Hoe komen we er?
Impact van het kiessysteem
In de RoSa bibliotheek

Hoe komen we er?

Sinds de invoering van het algemeen stemrecht op 27 maart 1948 hebben vrouwen en mannen gelijke politieke rechten. Vrouwen kregen volledig stemrecht (plicht) en mochten zich kandidaat stellen op alle niveaus van de politieke besluitvorming. Optimisten onder ons meenden dan ook dat de grootste slag gewonnen was. Van dan af aan zouden vrouwen steeds meer participeren in de politieke besluitvorming. Langzaam maar zeker zou de paritaire democratie gerealiseerd worden. En toch. Vandaag is het begeerde evenwicht nog verre van een feit. Gelijke rechten, zo bleek maar weer eens, zijn geen garantie voor gelijke kansen. Het verloop van de vrouwelijke participatie gaat niet stapsgewijs vooruit zoals gehoopt, maar kent een grillig verloop met ups en downs. De pariteit heeft een duwtje nodig om haar over bepaalde drempels te halen.

Onderwijs en vorming

De politieke opvoeding is belangrijk. Onderwijs kan hierbij een krachtig wapen zijn. Het kan de beeldvorming ("politiek is een mannenzaak") doorbreken, het kan inzicht verschaffen in de werking van de democratie en het kan nuttige politieke ervaring opleveren. Ook de vorming en ondersteuning van nieuwe vrouwelijke kandidaten is van belang.

Meer informatie omtrent onderwijs over politieke systemen & participatie vind je op de educatieve dienst van het Vlaams Parlement: De Kracht van je stem. Deze site bevat informatie voor zowel het Basis- als het secundair onderwijs, alsook specifieke tips & informatie gericht aan lesgevers.

Sensibiliseringscampagnes

De paritaire democratie kan voor een stuk gerealiseerd worden door informatie- en bewustwordingscampagnes gericht op een mentaliteitswijziging. Sinds halfweg de jaren ‘ 70 worden Stem-vrouw’ campagnes gevoerd.
Het doel van deze campagnes is niet enkel het sensibiliseren van de publieke opinie, maar men hoopt ook potentiële kandidates en de politieke partijen zelf wakker te schudden.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek verzamelt het concreet cijfermateriaal  zodat het mogelijk wordt de stand van zaken te concretiseren, te evalueren en op te volgen. Bovendien kan de confrontatie met de naakte cijfers op zich sensibiliserend werken. Deze cijfers kunnen dan geïnterpreteerd en geëvalueerd worden zodat trends worden weergegeven, adviezen geformuleerd en strategieën ontwikkeld.

Structurele maatregelen: quota

Sensibilisering en onderzoek alleen volstaan jammer genoeg niet om de paritaire democratie te realiseren. Politicologen zijn het erover eens dat een extra zetje nodig is om een doorbraak te realiseren: structurele maatregelen die de vrouwelijke participatie wettelijk ondersteunen. Meestal zijn dit quota-maatregelen al dan niet versterkt door de bepalingen van het kiessysteem. 

Impact van het kiessysteem

Het omzetten van stemmen naar politieke vertegenwoordiging gebeurt volgens de spelregels van het kiessysteem. De bepalingen van een kiessysteem zijn niet genderneutraal, ze hebben hun gevolgen voor de machtsverhoudingen.
Voor de man-vrouwverhoudingen in de politiek spelen vooral de mate van proportionaliteit en het aantal zetels per partij per kieskring een belangrijke rol.

Proportionaliteit

Proportioneel vs meerderheidssysteem

Bij een proportioneel kiessysteem is het aantal behaalde zetels in verhouding met het aantal gewonnen stemmen. Meerderheidssytemen kennen maar één winnaar, namelijk de lijst die een meerderheid aan stemmen behaalde.

Impact op pariteit?

In landen met proportionele systemen worden meer vrouwen verkozen als in landen met meerderheidssystemen. Proportionele kiesstelsels werken in het voordeel van de vrouwen omdat partijen in zo’n systeem een diverse mix aan kandidaten gaan voorstellen die de verschillende subgroepen van het electoraat aanspreken. In een meerderheidssysteem staat meestal één kandidaat centraal die zoveel mogelijk mensen moet aanspreken. Vaak gaat dit om een gevestigde waarde, tot nader order vaker een man dan een vrouw.

In België

In België geldt sinds 1899 een proportioneel lijstsysteem.

Aantal zetels per partij en per kieskring

Party magnitude?

De party magnitude is het aantal zetels dat een partij per kieskring kan winnen. Hoe groter de kieskring, hoe hoger het aantal zetels dat er per kieskring onder de partijen te verdelen valt. Ook het aantal partijen speelt hier een rol. Het positief effect van een grote kieskring vermindert naarmate er meer partijen opkomen binnen die kieskring. Het aantal partijen waartussen de zetels verdeeld moeten worden, wordt wettelijk bepaald door de kiesdrempel.

