“Ben je wit? Ben je cis? Ben je hetero? Ben je een man? Naar achter!” Wie Sophie Straat kent, weet dat de feministische punkartiest politieke statements niet schuwt, noch in haar muziek, noch op het podium. Maar toen ze tijdens een reeks recente optredens witte mannen opriep om een stap naar achteren te zetten, barstte de controverse los. Op sociale media en in de pers regende het kritiek voor de Nederlandse; op Instagram kreeg ze seksistische opmerkingen, haatberichten en doodsbedreigingen. Volgens critici maakt Straat zich schuldig aan de discriminatie die ze zelf wil aankaarten door de witte man uit te sluiten. Unia ontving naar aanleiding van de uitspraak honderden meldingen.
Toch oordeelt het gelijkekansencentrum dat Straat niet wilde uitsluiten, maar structurele ongelijkheden aan de kaak wilde stellen. Haar uitspraak is dan ook niet nieuw of uniek in de muziekwereld. Zo eisten de mannelijke muzikanten Bob Vylan en Frank Carter eerder al ruimte op vooraan in het publiek voor FLINTA*-personen (Engelse afkorting voor female, lesbian, intersex, non-binary, trans & agender) om veilig te kunnen dansen–en kregen daarvoor trouwens nauwelijks kritiek. Maar de oproep van Straat heeft vooral diepe roots in de feministische punkbeweging Riot grrrl, die dertig jaar geleden met hetzelfde statement furore maakte.
In de jaren negentig van de vorige eeuw voelden heel wat meisjes en vrouwen in de punkscene zich ondergewaardeerd in een muzieklandschap waar mannen de plak zwaaiden. Hun perspectieven en ervaringen werden niet serieus genomen; hun boosheid werd weggewuifd als een irrationele opwelling. Met dat hardnekkig seksisme wilde een groep vrouwen in het Amerikaanse Washington korte metten maken. Ze organiseerden een meeting over het probleem, die uitmondde in een nieuwe beweging die wél ruimte moest maken voor de tegendraadse stem van punkvrouwen: Riot grrrl.
Uit de beweging groeiden bands als Bikini Kill, Sleater-Kinney of Bratmobile, die hun vrouwelijke woede kanaliseerden met kwade pamfletten van nummers. Met persoonlijke, ongezouten lyrics over verkrachting, eetstoornissen of seksuele verlangens doorbraken ze taboes en kaartten ze patriarchale ongelijkheden aan.
Ze putten daarvoor inspiratie uit vrouwelijke pioniers in het genre van de rock- en punkmuziek, van de eigenzinnige PJ Harvey tot de provocerende Joan Jett. Reeds in de jaren zeventig maakte de ongepolijste branie van vrouwelijke punkbands als The Slits en The Raincoats furore. Zo vermaakten The Slits bewust 'lelijkheid' tot hun merk–op de hoes van hun debuutalbum Cut staan de leden halfnaakt en besmeurd met modder–om gendernormen aan te kaarten. The Raincoats riepen zichzelf in het leven na het zien van een performance van The Slits, ook al beschikten ze nauwelijks over muzikale ervaring. Maar net zoals bij de Riot grrrls was expressie, autonomie en het doorbreken van gevestigde normen belangrijker dan technische perfectie.
Bovendien inspireerden hun DIY-houding en ongefilterde rebellie ook vrouwelijke fans om hun stem te vinden. Volgens Amerikaans onderzoek vinden tienermeisjes in idolen als Patti Smith of The Slits een goedkeuring om ongegeneerd zichzelf te zijn. "Het punkplatform bood vrouwen een manier, en blijft dat ook vandaag doen, om inspiratie te putten uit hun eigen levenservaringen. Via creatieve expressie (...) lieten ze zien hoe zowel vrouwen als mannen kunnen profiteren van vrouwelijke perspectieven (...) om genderrollen en maatschappelijke verhoudingen te herdefiniëren."
Maar als politieke beweging ging Riot girrrl verder dan muzikaal protest. Om hun gedachtegoed ook buiten de podiumzalen te verspreiden, maakten vrouwen uit de gemeenschap hun eigen DIY-zines. Daarin schreven ze in de vorm van gedichten, collages of met de hand getekende illustraties naar hartelust over thema's die in de gevestigde media weinig aandacht kregen. De zines werden goedkoop en snel geproduceerd en informeel verspreid via scholen, muziekevenementen of platenwinkels. Door dat gebrek aan een formele structuur konden vrouwen makkelijk zelf teksten of beelden maken, en kregen ze eigenaarschap over hun ervaringen.
