Skip to main content
Diversiteit

Migratie

De totale immigratiecijfers in België laten een evenwichtige verdeling zien tussen mannen en vrouwen. Toch bepaalt gender in grote mate via welke weg nieuwkomers een verblijfsvergunning aanvragen. Waar mannen vaker via zelfstandige arbeidsmigratie instromen, komen vrouwen voornamelijk naar België via gezinshereniging, wat hun verblijfsstatus de eerste vijf jaar afhankelijk maakt van hun partner. Dit brengt specifieke risico's met zich mee bij relatiebreuken of partnergeweld. Daarnaast botsen vrouwen in de asielprocedure, op de arbeidsmarkt en tijdens inburgeringstrajecten op specifieke gendergerelateerde drempels.

De verblijfsstatus

Wanneer we kijken naar de totale immigratie in België in 2025, tonen statistieken van Statbel een relatief evenwichtige verdeling: 53,3% mannen en 46,7% vrouwen.

Om een verblijfsstatuut in België te verkrijgen, hanteert de overheid strikte criteria. Volgens de richtlijnen van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) vormt een gegronde vrees voor vervolging vanwege nationaliteit, religie, politieke overtuiging of het behoren tot een specifieke sociale groep de basis voor asiel. Ook een reëel risico op ernstige schade, zoals foltering of de doodstraf, kan leiden tot bescherming. Het CGVS beoordeelt de geloofwaardigheid van het persoonlijke verhaal en analyseert de veiligheidssituatie in het herkomstland.

De weg naar een stabiele verblijfsstatus is onlosmakelijk verbonden met gender. Binnen de asielprocedure spreekt men dan van ‘gendergerelateerde vervolging’ bij daden van geweld die gericht zijn tegen een persoon vanwege diens gender, of die een bepaalde gendergroep onevenredig hard treffen. Meer specifiek gaat dit over genitale verminking, gedwongen huwelijken, eerwraak, seksueel en huiselijk geweld, of gedwongen sexwerk. Sommige van deze punten gaan niet enkel –maar wel voornamelijk- over vrouwen. Deze vluchtmotieven vallen juridisch onder de asielgrond 'het behoren tot een specifieke sociale groep'.

Een vrouw moet tijdens de procedure bewijzen dat ze in haar eigen land gevaar loopt en dat de overheid in dat land haar niet helpt. Bij trauma of schaamte kan ze beroep doen op een vrouwelijke interviewer en/of tolk. Hoewel Fedasil wettelijk prioriteit geeft aan gezinnen en alleenstaande vrouwen, rapporteert Vluchtelingenwerk Vlaanderen dat het Belgische opvangbeleid in het najaar van 2025 verder is verstrengd. Door nieuwe wetgeving komen naast alleenstaande mannen ook gezinnen met jonge kinderen op straat terecht.

Gezinshereniging

Gezinshereniging vormt voor vrouwen de meest voorkomende legale toegangspoort tot een wettig verblijf. Jaarlijks worden er in België zo’n 40.000 eerste verblijfstitels toegekend op basis van familiale redenen. Hoewel dit een veilige route lijkt, wijst het federale migratiecentrum Myria op de administratieve verstrenging van de procedure. De voorwaarden rond stabiel inkomen, huisvesting en krappe indieningstermijnen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk aangescherpt.

Wanneer een persoon als afhankelijke partner naar België komt, is de verblijfsstatus gedurende de eerste vijf jaar wettelijk voorwaardelijk gekoppeld aan de gezinssituatie. Een overlijden van de partner, scheiding of een relatiebreuk binnen deze periode betekent in veel gevallen een verhoogd risico op het verlies van het verblijfsrecht.

