Skip to main content
Women On The Ground Zahra Hankir Thumbnail

Our Women On The Ground - Zahra Hankir (Ed.)

RoSa leest - 22 sep 2022

Zahra Hankir (Ed.)

Our Women On The Ground: Essays by Arab Women Reporting from the Arab World
London: Vintage, 2020. 288 p.

geweld / journalisten / oorlog / ervaringen

RoSa-ex.nr.: M/536

In deze collectie essays mag je je verwachten aan uiteenlopende verhalen en visies van een brede waaier aan stemmen afkomstig uit diverse Arabische landen. Wat deze sahafiyat, oftewel vrouwelijke journalisten, delen is niet alleen hun beroep, afkomst en genderidentiteit, maar ook een onvermurwbare passie voor waarheidsgetrouwe berichtgeving over hun regio als deel van hun bredere missie voor rechtvaardigheid. Doorzettingsvermogen en een opmerkelijke veerkracht, maar ook zachtheid en nuance weerklinken in hun verhalen over gender, nationaliteit, traditie, geschiedenis, cultuur, journalistiek en oorlog.

“During war, there is no time to think about whether or not you love your job. You simply do what you have to do, fueled by a desire to tell the truth.”
Asmaa Al-Ghoul in Women On The Ground (2020, p. 172)

Moed en diversiteit in de schijnwerpers

Het voorwoord van deze unieke bundeling kon haast door niemand anders worden geschreven dan door de Brits-Iraanse Christiane Amanpour, CNN’s voornaamste verslaggever en nieuwsanker inzake internationale betrekkingen, en daarmee wereldwijd misschien wel de meest gekende sahafiyat met Arabische roots. Amanpour schrijft alle twintig auteurs lofbetuigingen toe voor hun indrukwekkende professionele verwezenlijkingen. Ze merkt daarbij op dat het een specifiek soort moed vergt om zich als Arabische vrouw in de journalistiek te wagen en te schrijven over hun diverse thuislanden in de Arabische wereld en de MENA-regio. Daar creëren maatschappelijke normen en tradities immers obstakels in de levenspaden van vrouwen die niet te vergelijken zijn met de obstakels in pakweg westerse landen. Het belang van hun werk is daarmee des te groter: zonder de bijdragen van vrouwelijke, lokale journalisten worden de stemmen van vrouwen in de regio alsook hun specifieke uitdagingen niet, onvoldoende of incorrect weergegeven, aldus Amanpour.

“Women can enter places and speak to people their male colleagues simply cannot. Sometimes they can ask questions that would not be tolerated from their male counterparts.”
Christiane Amanpour (CNN) in het voorwoord van Women On The Ground (2020, xi)

In haar inleiding vult redacteur Zahra Hankir aan dat er niet alleen nood is aan meer vrouwen in de journalistiek, onder meer om een platform te bieden aan vrouwen die veelal gemarginaliseerd worden in zowel lokale als internationale berichtgeving. Ook onderstreept ze het belang van lokale stemmen op het terrein, als tegengewicht voor het toenemende aandeel westerse journalisten dat vanuit comfortabele bureaus in Londen of New York online en via sociale media onderzoek verricht. Hankir klaagt immers aan dat deze journalisten desondanks alsnog het dominante narratief over de Arabische wereld weten te bepalen in de internationale pers. Dat heeft niet alleen te maken met geopolitieke belangen en oriëntalistische beeldvorming, maar ook met westerse, journalistieke standaarden die onpartijdigheid als heilige graal voorschrijven. Die positie is voor deze women on the ground echter onmogelijk gezien de vermenging van hun identiteit en cultuur, hun leven en hun beroep.

“In the middle of war, you investigate and you write story after story after story. But you lose your own story in between explosions,” schrijft Asmaa Al-Ghoul (2020, p. 170). Met dit boek wil Hankir vrouwelijke journalisten van Arabische afkomst de ruimte bieden om te reflecteren op hun ervaringen en verwezenlijkingen als journalist, op hun rol in de internationale berichtgeving over de MENA-regio, op de geopolitieke kluwens die een hand hebben in de beeldvorming en het discours rond deze regio in andere delen van de wereld, evenals op de recentste ontwikkelingen in het journalistieke veld en de daarmee gepaard gaande bedreigingen voor een broodnodig genuanceerd begrip van de wereld.

