Gender en handicap zijn geen losstaande categorieën. Vrouwen met een handicap ervaren specifieke vormen van discriminatie die mannen met een handicap of vrouwen zonder handicap niet ervaren. Zo krijgen ze vaker te maken met armoede en geweld, hebben ze beperkter toegang tot onderwijs, werk en gezondheidszorg, en botsen ze op maatschappelijke vooroordelen op het snijvlak van handicap en gender.
De laatste jaren krijgt de relatie tussen gender en handicap steeds meer aandacht binnen feministische denkstromen. Niet verwonderlijk: volgens een rapport van het European Disability Forum maken vrouwen met een handicap 25.9% uit van het totaal aantal vrouwen in de EU, en 60% van de mensen met een handicap. Vrouwen hebben met andere woorden vaker een handicap of een chronische aandoening dan mannen.
Toch blijft het onderzoek naar de ervaringen met vrouwen met een handicap schaars en zijn er weinig verenigingen die hun belangen behartigen. Zo worden ze onzichtbaar gemaakt in statistieken of debatten over gender en diversiteit. Een intersectionele benadering van gender en handicap, die zichtbaar maakt hoe verschillende vormen van ongelijkheid elkaar kruisen en versterken, dringt zich op.
Ondanks wettelijke bescherming tegen discriminatie blijven personen met een handicap het moeilijker hebben om werk te vinden dan mensen zonder handicap. Werkplekken zijn vaak onvoldoende toegankelijk en werkgevers voorzien nog te weinig redelijke aanpassingen. Daarnaast leeft het hardnekkige beeld dat mensen met een handicap minder productief of makkelijk inzetbaar zouden zijn.
Dat vertaalt zich in de cijfers: in België is ongeveer 45% van de personen met een handicap aan het werk, tegenover 78% van de personen zonder handicap. Dat is een kloof van 34,7 procentpunt: slechts zes EU-landen doen het slechter.
Vrouwen met een handicap op de arbeidsmarkt botsen niet alleen tegen vooroordelen over hun beperking, maar ook op arbeidsdiscriminatie op basis van gender. Daardoor ligt hun werkzaamheidsgraad nog lager: 53.2 % in de EU, tegenover 57.1 % bij hun mannelijke tegenhangers. Ook in België lag de werkzaamheidsgraad van vrouwen met een handicap jarenlang onder die van mannen. In 2022 kwam daar verandering in: voor het eerst lag ze hoger bij vrouwen (44.3%) dan bij mannen (43.6%). Maar die cijfers verhullen een belangrijke ongelijkheid in de werkzekerheid. Volgens een rapport van Unia uit 2022 werkt de meerderheid van de vrouwen met een handicap (55%) immers deeltijds, meer dan dubbel zoveel als mannen met een handicap (22%).
Dat is niet verrassend: ook vrouwen zonder handicap werken vaker deeltijds, omdat zij een groter deel van de zorg- en huishoudelijke taken op zich nemen. Daardoor hebben ze minder ruimte om buitenshuis te werken. Bovendien zijn vrouwen oververtegenwoordigd in sectoren waar deeltijds werk de norm is, zoals het openbaar bestuur, het onderwijs, de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Voor vrouwen met een handicap komen daar nog extra drempels bovenop: mensen met een handicap hebben gemiddeld een lager opleidingsniveau en krijgen vaker te maken met vooroordelen en stigmatisering. Daardoor werken zij onevenredig vaak deeltijds, ook wanneer ze zelf liever voltijds zouden werken.
Omdat vrouwen met een handicap vaker 'vastzitten' in deeltijdse jobs met lagere lonen, riskeren ze in armoede terecht te komen. Belgische cijfers over hun specifieke ervaringen bestaan niet, maar volgens European Disability Forum loopt 29,7% van de vrouwen met een handicap risico op armoede en sociale exclusie, tegenover 18% bij mensen zonder handicap. Het forum wijst ook op een verhoogd risico voor mantelzorgers, die door hun zorgtaken betaalde uren mislopen.
Hoewel mensen met een handicap gemiddeld minder verdienen, hebben ze door hun handicap vaak meer onkosten: ziekenhuisfacturen, medicatie, technologische hulpmiddelen, aangepaste huisvesting, etc. "Hulpmiddelen worden niet altijd of maar voor een deel terugbetaald", schrijft Grip vzw, dat opkomt voor mensen met een handicap. "Sommige personen staan zeer lang op de wachtlijst voor een Persoonsvolgend budget en moeten ondertussen de assistentie zelf betalen. Bij anderen is er wel een Persoonlijk assistentiebudget, maar blijkt dit te laag."
