Bij de behandeling van psychische klachten heeft de aandacht voor sekse en gender geleid tot vormen van specifieke therapie, aanvankelijk feministische of vrouwenhulpverlening en sedert het begin van de jaren negentig seksespecifieke hulpverlening. Inmiddels is in de seksespecifieke hulpverlening de unieke focus niet langer de vrouw en gaat het ook om de gevolgen van rolpatronen voor mannen.

Uit: Integratieve kinder- en jeugdpsychotherapie, Fop Verheij, 2005.

Ontstaan

In de jaren 1970 ontstond onder invloed van de vrouwenbeweging de feministische therapie of vrouwenhulpverlening. Het was een innovatieve gezondheidsbeweging waarin het persoonlijke, het politieke en het professionele samenkwamenFeministen protesteerden tegen de seksestereotiepe benadering van vrouwen in de geestelijke gezondheidszorg. Vrouwen voelden zich niet serieus genomen, de oorzaken van hun klachten werden vooral gezocht in biologische en persoonlijkheidsproblemen gezocht. Als reactie ontstonden er alternatieven zoals vrouwenzelfhulpgroepen en vrouwengezondheidscentra. De overheid was van mening dat vrouwenhulpverlening essentieel was voor een goede zorg en financierde dergelijke initiatieven.

Ontstaan van de vrouwenhulpverlening

Feministische therapie was heel vernieuwend : ze wou een zo gelijkwaardig mogelijke relatie tussen patiënt en therapeut, de onderlinge machtsverschillen minimaliseren en de sociale context betrekken bij de therapie door de seksestereotiepe opvattingen ter discussie te stellen. Van alle onderwerpen die de beweging bespreekbaar maakte en op de politieke en professionele agenda zette, zijn sekseverschillen, huiselijk en seksueel geweld en ervaringsdeskundigheid historisch het meest vernieuwend gebleken.

In de jaren 1980 groeide er ook belangstelling voor de positie van mannen in de hulpverlening. Zij voelden zich ook benadeeld door de seksestereotiepe en inadequate benadering. In het licht van mannelijkheidscoderingen werden mannen gezien als agressief en gevoelloos. Als reactie hierop ontwikkelde de mannenhulpverlening nieuwe inzichten en methoden. Machtsverschillen staan niet langer centraal, het gaat meer om de prijs die mannen betalen in gezondheid. In de jaren 1990 bouwde men voort op de inzichten en uitgangspunten van vrouwen- en mannenhulpverlening en introduceerde men de seksespecifieke hulpverlening.

In de seksespecifieke hulpverlening gaat het om de kwalitatieve verbetering van de zorg en hulpverlening voor vrouwen én mannen. Men kijkt bijvoorbeeld naar de invloed van onderliggende machtsverschillen, denkbeelden en opvattingen over vrouwelijkheid en mannelijkheid. Vanzelfsprekende stereotiepe patronen worden blootgelegd. Men gaat er niet langer van uit dat verschillen tussen vrouwen en mannen biologisch te verklaren zijn, maar vooral gesitueerd moeten worden tegen de achtergrond van een sociaal-culturele en maatschappelijke context. Er wordt rekening gehouden met de effecten van sociale rollen van mannen en vrouwen op het ervaren en naar buiten brengen van klachten. Seksespecifieke of gendersensitieve therapie is nog nauwelijks ontwikkeld.

Bronnen:

Principes


Een veilig en prettig leefklimaat, een gelijkwaardige hulpverleningsrelatie en transparantie staan centraal;

Cliënten worden geïnformeerd over de seksespecifieke gevolgen van bepaalde problemen of klachten;

Opvattingen van cliënten over mogelijke oorzaken voor het ontstaan van hun problemen worden bij de behandeling betrokken;

Sterk geloof in de kracht en competenties van cliënten. In plaats van op de ziekte of stoornis te focussen, probeert de hulpverlener de cliënt te empoweren door zijn handelingsvermogen en capaciteiten te stimuleren en vergroten;Feministische therapie

Seksestereotypering, seksediscriminatie, uitsluiting, machtsuitoefening en misbruik worden bestreden;

Seksespecifieke hulpverlening wil bijdragen aan het verbeteren van de positie, de mogelijkheden en kansen van de cliënten, vrouwen en mannen.

