Europees burgerinitiatief voor abortuszorg

RoSa vzw biedt elke twee weken een genderperspectief op actuele of onderbelichte thema’s. Deze week staan we stil bij het antwoord van de Europese Commissie op het Europese burgerinitiatief My Voice, My Choice dat opriep tot veilige en legale abortuszorg. Wat staat er precies in het besluit van de Commissie? Is het een overwinning of eerder een compromis? Hoe kan dit abortuszorg in Europa in de praktijk veranderen, en hoe moet het nu verder?

Gepubliceerd op 12/03/2026

Op 26 februari besloot de Europese Commissie dat lidstaten EU-fondsen kunnen gebruiken om de toegang tot betaalbare abortuszorg over Europese landsgrenzen heen te verbeteren. Daarmee reageerde de Commissie op het verzoek van het Europese burgerinitiatief My Voice, My Choice (MVMC), dat sinds april 2024 ruim 1,2 miljoen handtekeningen verzamelde. Op haar eigen kanalen omschrijft MVMC zich als een “beweging van vrienden, activisten en organisaties” die samenwerken rond reproductieve rechten. Na een intensieve campagne groeide het initiatief uit tot een van de grootste feministische bewegingen in Europa.

Het Europees burgerinitiatief riep de Europese Commissie op om financiële steun te bieden aan lidstaten, zodat veilige abortuszorg gegarandeerd kan worden voor iedereen in Europa die er momenteel geen toegang toe heeft. MVMC stelde voor een “Europees solidariteitsmechanisme” op te richten om drempels rond abortuszorg weg te werken. Door een speciaal fonds te creëren dat helpt de kosten van abortus te dekken, zouden vrouwen die in hun eigen lidstaat geen recht hebben op abortuszorg - of geconfronteerd worden met financiële en logistieke drempels - terechtkunnen in andere lidstaten. Zo zou elke vrouw in de EU toegang krijgen tot een veilige abortus, ongeacht inkomen of woonplaats.

Het initiatief had dus niet tot doel de abortuswetgeving van Europese lidstaten aan te passen of te harmoniseren. Abortuswetgeving, en gezondheidszorg in het algemeen, is immers een nationale bevoegdheid. De voorgestelde financiële steun aan lidstaten zou daarom de vorm aannemen van een “opt-inmechanisme”: lidstaten kunnen op vrijwillige basis gebruikmaken van Europees geld om de kosten van abortuszorg voor inwoners van andere lidstaten te compenseren.

Abortus: een kwestie van volksgezondheid

De initiatiefnemers benadrukken dat hun eis om onveilige abortus te voorkomen zich beroept op de rol van de EU in het beschermen en verbeteren van de volksgezondheid. “Dit is geen morele kwestie, het is een gezondheidskwestie,” aldus vertegenwoordiger Nika Kovač. Volgens MVMC hebben ongeveer 20 miljoen vrouwen in Europa geen adequate toegang tot veilige abortuszorg. Waar reproductieve gezondheidszorg als een luxe wordt gezien, vermindert dit het aantal abortussen niet; maar grijpen vrouwen vaker naar levensgevaarlijke alternatieven. Jaarlijks vinden er in Europa naar schatting 483.000 onveilige abortussen plaats, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Anderen worden gedwongen tot dure reizen naar het buitenland. Onderzoek toont dat elk jaar meer dan 5.000 vrouwen in Europa naar een ander land trekken voor een abortus vanwege de moeilijkheden in hun eigen land.

Tussen 2019 en 2023 reisden naar schatting 27.200 vrouwen, vooral uit Polen, Malta, Italië, Frankrijk, Duitsland en België, naar een ander Europees land om een abortus te verkrijgen.

Omdat de abortuswetgeving in de EU-lidstaten sterk verschilt, lopen vrouwen tegen uiteenlopende drempels aan bij het verkrijgen van abortuszorg. In lidstaten met zeer restrictieve wetten, zoals Polen en Malta, is abortus niet alleen gecriminaliseerd, maar wordt de praktijk ook actief vervolgd. De procedure is daar enkel toegestaan onder strikte voorwaarden, bijvoorbeeld wanneer het leven van de vrouw in gevaar is; in Malta geldt zelfs geen uitzondering in het geval van verkrachting of incest. In andere landen is abortus legaal, maar niet altijd gemakkelijk toegankelijk. Korte zwangerschapslimieten en beperkte of geen terugbetaling door de sociale zekerheid beperken de toegang in de praktijk aanzienlijk. Bovendien mogen zorgverleners in de meeste lidstaten abortus weigeren op basis van persoonlijke overtuigingen. In Italië is bijvoorbeeld ongeveer 60% van de gynaecologen gewetensbezwaard, met percentages van meer dan 80 of zelfs 90% in sommige regio’s. Vooral vrouwen in rurale gebieden met weinig zorgaanbod worden daardoor gedwongen lange afstanden af te leggen of dure reizen naar het buitenland te maken om toegang tot abortuszorg te krijgen. Ook in België beschikt medisch personeel over het recht op morele onthouding. Enkel geldt er in ons land sinds 2018 ook een doorverwijsplicht.