In België riskeren mensen met een handicap bovendien hun uitkering te verliezen wanneer ze betaald werken. Ook als ze willen samenwonen of trouwen met hun partner hebben ze geen recht meer op een uitkering. Dat terwijl de tegemoetkoming voor een handicap in België heel wat lager ligt dan de Europese armoedegrens. "Zulke bestraffende maatregelen ontmoedigen niet alleen tewerkstelling," schrijft het European Disability forum, "ze hebben ook een impact op mantelzorgers, die hun mantelzorg-uitkering dreigen te verliezen als ze betaald werk zoeken."
Hoewel vrouwen met een handicap vaker dan hun mannelijke peers aangeven dat ze ernstige hinder ervaren door hun beperking, krijgen ze minder vaak een uitkering. Volgens een trendrapport van het Steunpunt werk
"[ontvangen] mannen met langdurige hinder veel vaker een tegemoetkoming dan vrouwen en vooral bij zij die in erge mate hinder ondervinden een tegemoetkoming". De kloof bedraagt 11,7 procent.
Die precaire socio-economische situatie kan ervoor zorgen dat de toegang tot psychologische en fysieke gezondheidszorg voor vrouwen met een handicap beperkt wordt. Hoewel duiding en genderspecifieke cijfers ontbreken op Belgisch niveau, trekken internationale en Europese organisaties aan de alarmbel. "De zorgnoden van vrouwen met beperkingen blijven bijna drie keer zo vaak onbeantwoord als die van mannen zonder handicap", schrijft het Europese Parlement in juli 2025 in een briefing. "Vrouwen met handicaps hebben bovendien minder vaak toegang tot preventieve diensten als mammogrammen of uitstrijkjes. Chronische aandoeningen zoals diabetes, obesitas en hypertensie komen vaker voor bij vrouwen met beperkingen en worden versterkt door fysieke inactiviteit en slechte slaap."
Volgens systematische review van internationale onderzoeksliteratuur zijn er, naast financiële moeilijkheden, nog andere barrières die de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen met een handicap bemoeilijken. Zo is er onvoldoende toegankelijke informatie voor vrouwen met een handicap, wat zorgt voor een lage 'gezondheidsgeletterdheid'. Vooral de groep vrouwen met visuele of auditieve beperkingen heeft behoefte aan informatie in aangepaste formats. Maar ook wanneer de nodige zorg of expertise voorhanden is, ervaren vrouwen met een handicap barrières: gebouwen zijn niet altijd fysiek toegankelijk, medische apparatuur is niet aangepast, of toegankelijk vervoer is niet voorzien.
Maar één van de meest ingrijpende barrières volgens de studie zijn de negatieve attitudes en vooroordelen van zorgverleners tegenover vrouwen met een handicap. Verkeerde aannames over hun seksualiteit, moederschapscapaciteiten of autonomie zorgen ervoor dat patiënten zich niet gerespecteerd of serieus genomen voelen. Vooral vrouwen met verstandelijke beperkingen voelen zich onder druk gezet door zorgverleners of familieleden die keuzes over gezondheid en levensstijl in hun plaats maken.
In Europa lopen vrouwen met een handicap twee tot vijf keer meer risico om slachtoffer te worden van geweld dan andere vrouwen. Dat komt doordat ze niet alleen in contact komen met vormen van geweld die vrouwen zonder beperking ervaren – zoals huiselijk geweld, familiaal geweld of seksueel grensoverschrijdend gedrag – maar ook met geweld gelinkt aan hun handicap.
In België is onderzoek over het thema schaars. Pas in 2023 verschijnt de eerste kwantitatieve studie over geweld tegen mensen met een handicap met genderspecifieke data. Die toont aan dat bijna de helft van de vrouwen met een handicap (48%) al slachtoffer was van hands-on seksueel geweld (seksueel geweld met fysiek contact). Dat is meer dan vrouwen zonder beperking (40%) of mannen met beperking (25%).
De studie benadrukt dat het verhoogd risico op geweld niet te wijten is aan het al dan niet hebben van een beperking, maar mogelijks gevolg zijn van structurele discriminatie. Zo zorgt de financiële of zorgafhankelijkheid van sommige vrouwen met een handicap voor een verhoogd risico op slachtofferschap.
Ook Belangenvereniging Women Enabled International benadrukt dat bepaalde vormen van geweld, zoals gedwongen sterilisatie, anticonceptie of abortus, vaker voorkomen bij vrouwen met een handicap dan zonder handicap. Daarboven krijgen vrouwen met een handicap te maken met met "specifieke vormen van gendergerelateerd geweld": seksueel misbruik door zorgverleners, het onthouden van medicatie, eten, verzorging, of andere levensbehoeftes, of de beperking van communicatie of isolatie.