Impact op pariteit?

In landen met proportionele kiessystemen met grote kieskringen vinden we het meest vrouwelijke verkozenen terug.  Opdat het proportionele kiesstelsel voordelig zou zijn voor vrouwen moet het gepaard gaan met een voldoende grote party magnitude. Een grote party magnitude verhoogt de kans op verkiezing van talrijke kandidaten op gevarieerde kandidatenlijsten. Als alle partijen per kieskring meer dan een paar verkozenen hebben, dan zullen ze meer geneigd zijn een mix van kandidaten aan de kiezer voor te stellen, waaronder ook meer vrouwen.

In België

  • de kiesdrempel
    Enkel de lijsten die minstens 5% halen van de totale stemmen in een kieskring komen in aanmerking voor de zetelverdeling. Een kiesdrempel doet het aantal partijen afnemen en verhoogt dus het aantal zetels per partij.
    (Wet van 13 december 2002 – B.S. 10/1/2003)
  • de kieskringen
    De kiesarrondissementen voor de Kamer zijn sinds 2003 groter: ze stemmen nu ongeveer overeen met het territorium van de provincies. Daardoor stijgt het aantal te begeven zetels per kieskring gemiddeld van 7,5 naar 13,5. Het gevolg is dat politieke partijen kandidatenlijsten voordragen met een grotere diversiteit. Daardoor maken de vrouwen een grotere kans om ook verkozen te worden. (Koninklijk besluit van 22/1/2003 – B.S. van 7/2/2003)
    De cijfers bevestigen dit. Het aantal vrouwen in Federale kamer en in het Vlaams Parlement is sinds de invoering van de grotere kieskringen gestegen. Voor de Federale Senaat was die toename er al bij de hervorming van 1993 (waarbij het aantal verkiesbare plaatsen per lijst fors toenam) Het Waalse Parlement waar de oude kieskringen werden behouden heeft nog steeds het minst aantal vrouwelijke verkozenen.

Open of gesloten lijsten

wat?

Bij gesloten lijsten geef je je stem aan een partij. De partij bepaalt de volgorde van de kandidaten op een lijst en de verdeling van de zetels. Bij open lijsten breng je je stem uit op kandidaten van een partij. Het aantal voorkeurstemmen bepaalt naar wie er een zetel gaat. Tussen deze twee uitersten is er een spectrum aan alternatieven waarbij er meer of minder gewicht wordt verleend aan de lijsstem of de voorkeurstem.

Impact op pariteit?

Onderzoekers zijn het er niet over eens welk systeem in het voordeel van vrouwen is. Bij open lijsten moet je de kiezers ervan overtuigen om op vrouwen te stemmen. Stem vrouw -campagnes kunnen hierbij helpen. Algemeen gesproken gebruiken echter weinig kiezers hun voorkeurstemmen om meer vrouwen, holebi’s of kandidaten van allochtone orgine te verkiezen. Voorkeurstemmen gaan in de meeste gevallen naar bekende kandidaten, meestal zijn dat mannen. Bij gesloten lijsten moet je de partijtop zover brengen vrouwen op goede plaatsen te zetten. Het invoeren van quota kunnen dit afdwingbaar maken.

In België

In het Belgisch kiessysteem spelen zowel de voorkeurstemmen als de lijstvolgorde een rol. Zij het in verschillende mate afhankelijk van het verkiezingsniveau. Kiezers kunnen ofwel een lijststem uitbrengen ofwel één of meer kandidaten binnen dezelfde lijst een voorkeurstem geven. 

Beperking van de impact van de lijststem
De impact (devolutieve kracht) van de lijststem werd met de helft ingeperkt. De lijststemmen gaan sinds de verkiezingen van 2003 slechts voor de helft naar de kandidaten. Hierdoor gaan voorkeurstemmen een grotere rol spelen.
De devolutieve werking van de lijststem betekent dat de stemmen die aan de lijst gegeven werden (“kopstem”) toegekend worden aan de kandidaten, in de volgorde dat ze op de lijst staan. Daarbij krijgt de eerste op de lijst het aantal stemmen nodig om verkozen te worden, het overschot van de lijststemmen gaat naar de tweede tot die verkozen is en zo verder, tot alle lijststemmen opgebruikt zijn. Sinds 2001 wordt dat overdragen van lijststemmen naar kandidaten dus gehalveerd.
Er werd gevreesd dat, als het gewicht van de voorkeurstemmen toeneemt, de lijstvolgorde daardoor vaker zal worden omgegooid. Dat zou in het nadeel van de vrouwelijke kandidaten zijn die volgens de pariteitswet voortaan op een verkiesbare plaats moeten staan. De invloed van de lijststem beperken zou de nuttige volgorde van de lijst wijzigen en de pariteitswet uithollen. Na de verkiezingen van 2003 bleek die vrees ongegrond: de volgorde op de lijst speelde nog altijd een grote rol en vrouwen kregen veel voorkeurstemmen.
(Wet van 27/12/2000 – B.S. 24/1/2001)