Het is in deze politieke context dat de frontvrouw van de punkband Bikini Kill, Kathleen Hanna, de bekende leuze 'Girls to the front' gebruikte. Volgens Hanna belemmerden de mannen voorin het zicht van de vrouwelijke fans. "Hoe kunnen meisjes zelf een band starten als ze de andere vrouwen niet kunnen zien spelen?", vertelt de artieste in haar memoire Rebel Girl: My Life as a Feminist Punk. Voor Hanna was het creëren van een veilige ruimte voor haar vrouwelijke fans het allerbelangrijkste: "Ik besloot alles te doen wat in mijn macht lag om van Bikini Kill-concerten een tijdelijke vrijplaats van seksisme te maken, hoe onvolmaakt die ook mocht zijn."
Voor die uitspraken kreeg Hanna net zoals Straat het verwijt een "mannenhater" of een "omgekeerde seksist" te zijn. Ook nam de pers de woede en het politieke activisme van de band niet altijd serieus. Zo omschreef het muziekmagazine Rolling Stone hun debuutalbum als een "achterlijke klaagtirade". Naar aanleiding van de aanhoudende kritiek ging de band over tot een complete 'media blackout'. De leden voelden zich misbegrepen en in een fout daglicht gesteld.
Het mocht niet baten: onder continue spotlights evolueerde de Riot grrrl-beweging van opstandige ideologie naar commerciële esthetiek, die weinig te maken had met haar eens radicale esprit critique. Maar de beweging raakte eveneens in verval omdat voornamelijk witte vrouwen de boventoon voerden. De specifieke ervaringen van vrouwen van kleur of trans vrouwen werden routineus over het hoofd gezien, waardoor heel wat leden zich niet meer veilig voelden in de beweging.
Desondanks had de beweging een blijvende impact op de muzieksector. Als anti-establishment beweging wilden ze gevestigde industrie niet simpelweg vervrouwelijken, maar met de grond gelijk maken. Zo effenden ze mee het pad voor latere generaties vrouwelijke muzikanten die genderrollen en machtsverhoudingen ter discussie stelden.
Ook dertig jaar later zijn de ambities van de Riot grrrl-beweging relevant, want de muziekwereld heeft nog steeds te kampen met seksisme. Vrouwen op én naast het podium krijgen te maken met verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag: van infantilisatie tot seksueel getinte communicatie of fysieke toenaderingen. Volgens een onderzoek van platenlabel Believe en distributiebedrijf TuneCore komt drie op de vijf vrouwen in de muzieksector in contact met seksuele intimidatie.
Bovendien meldt een groot deel van de slachtoffers incidenten niet, omdat ze zich als artiest vaak in een kwetsbare positie bevinden. "Grensoverschrijdend gedrag is een probleem in veel sectoren, maar binnen de muziekindustrie kent het unieke uitdagingen, met informele contacten, freelancestructuren en machtshiërarchieën", schrijft het artiestensteunpunt VI.BE. "De combinatie van al die factoren creëert een klimaat van angst en stilzwijgen, waarin slachtoffers zich vaak machteloos voelen om grensoverschrijdend gedrag te melden."
Het meest recente voorbeeld zijn de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag jegens vier mannelijke dj's uit de technowereld eerder dit jaar. Naar aanleiding van de ophef reageerden vrouwelijke dj's luid en duidelijk: ondanks verhoogde bewustwording rond genderongelijkheid in de muziekwereld blijven clubs en festivals onveilige plekken voor vrouwen.
In de context van die aanhoudende genderdiscriminatie is de 'Witte mannen naar achteren'-oproep dus minder radicaal dan tegenstanders denken of beweren. Eerder is ze een poging van een nieuwe generatie punkvrouwen–met onder andere artiesten als Maria Iskariot, Kaat Van Stralen of Sophie Straat–om zonder schroom ruimte op te eisen die ze niet zomaar cadeau krijgen.
Met haar FLINTA*-moshpit gaat Straat bovendien intersectioneler te werk dan haar voorgangers. Ze wil uitdrukkelijk plaats maken voor groepen vrouwen die in het verleden vergeten zijn, zoals queer of trans vrouwen, non-binaire personen of mensen van kleur. "Schouderklopjes gaan de wereld niet redden," schrijft ze na de ophef in een post op Instagram, "FLINTA*-moshpits misschien ook niet. Maar zwijgen betekent 'einde gesprek' en dat is geen optie."