Toegang tot abortus. Bron: European Parliamentary Forum for Sexual & Reproductive Rights (EPF)

Politieke polarisatie in het Europees Parlement

Het burgerinitiatief My Voice, My Choice heeft een lange weg afgelegd door de Europese instellingen sinds de petitie in april 2024 van start ging. Wanneer een Europees burgerinitiatief één miljoen handtekeningen verzamelt, moet de Europese Commissie formeel reageren en aangeven welke maatregelen zij eventueel zal nemen.

Voor het voorstel op de onderhandelingstafel van de Europese Commissie belandde, moesten eerst verschillende politieke horden worden genomen. Op 8 december 2025 nam de FEMM-commissie (Rechten van de Vrouw en Gendergelijkheid) van het Europees Parlement met een grote meerderheid een ontwerpresolutie aan die het burgerinitiatief ondersteunt.

Twee weken later kwam My Voice, My Choice op de plenaire vergadering van het Europees Parlement (EP), waar het een onzeker lot wachtte. Bij de verkiezingen van 2024 maakte het parlement namelijk een duidelijke verschuiving naar rechts. Centrumrechtse (EVP) en extreemrechtse fracties (ECR en PfE) wonnen zetels. Hoewel deze fracties geen volledig eensgezind blok vormen, telt hun achterban veel eurosceptische en conservatieve Europarlementariërs. Zij verzetten zich doorgaans tegen een uitbreiding van reproductieve rechten. De spanningen liepen hoog op toen de ECR-fractie tijdens de vergadering een spandoek ontrolde met een afbeelding van een foetus en de slogan: “Het is een leven, geen keuze”.

Bron: Euractiv

De feiten passen binnen de opmars van de anti-abortus- en antigenderbeweging in Europa. Conservatieve lobbygroepen, aan de Verenigde Staten geliëerde denktanks en religieus-fundamentalistische organisaties spelen daarbij een belangrijke rol. Volgens een rapport van het Europees Parlementair Forum voor Seksuele en Reproductieve Rechten is de financiering van organisaties die zich verzetten tegen reproductieve rechten in Europa sterk toegenomen. Tussen 2019 en 2022 steeg die financiering met bijna een kwart tot 230 miljoen euro.

Deze ideologische polarisatie in het Europees Parlement leidde tot stevige politieke tegenstand tegen het burgerinitiatief My Voice, My Choice. Hoewel het initiatief de autonomie van de lidstaten respecteert en geen wijziging van de nationale abortuswetgeving nastreeft, stelden conservatieve Europarlementariërs dat abortus onder de nationale bevoegdheden valt en dat betere toegang tot abortus bovendien "de demografische achteruitgang in Europa zou verergeren". Andere critici beweerden dat het burgerinitiatief “abortustoerisme” zou aanmoedigen, omdat het vrouwen toelaat een ongewenste zwangerschap in een andere EU-lidstaat te beëindigen.

Uiteindelijk sprak het Europees Parlement zijn steun uit voor het initiatief met 358 stemmen tegen 202.

Europarlementariërs stemden grotendeels volgens de ideologische breuklijnen tussen de politieke fracties. Vrijwel de volledige conservatieve en extreemrechtse fracties (ECR en ESN) stemden tegen, terwijl de centrumrechtse meerderheid (EPP) sterk verdeeld was. Volgens HowTheyVote.eu stemden de Belgische Europarlementariërs Wouter Beke (CD&V), Barbara Bonte (Vlaams Belang), Liesbet Sommen (CD&V) en Tom Vandendriessche (Vlaams Belang) tegen het voorstel. Assita Kanko (N-VA) en Kris Van Dijck (N-VA) onthielden zich.

Het compromis van de Europese Commissie

In aanloop naar de finale beslissing vreesden de initiatiefnemers van My Voice, My Choice dat de Europese Commissie het burgerinitiatief zou verwerpen. De kernvraag was of de bestaande Europese regels voldoende ruimte bieden om lidstaten te ondersteunen bij een betere toegang tot abortuszorg. Omdat abortus een nationale bevoegdheid is en lidstaten sterk verschillende abortuswetgevingen hebben, is de manoeuvreerruimte van de Europese Commissie beperkt.

Het resultaat is dan ook een compromis. Het bevestigt de noodzaak van het initiatief My Voice My Choice om veilige toegang tot abortus te verbeteren, maar voorziet geen nieuwe specifieke financiering of wetgeving. Zo vermijdt de Commissie een directe confrontatie met lidstaten waar abortus sterk ingeperkt is.

Lidstaten kunnen voortaan wel, op vrijwillige basis, geld uit het bestaande Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) gebruiken om abortuszorg te verbeteren. Met andere woorden: het is aan de lidstaten zelf om Europees geld in te zetten om vrouwen uit andere EU-landen abortuszorg te bieden.