Voor personen die te maken krijgen met partnergeweld voorziet de wetgeving een uitzonderingsclausule om slachtoffers te beschermen. Maar omdat de nadruk op fysieke bewijzen ligt, krijgen slachtoffers van psychisch of economisch geweld moeilijker toegang tot deze bescherming. Het is hierbij noodzakelijk dat slachtoffers die de woning verlaten, deze feiten onmiddellijk melden, bewijsmateriaal bewaren en de overheid snel informeren om stopzetting van het verblijfsrecht te voorkomen. Dit is een administratieve drempel die in een crisissituatie zo goed als onhaalbaar is.

Arbeid

Een onafhankelijke verblijfsstatus kan ook via tewerkstelling worden verkregen. Daar tekent zich een duidelijke genderkloof af. Data van Myria tonen aan dat er structureel meer toelatingen tot arbeid (economische migratie) aan mannen worden toegekend dan aan vrouwen. Vrouwen stromen dus minder vaak door via reguliere arbeidsmigratie.

Zolang de verblijfsprocedure loopt, is de toegang tot de formele arbeidsmarkt beperkt of onduidelijk. Dit dwingt vrouwen in de schaduweconomie (1) of in onbetaalde zorgarbeid. Zonder wettelijk statuut of toegang tot sociale controle stijgt het risico op economische uitbuiting en misbruik aanzienlijk. Deze precaire status maakt hen bovendien een kwetsbaar doelwit voor mensenhandel en illegale circuits.

Wanneer er wel toegang is tot de officiële arbeidsmarkt, is er sprake van een oververtegenwoordiging in laagbetaalde, flexibele sectoren zoals de schoonmaaksector, horeca, zorg of de dienstenchèques. Dit valt te verklaren door de taalbarrières, het gebrek aan een lokaal professioneel netwerk en de ongelijke verdeling van huishoudelijke zorgtaken. Zelfs hoogopgeleide nieuwkomers botsen op drempels: de procedures voor diplomagelijkstelling via NARIC-Vlaanderen zijn duur, tijdrovend en vereisen documenten die uit conflictgebieden vaak onmogelijk op te vragen zijn. Het gevolg is underemployment (onderbenutting van kwalificaties), waardoor vrouwen hun competenties niet kunnen inzetten als hefboom voor een autonome verblijfsstatus.

Deze trend trekt zich door in de single permit-statistieken, waar mannen oververtegenwoordigd zijn. Dit valt deels te verklaren door de economische sectoren waarin de meeste arbeidsmigranten via deze procedure naar België komen, zoals de IT-sector, de bouw en technische knelpuntberoepen, sectoren waar mannen statistisch gezien nog vaak oververtegenwoordigd zijn.

Structurele drempels

De aanvraag voor een verblijfsvergunning is een complex administratief proces. Buiten het feit dat er een taaldrempel is, zijn vrouwen die een statuut aanvragen statistisch vaker laaggeletterd of analfabeet in hun moedertaal, wat de toegang tot ingewikkelde juridische procedures bemoeilijkt.

Op beleidsniveau probeert de overheid inburgeringstrajecten flexibel in te richten via avond-, weekend- en afstandsonderwijs binnen de inburgeringscentra. Toch blijft de traditionele zorgrol die vrouwen vaak opnemen een barrière vormen. Het acute, structurele tekort aan flexibele en betaalbare kinderopvang (2) zorgt ervoor dat het voor moeders in de praktijk complex blijft om deze verplichte trajecten succesvol en tijdig af te ronden.

Conclusie

Wanneer administratieve drempels, taalbarrières en een afhankelijke positie samenkomen, heeft dit een directe impact op het dagelijks leven van deze vrouwen. Het verhoogt het risico op kansarmoede aanzienlijk. Dit vertaalt zich niet alleen in precaire woonomstandigheden en onderwijskansen, maar heeft ook een invasieve impact op zowel hun fysieke, emotionele als mentale gezondheid.

In de pers:

  1. Schaduweconomie buit kwetsbare vrouwen uit: ‘Ik werkte aan twee euro per uur’
    (BRUZZ, 25/01/2024)

  2. Moeders met migratieachtergrond op zoek naar werk én kinderopvang(sociaal.net, 16/10/2023)