De quotawetten
Sinds 2002 gelden de "quotawetten" of pariteitswetten":het verschil tussen het aantal mannen en vrouwen op de lijst mag niet meer dan één zijn. Bovendien moeten de eerste twee kandidaten van elke lijst een man en een vrouw zijn.
Er zijn quotawetten geldig voor de Europese, Federale en regionale verkiezingen. De lokale en provinciale verkiezingen zijn een bevoegdheid van de gewesten, zij hebben hun eigen quotaregels. Ook hier geldt dat er evenveel mannen als vrouwen op de lijsten moeten staan. Voor Vlaanderen en Wallonië geldt dat hierbij dat de eerste drie plaatsen op de lijst niet van hetzelfde geslacht mogen zijn. Brusselse lijsten volgen het ritsprincipe voor de eerste twee plaatsen.
(Wet van 17 juni 2002  - BS 28/8/2002
Wet van 18 juli 2002 - BS 28/8/2002
Particula Bijzondere wet van 18 juli 2002 - BS 13/9/2002)

Zin en onzin van quota

Het effect van de Belgische quotawetten is niet eenduidig. De quotawetten zorgen weliswaar voor een evenredige verdeling van mannen en vrouwen op de lijsten, maar voor een effect op de verdeling van de zetels zijn enkel de verkiesbare plaatsen van belang. Daar zijn de quotawetten niet erg streng: enkel voor de eerste twee plaatsen op de lijst worden er regels opgelegd.
Dit betekent concreet dat de quotawet maximaal werkt wanneer er twee verkozenen zijn per lijst. Zijn er meer verkozenen, dan verwatert de invloed van de wet, is er maar één verkozene, dan is er geen impact. Idealerwijs moeten quota inspelen op de specifieke bepalingen van het kiessysteem (grootte van de kieskringen, kiesdrempel, open of gesloten lijsten,...). Quota hebben slechts reële impact wanneer de verdeelsleutel van toepassing is op de verkiesbare plaatsen. Toch hebben quota effect in die zin dat ze een algemeen aanvaarde minimumstandaard opleggen. Partijen die zich op dit gebied willen profileren moeten het dus beter doen dan het wettelijk opgelegd minimum. Quota-maatregelen worden ook niet door iedereen gedragen, en werken zelfs vaak hevige aversie op. Tegenstanders vinden dat quota ingaan tegen democratische basisprincipes. Ze leiden volgens hen tot een oneerlijke selectie van kandidaten en ontnemen de kans om te stemmen op de kandidaat van keuze. Bovendien vinden tegenstanders dat quota de geloofwaardigheid van vrouwelijke politici aantasten.

Samenvattend

Heel wat bepalingen van het kiesstelsel hebben hun invloed op de man-vrouwverhoudingen op de politiek. Die bepalingen kunnen elkaar versterken dan wel neutraliseren. Het ideale kiesstelsel voor vrouwen is volgens de meeste politicologen: een proportioneel systeem, met een groot aantal zetels per partij en per kieskring, een kiesdrempel en gesloten lijsten samen met strikte genderquota.

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek

boekcover

  • The impact of gender quotas / Susan Franceschet, Mona Lena Krook & Jennifer M. Piscopo. Oxford University Press, 2012 - RoSa ex.nr.: FII c/0160
  • Feminist constitutionalism: global perspectives / Beverley Baines, Daphne Barak-Erzez & Tsvi Kahana. Cambridge: Cambridge University Press, 2012 - Rosa ex.nr.: FII c/0158
  • Women, gender, and politics: a reader / Mona Lena Krook, Sarah Childs. Oxford University Press, 2010 - RoSa ex.nr.: M/0409

  • De politieke deelname van vrouwen na de verkiezingen van 7 juni 2009: een objectieve balans van de quota / Sandra Sliwa, Nicolas Bailly & Geraldine Reymenants / Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, 2010 - RoSa ex.nr.: FII b/1236 of bekijk online (pdf).
  • Quotas for women in politics: gender and candidate selection reform worldwide / Mona Lena Krook. Oxford University Press, 2009 - RoSa ex.nr.: FIIIb/0028 - bekijk in google books
  • De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek (PDF, 1.17 MB) / Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, 2007 - RoSa ex.nr.: FIIb/1030
  • De macht van het geslacht. Gender, Politiek en Beleid in België / Karen Celis & Petra Meier, 2006 - RoSa ex.nr.: FIIb/994