Het ESF+ is een fonds van 143 miljard euro dat onder de EU-lidstaten wordt verdeeld op basis van hun bevolkingsaantal. De Europese Commissie en de nationale overheden beheren het fonds samen. Het wordt vooral gebruikt om werkgelegenheid en sociale voorzieningen te ondersteunen.

Volgens de Commissie kunnen lidstaten het ESF+ niet alleen inzetten voor medische diensten, maar ook om de reiskosten te dekken van kwetsbare vrouwen die naar het buitenland moeten reizen voor abortuszorg.

De Europese Commissie gaat daarmee niet in op een van de centrale eisen van het initiatief My Voice, My Choice. De Commissie ziet immers af van het creëren van een nieuw financieringsinstrument waarmee overheden de kosten van abortuszorg voor inwoners van andere lidstaten kunnen compenseren. Hoewel juridische hervorming nooit het doel van de campagne was, volgt de Commissie ook niet de oproep van het Europees Parlement om het recht op abortus op te nemen in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het Parlement vraagt daar sinds 2022 herhaaldelijk om. Elke poging om abortus in de Europese regelgeving te verankeren zou echter waarschijnlijk op sterke politieke tegenstand stuiten binnen de Europese instellingen.

Het succes van het programma zal sterk afhangen van de bereidheid van lidstaten om het ESF+ effectief voor abortuszorg te gebruiken. In sommige landen kan het fonds al worden ingezet voor gezondheidszorg, maar andere lidstaten moeten eerst een verzoek tot wijziging indienen bij de Europese Commissie. De Commissie liet weten dat zij landen die gebruik willen maken van het fonds actief zal begeleiden bij het aanpassen van hun bestaande ESF+-programma’s.

Ten minste tien landen zouden al belangstelling getoond hebben, waaronder Finland, Frankrijk, Slovenië en Spanje. In België reageerde de zogenoemde Arizona-regering voorlopig eerder terughoudend. Hoewel het burgerinitiatief My Voice, My Choice onder de bevoegdheid valt van de Belgische Europees commissaris voor Gelijkheid, Hadja Lahbib (MR), sprak de Arizona-regering haar steun pas uit na een parlementaire vraag, op de dag van de stemming in de Europese Commissie. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) ondertekende de tekst van My Voice, My Choice niet, hoewel Spanje daar eerder toe had opgeroepen.

Verdeelde reacties

In een officiële reactie op de beslissing van de Europese Commissie noemt My Voice, My Choice de uitspraak “niet symbolisch, maar een politieke verbintenis met vrouwenrechten”. Volgens de initiatiefnemers opent de beslissing een nieuwe weg om vrouwenrechten beter te beschermen. “De lidstaten moeten nu gebruikmaken van de weg die is gecreëerd”, zegt vertegenwoordiger Nika Kovač. Daarnaast pleit het initiatief ook voor duidelijke richtlijnen voor lidstaten over hoe zij toegang kunnen krijgen tot de fondsen, en om een manier te creëren waarop vrouwen in de hele EU toegang kunnen krijgen tot de regeling. My Voice, My Choice vraagt de Commissie ook om in de toekomst extra financiering voor reproductieve gezondheid te voorzien. Dat de Commissie eerder deze week voor het eerst expliciet reproductieve rechten en abortuszorg vermeldde in haar Gender Equality Strategy 2026-2030, stemt de initiatiefnemers hoopvol.

Sommige media spreken naast een “historische zege” ook van een “halve overwinning” of “een “compromis op z’n Belgisch”. In België noemt Sarah Schlitz (Ecolo) de beslissing een “bitterzoete overwinning”.

Ook de internationale organisatie International Planned Parenthood Federation (IPPF) vindt dat het antwoord van de Commissie tekortschiet. “Het herbestemmen van bestaande middelen is niet voldoende.” Volgens IPPF zouden lidstaten bijkomende middelen moeten vrijmaken, in plaats van uitsluitend te rekenen op de al beperkte financiering via het ESF+-fonds.

Hoewel de Europese Commissie geen nieuwe middelen vrijmaakt voor grensoverschrijdende abortuszorg, verschuift de beslissing wel onherroepelijk het politieke speelveld. Doordat lidstaten voortaan bestaande Europese fondsen kunnen gebruiken om vrouwen uit andere EU-landen abortuszorg te bieden, krijgen feministische bewegingen nieuwe argumenten om druk uit te oefenen op hun regeringen om zich bij het initiatief aan te sluiten.


In de pers:

Meer weten?

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek:

Wil je meer literatuur over abortus? Bekijk het volledig overzicht in onze catalogus.
#RoSaschrijft #Nieuwsbrief #Pers:pectief #Abortus #Europa #MyVoiceMyChoice #MVMC

Op de hoogte blijven van RoSa thema's en actua?

Ontvang onze tweewekelijkse Pers:pectief waarin we een actueel of onderbelicht thema bespreken vanuit een genderperspectief, of kies voor onze driemaandelijkse Uitgelezen met tal van boekrecensies, interviews, de nieuwste aanwinsten in onze almaar groeiende collectie en nog veel meer, telkens rond één specifiek thema.