Vrouwenhulpverlening of feministische therapie kan naargelang van de therapeut anders worden toegepast, maar wat de verschillende visies bindt is het belang van de context. Het individu wordt niet geïsoleerd en verklaringen voor psychische problemen worden niet louter bij het individu gezocht. Tegelijk wordt de cliënt niet gereduceerd tot een verzameling van sociale rollen in de patriarchale maatschappij. De therapeut zoekt voortdurend de spanning op tussen de individuele ervaring en de bredere context waarin die plaatsvindt.

Voordelen

Er wordt rekening gehouden met sekseverschillen;

Doorbreekt stereotiepe waarden en normen;

Doet recht aan de alledaagse werkelijkheid van vrouwen en mannen;

Is cliëntgericht en voorkomt dat cliënten in oude patronen hervallen;

Men handelt vanuit verschillende invalshoeken.

Relatie tussen de hulpverlener en cliënt

vrouwenhulpverlening: een zo gelijkwaardig mogelijke relatie tussen patiënt en therapeutDe vrouwenhulpverlening wordt vooral gekenmerkt door de nood aan een gelijkwaardige relatie tussen de hulpverlener en de cliënt. Feministische hulpverleners klagen vooral de asymmetrie in het persoonlijk discours van de klassieke therapie aan: cliënten worden verondersteld hun meest intieme ervaringen en gevoelens te delen terwijl de therapeut afzijdig blijft en geen informatie uit zijn privéleven deelt. Feministische hulpverleners pleiten daarom voor een minder formele en terughoudende houding en voor een interactievere aanpak. In tegenstelling tot de typische afstandelijke, stille en afwezige rol van de therapeut probeert men in de vrouwenhulpverlening een actieve en aanwezig rol aan te nemen. Hulpverleners delen bijvoorbeeld vaak hun ervaringen of gevoelens tijdens gesprekken met cliënten.  

Meer lezen:

Deontologische code en richtlijnen voor feministische therapeuten: Feminist therapy theory and practice: a contemporary perspective, Mary Ballou,  Marcia Hill & Carolyn West, 2008. (RoSa exemplaarnummer: Ce/0225)

Vrouwenhulpverlening vandaag

De vrouwenhulpverlening werd lange tijd verweten dat ze elitair was en vooral gericht op blanke, redelijk hoog opgeleide vrouwelijke cliënten. Halverwege de jaren 1980 begon hier verandering in te komen door eveneens aandacht te schenken aan zwarte en migrantenvrouwen, oudere vrouwen, prostituerende vrouwen en lesbische vrouwen. Tegenwoordig concentreert de feministische therapie zich ook op raciale en etnische ongelijkheid, sociale klasse, handicap, leeftijd en seksuele identiteit. Deze aspecten zijn onlosmakelijk verbonden met gender, en moeten niet als een aparte categorie worden beschouwd.

Vrouwenhulpverlening is meer dan een therapie: het is een beweging die pleit voor sociale verandering en dominante modellen aanvecht. Naast zelfredzaamheid en verandering op individueel niveau engageert de feministische therapeut zich ook voor sociale verandering en probeert ze haar cliënt aan te sporen hetzelfde te doen. Vrouwenhulpverlening is vandaag nog steeds relevant en actueel omwille van de huidige patriarchale systemen. Terwijl in Nederland de vrouwenhulpverlening vrij goed uitgebouwd is, vind je in Vlaanderen amper gespecialiseerde vrouwentherapeuten. Daarom zijn vrouwen aangewezen op instanties voor algemene hulpverlening.

Meer lezen:

Seksespecifieke hulpverlening als meetlat voor een kwalitatief goede zorg, Dr. Majone Steketee, Dr. Katja van Vliet, Drs. Meta Flikweert, januari 2002
Deel I: Inventarisatie en ontwikkeling van kwaliteitsbeleid in de GGZ vanuit SHV 
Deel II: Kwaliteitsinstrumenten vanuit het perspectief van seksespecifieke hulpverlening

Op zoek naar hulp?

