Skip to main content
Thumbnail lange bespreking 2 Fat Talk

Fat Talk - Virginia Sole-Smith

RoSa leest - 25 jun 2026
In Fat Talk analyseert en bekritiseert Virginia Sole-Smith een Amerikaanse en, breder beschouwd, westerse cultuur die een morele betekenis en waardeoordeel toekent aan lichaamsgewicht. Als antwoord daarop pleit zij ervoor om gewicht te bekijken vanuit de lens van lichamelijke diversiteit, in plaats van een teken van discipline, succes en zelfcontrole of als een gezondheidskwestie die gecontroleerd en ingetoomd moet worden.
“This entire project of categorizing people by body size - and determining that there is only one ‘normal’ weight range - is flawed and loaded with bias.”
Virginia Sole-Smith in Fat Talk (2024, p. 13)

Over de auteur en het boek

Virginia Sole-Smith is een Amerikaanse onderzoeksjournalist en auteur die vooral schrijft over thema’s als gezondheid, dieetcultuur, anti fat bias, ouderschap en lichaamsbeeld. Haar werk verscheen onder meer in The New York Times en Medium, en daagt gangbare ideeën uit over de relatie tussen gezondheid, cultuur en lichaamsbeeld.

In Fat Talk (2024), haar tweede boek na The Eating Instinct: Food Culture, Body Image, and Guilt in America (2018), focust Sole-Smith op de impact van lichaamsgewicht op het welzijn van kinderen en gezinnen. Haar centrale stelling is dat kinderen van jongs af aan geconfronteerd worden met indringende boodschappen over gewicht en waarde: thuis, op school, in de gezondheidszorg, in recreatieve omgevingen zoals de sportschool en de jeugdbeweging, en niet in het minst ook via culturele beeldvorming en sociale media.

Volgens de auteur leert de manier waarop we spreken over lichamen - en vooral over dikke lichamen - kinderen al van jongs af aan dat sommige lichamen meer waarde hebben dan andere. Het voornaamste probleem ligt voor Sole-Smith niet in het gewicht zelf, maar in de sociale en culturele omgeving die lichamen voortdurend beoordeelt en mensen op basis daarvan hiërarchisch indeelt en ongelijk behandelt.

Ze verweeft persoonlijke verhalen van ouders en jongeren met maatschappelijke observaties, wetenschappelijk onderzoek en gesprekken met onderzoekers, zorgverleners en activisten. Zo schetst ze hoe diepgeworteld dieetcultuur, fatphobia en anti fat bias zijn in de Amerikaanse samenleving, en hoe dit resulteerde in een nationale crisis van eetstoornissen en lichaamsontevredenheid.

Terminologie en uitgangspunten

Het boek kadert binnen een bredere beweging die kritiek levert op een obsessieve dieetcultuur die gezondheid als rechtvaardiging inroept voor rigide normen rond slankheid, discipline en zelfcontrole. Dieetcultuur wordt daarbij gezien als een geheel van vooroordelen, praktijken, politieke en economische belangen die slankheid verheerlijken als een vanzelfsprekend gezondheids- en schoonheidsideaal. Sole-Smiths analyses sluiten aan bij feministische en sociaalwetenschappelijke kritieken die blootleggen dat normen rond lichamen, gezondheid en schoonheid allesbehalve neutraal zijn, maar verbonden zijn met ideeën over gender, klasse, ras en macht.

Fatphobia of anti fat bias?

Net als veel anderen in body positivity-, body neutrality- en body liberationbewegingen, spreekt Sole-Smith niet (alleen) van fatphobia, maar van anti fat bias. In het boek gebruikt ze beide termen door elkaar met een voorkeur voor het laatste.

“Oppressive behavior isn’t the same as a phobia. Phobias are real mental illnesses and conflating them with oppressive attitudes and behaviors invites greater misunderstanding of mental illness and the people who have them.”
Aubrey Gordon, auteur van What We Don’t Talk About When We Talk About Fat, geciteerd in Fat Talk (2024, xiv)

In tegenstelling tot Gordon gebruikt Sole-Smith de term wel nog, omdat “it’s important to name how much fear and fearmongering about our children’s health, well-being, and future success drives this conversation” (2024, xiv).

“As we’ll see, it’s very often a manufactured anxiety, taught to us by biased institutions and systems. But parents experience their fatphobia as a kind of terror, nonetheless, because antifatness goes well beyond an aesthetic bias.”
Virginia Sole-Smith in Fat Talk (2024, xiv)

Een dun kind wordt zo een symbool van een geslaagde, gezonde en verantwoordelijke opvoeding. Gezonde eetgewoonten aanleren - zeker wanneer dit gebeurt met plantaardige, lokaal geproduceerde en biologisch geteelde producten - wordt volgens Sole-Smith beschouwd als dezelfde soort deugdzame, sociaal verantwoorde daad als de schermtijd van kinderen begrenzen of sparen voor hun toekomst.