Vooral mensen met een handicap die grote zorgnoden hebben of in een instelling verblijven, zijn kwetsbaar. Door strenge (privacy)regels of sterke controle kunnen de persoonlijke grenzen van de persoon met een handicap vervagen. Zo citeert belangenplatform Grenswijs douchen of naar het toilet gaan onder toezicht (ook wanneer dat niet echt nodig is) of strenge regels voor bezoek als voorbeelden van incidenten die het grensgevoel bij mensen met een beperking doen afnemen. "Op die manier leren ze dat het normaal is dat zij halfnaakt zijn in het bijzijn van anderen en dat ze steeds weer - zonder uitleg - door anderen worden aangeraakt."
Ook ervaren vrouwen en meisjes met een mentale handicap bijkomende drempels om geweld aan te klagen. Ze leven vaak in besloten instellingen, waar ze nauwelijks beschikken over een eigen computer, emailadres, telefoonnummer of social media-account. Zo wordt de instelling een absoluut referentiekader, wat straffeloosheid in de hand werkt. "De praktijk leert ons dat vrouwen met een handicap te weinig een beroep kunnen doen op diensten die vrouwen bijstaan die het slachtoffer zijn van geweld," schrijft gelijkekansencentrum Unia in een rapport uit 2022, "Omdat deze diensten, middelen en expertise niet op hun noden zijn afgestemd en dus ontoegankelijk zijn."
Vrouwen met een handicap hebben of willen geen seks of relaties: het blijft een hardnekkige misconceptie. "Vrouwen met een handicap – vooral zij met een fysieke handicap – worden vaak gezien als kinderlijk", schrijft het forum Sexuality and disability, dat op haar website teksten publiceert over handicap en seksualiteit. "We associëren ze met 'zorg' en 'bescherming', waardoor ze als aseksueel worden gezien."
Die misconceptie zorgt ervoor dat "zorgverleners, opvoeders, familie, en vrienden bij individuen met fysieke beperkingen vaak vragen rond seksualiteit achterwege laten", schrijft het Centrum voor Onderzoek van Vrouwen met een Handicap van het Amerikaanse Baylor College of Medicine. "Daardoor krijgen meisjes en vrouwen met een beperking vaak geen seksuele voorlichting, advies en begeleiding."
Dat gebrek aan voorlichting heeft reële gevolgen voor de manier waarop vrouwen met een handicap hun seksualiteit beleven. Volgens een masteronderzoek van de UGent lopen meisjes en vrouwen met een beperking een grotere kans op seksueel misbruik, minder veilige seks, een slechtere seksualiteitsbeleving, of angst of afkeer van seks. "[Er is] een nood aan evaluatie van seksuele en relationele vorming in scholen, in het bijzonder in het buitengewoon onderwijs", klinkt het. Die sensibilisering moet ook ouders en begeleiders beslaan. "Uit deze studie blijkt dat nog steeds een groot percentage van ouders en begeleiders niet instemmen met het feit dat hun dochter met een verstandelijke beperking seksuele betrekkingen heeft (...) Er dient aandacht gegeven te worden aan mentaliteitswijziging."
Omdat ze zelf zorgnoden hebben, leeft bovendien het idee dat vrouwen met een handicap niet voor anderen kunnen zorgen en geen goede moeder zouden zijn. Het hebben van een beperking wordt nog al te vaak beschouwd als een "persoonlijke tragedie", schrijft Human Rights Watch daarover, of "een zaak die medisch afgehandeld moet worden". Zulke misconcepties leiden tot een "systematische uitsluiting van (..) reproductieve en seksuele gezondheidszorg, beperkte mogelijkheden voor vrijwillige anticonceptiekeuze, een focus op menstruatieonderdrukking, gebrekkige begeleiding tijdens zwangerschap en bevalling, onvrijwillige abortus en de ontzegging van het recht op ouderschap."
Maar ook de wanpraktijk van gedwongen sterilisatie wordt nog steeds toegepast bij vrouwen met een handicap. In België is de praktijk in theorie sinds 2013 bij wet verboden: alleen de betrokken vrouw, niet diens voogd, kan toestemming geven tot een sterilisatie. Maar volgens een verdrag van de Verenigde Naties wordt die wet bij vrouwen en meisjes met een beperking ook in België niet altijd toegepast: "Het Comité maakt zich zorgen over meldingen dat vrouwen met een handicap (...) vaak verplicht worden sterilisatieprocedures te ondergaan en gedwongen worden anticonceptie te gebruiken, en dat als hun toestemming wordt verkregen, dit vaak zonder de juiste informatie gebeurt." Ook meldt het verdrag een gebrek aan cijfers over de wanpraktijken.
"Vrouwen met beperkingen zijn bijzonder kwetsbaar voor gedwongen sterilisatie onder de noemer van legitieme medische zorg of de toestemming van anderen in hun naam", schrijft Human Rights Watch daarover. "De praktijk van gedwongen sterilisatie maakt deel uit van een breder patroon van schending van de mensenrechten van vrouwen en meisjes met een handicap."