België:

Nederland:

Aanraders uit de RoSa bibliotheek

Feminist therapy theory and practice: a contemporary perspective, Mary Ballou, Marcia Hill & Carolyn West, 2008. (RoSa exemplaarnummer Ce/0225) The state of feminist social work, Vicky White, 2006. (RoSa exemplaarnummer: EIIg/372)Seksespecifieke zorg en hulpverlening: veertig vragen en antwoorden, Ineke van der Vlugt, 2000. (RoSa exemplaarnummer Ca/509)The equality complex: lesbians in therapy: a guide to anti-oppressive practice, Val Young, 1995. (RoSa exemplaarnummer: Ae/0035)Vrouwen en alcohol, Anja Meulenbelt en Anke Wevers, 1994. (RoSa exemplaarnummer Ca/0364)

  • Vrouwenhulpverlening 1975-2000: beweging in en rond de gezondheidszorg, Janneke Van Mens-Verhulst, Berteke Waaldijk, 2008 - (RoSa exemplaarnummer Cm/0058)
  • Feminist therapy theory and practice: a contemporary perspective, Mary Ballou, Marcia Hill & Carolyn West, 2008. (RoSa exemplaarnummer Ce/0225)
  • The state of feminist social work, Vicky White, 2006. (RoSa exemplaarnummer: EIIg/372)
  • Seksespecifieke zorg en hulpverlening: veertig vragen en antwoorden, Ineke van der Vlugt, 2000. (RoSa exemplaarnummer Ca/509)
  • The equality complex: lesbians in therapy: a guide to anti-oppressive practice, Val Young, 1995. (RoSa exemplaarnummer: Ae/0035)
  • Vrouwen en alcohol, Anja Meulenbelt en Anke Wevers, 1994. (RoSa exemplaarnummer Ca/0364)
  • The women's health movement: feminist alternatives to medical control, Sheryl Burt Ruzek, 1978. - (RoSa exemplaarnummer Ca/0642)
  • Vrouw en groeps-psychotherapie, Hilde Engelen, Van De Ploeg Susan, 1985 - (RoSa exemplaarnummer Ce/0058 )
  • Feministische therapie in theorie en praktijk bij de Stichting Balsemien, Els Ouborg, 1986 - (RoSa exemplaarnummer Cf/0146)
  • Vrouwenhulpverlening in de huisartsenpraktijk, Marijke De Vries 1986 - (RoSa exemplaarnummer Ca/0204)
  • Vrouw en therapie : gesprekken met coryfeeën van de vrouwenhulpverlening, Tieneke Koning, 1991 - (RoSa exemplaarnummer T/0342)
  • Strijd om kwaliteit : 10 jaar vrouwengezondheidszorg, eindred. Angeline Van den Berg ; red. Marleen Baerveldt, Ingrid Baart, 1991 - (RoSa exemplaarnummer Cm/0018)
  • Het zelf-in-relatie: nieuwe psychologie voor de vrouwenhulpverlening, Jean Baker Miller (e.a.), 1991- (RoSa exemplaarnummer Ce/0257)
  • Een waanzinnig stel ? : vrouwenhulpverlening en psychiatrie in Amsterdam, Judith Meijer, Julia Da Lima, 1992 - (RoSa exemplaarnummer Cg/0050)
  • Alledaagse ongelijkheid : sekse- en klasseverschillen in de hulpverlening, Mieke Peeters, 1993 - (RoSa exemplaarnummer Cf/0189)
  • De eerste jaren : werkprogramma vrouwenhulpverlening, Maria Van Bavel, Aaf Tiems, 1996 - (RoSa exemplaarnummer Ce/0152)
  • Vrouwenhulpverlening : diversiteit als bron van zorg, Janneke Van Mens-Verhulst, 1996 - (RoSa exemplaarnummer Ce/0151)
  • Ganzenbordgroep en verder, Hanneke Van Buuren, Joke Kool-Smit, Gosina Mandersloot - (RoSa exemplaarnummer FII g/0336)
  • ABC van de vrouwenhulpverlening, Emke Westers, Truus Pinkster, [1996] - (RoSa exemplaarnummer Cf/0236)