Health At Every Size (HAES)

Ook is Sole-Smith een uitgesproken criticus van de zogenaamde “obesitasepidemie” en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke “war on obesity” die hevig woedt in Amerikaans beleid. Ze bekritiseert deze alarmistische terminologie en stelt dat boodschappen over overgewicht vaak vertrekken vanuit angst en vooroordelen. Die aanpak berokkent volgens haar meer schade dan ze goed doet: wanneer kinderen leren dat dik zijn iets is dat koste wat kost voorkomen of gecorrigeerd moet worden, leidt dat vaak tot lichaamsontevredenheid, eetstoornissen en wantrouwen tegenover gezondheidszorg.

Sole-Smith verdedigt een meer gewichtsinclusieve benadering, geïnspireerd door bewegingen zoals Health At Every Size (HAES). Die benadering pleit voor een meer holistische kijk op gezondheid waarbij niet uitsluitend wordt gefocust op gewicht, maar ook rekening wordt gehouden met factoren zoals beweging, voeding, mentale gezondheid, sociale omstandigheden en toegang tot zorg.

Lof en kritiek

Het boek kreeg veel lof binnen feministische, body liberation- en anti-dieetcultuurkringen, evenals bij onderzoekers en zorgverleners die pleiten voor een meer gewichtsinclusieve benadering van gezondheid. Tegelijk leidde het ook tot debat onder onderzoekers en gezondheidsprofessionals over de manier waarop de auteur wetenschappelijke evidentie rond gewicht en gezondheid interpreteert.

Volgens voorstanders ligt de kracht van het boek in de aandacht voor een onderbelichte vorm van structurele discriminatie: gewichtsstigma. Het boek brengt veel onderzoek samen dat aantoont dat schaamte en discriminatie op basis van gewicht negatieve gevolgen hebben op mentaal welzijn, eetgedrag en de relatie tot gezondheidszorg.

Tegelijk krijgt het boek ook kritiek. Sommige onderzoekers en gezondheidsprofessionals stellen dat Sole-Smith de gezondheidsrisico’s van (ernstig) overgewicht onvoldoende erkent. Hoewel BMI een veelgebruikt instrument blijft in bevolkingsonderzoek, is het inderdaad niet bedoeld noch geschikt om de gezondheid van een individu te beoordelen. Het houdt bijvoorbeeld geen rekening met factoren zoals spiermassa, vetverdeling of metabolisme en kent daarom belangrijke beperkingen. Tegelijk bestaat er wel een brede wetenschappelijke consensus dat overgewicht samenhangt met een verhoogd risico op aandoeningen, zoals type 2 diabetes, slaapapneu, artrose, cardiovasculaire ziekten en bepaalde vormen van kanker.

De voornaamste kritiek luidt dan ook niet dat Sole-Smith het bestaan van gewichtsstigma aankaart - daarover bestaat weinig discussie - maar dat zij wetenschappelijk onderzoek over de relatie tussen gewicht en gezondheid te selectief interpreteert. Volgens critici leidt de terechte aandacht voor stigma soms tot een minimalisering van de medische aspecten van gewicht en haalt het boek vooral onderzoek aan dat haar uitgangspunt ondersteunt. Zij stellen dat het mogelijk is om zowel structurele discriminatie tegen zwaardere personen - zeker in de gezondheidszorg zelf - aan te klagen als te erkennen dat een hoger lichaamsgewicht in bepaalde gevallen een relevante risicofactor kan zijn; daar rekening mee houden is namelijk evengoed essentieel om goede zorg te beiden. Beide perspectieven hoeven elkaar niet uit te sluiten.

Uit een andere hoek klinkt dan weer dat klassieke geneeskunde zelf niet waardevrij of neutraal is. Anti-fat bias stemmen wijzen op tekortkomingen binnen de gezondheidszorg en publieke communicatie, waaronder de sterke focus op lichaamsgewicht ten koste van meer structurele, en meer doorslaggevende factoren voor iemands gezondheid, zoals armoede, stress, slaap, beweging en toegang tot gezonde voeding en sportmogelijkheden.

Wat het boek te bieden heeft

Fat Talk is geen overzichtswerk over gewicht en gezondheid, maar een geëngageerd boek dat de culturele betekenissen onderzoekt die aan gewicht worden opgehangen. De meerwaarde van het boek zit in het zichtbaar maken van hoe diepgewortelde ideeën en normen over lichamen, gezondheid en waarde met elkaar verwezen zijn en hoe schadelijk gewichtsstigma kan zijn, ook voor iemands gezondheid waarover zogezegd bezorgdheid zou zijn. Fat Talk is een laagdrempelig boek dat ogen opent en gesprekken start.