de 19de en 20ste eeuw lag de maatschappelijke rol voor de meeste vrouwen onherroepelijk vast. De samenleving werd gekenmerkt door een gebrek aan keuzevrijheid en in deze context ontstond de vrouwenziekte hysterie.

Tegenwoordig staat zelfontplooiing centraal. Onze samenleving wordt niet gekenmerkt door een gebrek aan keuzes, maar door de vraag of we wel sterk genoeg in onze schoenen staan om deze keuzevrijheid aan te kunnen. Tegenwoordig zijn hulpverleners zich ook bewuster van hun rol in de dynamiek met de patiënt en kunnen patiënten op meer empathie en begrip rekenen dan vrouwen een eeuw geleden.

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

 Nerveuze vrouwen: twee eeuwen vrouwen en hun psychiaters, Patrick Allegaert e.a., 2012.Gender en gekte : jaarboek voor vrouwengeschiedenis 30, Gemma Blok e.a., 2010.

Desperate housewives, neuroses and the domestic environment, 1945-1970, Ali Haggett, 2012.

Madness, power and the media: class, gender and race in popular representations of mental distress, Stephen Harper, 2009.Het duistere continent, Karin Johannisson, 1995. The Feminine Mystique, Betty Friedan, 1971 (RoSa exemplaarnummer FIIa/0841)

  • Nerveuze vrouwen: twee eeuwen vrouwen en hun psychiaters, Patrick Allegaert e.a., 2012.  (RoSa exemplaarnummer Ce/0242)
  • Gender en gekte : jaarboek voor vrouwengeschiedenis 30, Gemma Blok e.a., 2010. (RoSa exemplaarnummer Ce/0239)
  • Desperate housewives, neuroses and the domestic environment, 1945-1970, Ali Haggett, 2012. (RoSa exemplaarnummer FII c/0169)
  • Madness, power and the media: class, gender and race in popular representations of mental distress, Stephen Harper, 2009. (RoSa exemplaarnummer Cd/0057)
  • Het duistere continent, Karin Johannisson, 1995. (RoSa exemplaarnummer Cm/0030)
  • The Feminine Mystique, Betty Friedan, 1971 (RoSa exemplaarnummer FIIa/0841)
  • Mad, bad and sad: a history of women and the mind doctors from 1800 to the present, Lisa Appignanesi, 2008 (RoSa exemplaarnummer Cm/0055)

Zie ook:

Typische mannen- en vrouwenziektes

Verklaringen

Feministische therapie