“While this book centres on women of Arab ancestry, many women of the broader Middle East share the exact same social, political, and cultural challenges. That said, by using the catchall term ‘Arab’, we by no means aim to present the twenty-two countries that comprise the Arab world as monolithic, nor do we want to depict the experiences of its more than 400 million people as one and the same.”
Zahra Hankir in het inleiding van Women On The Ground (2020, xi)

Integendeel, het expliciete doel dat Hankir voor ogen had met dit boek is precies om de rijke diversiteit van dit werelddeel zichtbaar en kenbaar maken door de ogen van journalistieke stemmen die in westerse contreien vermoedelijk minder bekend zijn. En daar slaagt ze in: de negentien sahafiyat die elk een eerlijk en genuanceerd essay schreven, zijn van verschillende generaties en nationaliteiten, hebben andere geloofsovertuigingen en professionele trajecten. Er zijn schrijvers, reporters, televisiejournalisten en fotojournalisten bij die werken voor toonaangevende kranten, websites, magazines en televisienetwerken, in lokale of internationale pers. Hun geboortelanden zijn Libanon, Syrië, Egypte, Marokko, Jemen, Libië, Palestina, Soedan en Irak.

Het boek is opgedeeld in vijf delen (“Remembrances”, “Crossfire”, “Resilience”, “Exile” en “Transition”) die telkens drie à vier essays tellen. In deze bespreking belichten we enkele opmerkelijke optekeningen, kritische inzichten of aangrijpende getuigenissen.

Complying or defying gender? Op zoek naar een derde verhaal

In het eerste deel, “Remembrances”, worden de vele en complexe manieren duidelijk waarop zowel het professionele als het persoonlijke leven van de auteurs bepaald is geweest door, en noodzakelijkerwijze gecentreerd was/is op de politieke situatie van hun geboorteland. Hoewel vooral de verscheidenheid opvalt inzake de politieke situatie van de landen en daarmee ook de sociale positie van vrouwen, zijn er ook tal van gemeenschappelijkheden. Zo is er één historisch moment dat in verschillende verhalen voorkomt en een duidelijke breuklijn schijnt te vormen in de levens van de auteurs.

De een noemt het een wanhoopsdaad, de ander een verzetsdaad. Op 10 december 2010 steekt de 26-jarige straatverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand in het provinciale politiehoofdkwartier van Sidi Bouzid. Het is dan wel een rechtstreekse reactie op, en aanklacht tegen politiegeweld, ook armoede en het specifieke regime in Tunesië liggen aan de basis van zijn daad. Zijn dood ontketent massaprotesten in heel het land, die al snel ook over landsgrenzen heen gevolg krijgen. De redenen die Bouazizi tot zelfverbranding drijven, bestaan namelijk uit structurele problematieken die ook andere MENA-landen teisteren: toenemende schuld, armoede en grootschalige onteigening ten gevolge van de industrialisering, het opkomend monopolie van kapitalistische giganten en aanhoudend imperialisme. Al speelt het autoritair en repressief regime de grootste rol. Dat gedoogt immers oogluikend al deze wantoestanden voor eigen winstbejag. Bovendien legt het op grote schaal individuele vrijheden aan banden en schendt het soms zelfs de meest fundamentele mensenrechten.

Terwijl Nada Bakri zich herinnert dat tegen het einde van de jaren 2010 de politieke situatie in de MENA-regio - afgezien van het door de VS bezette Irak - stabiel was, komt daar na de actie van Bouazizi al gauw verandering in. Volksopstanden breken uit in Tunesië, Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Waar dit in sommige landen resulteert in hervormingen of de afzetting van staatshoofden, leidt het in andere landen tot weinig meer dan grootschalige bloedvergieten, vernieling en terreur. Waar de rechten en vrijheden van vrouwen al voor de opstanden vaak het meest te lijden hadden onder de autoritaire regimes, is dat tijdens de daaropvolgende periodes van instabiliteit en oorlog niet anders. Oorlog versterkt traditionele genderrollen: terwijl mannen oorlog voeren, zijn het vrouwen die waken over het thuisfront en de taak op zich nemen om families en gemeenschappen bij elkaar te houden. Zoals Hannah Allam haar essay over Irak eindigt: “Everytime Iraq began to unravel, it was women who worked the hardest to stitch it back together” (p. 12).

“Reporting on Iraq through the eyes of its women was illuminating, but, perhaps more important, it was more representative of the population as a whole. Years of bloodshed had left Iraq with a population that was more than half women, [...] Because the most frequent targets were government and police buildings, the vast majority of casualties were men.”
Hannah Allam in Women On The Ground (2020, pp. 3-4)

Vrouwelijke journalisten onttrekken zich aan die traditionele genderrollen. Hun werk positioneert hen niet alleen in de marge van het conflict en bijgevolg als paria van de staat, maar vaak ook als verschoppeling in de samenleving en hun familie. De impact van hun werk op hun persoonlijk en familiaal leven laat zich sterk voelen, en komt ruim aan bod in het boek. Daarnaast reflecteren enkele auteurs ook over de professionele mogelijkheden die deze positie met zich meebracht, althans in het buitenland. Dat ze gendernormen aan hun laars lappen simpelweg door wie ze zijn, mag dan wel extra drempels veroorzaken voor hun carrière in hun thuislanden, westerse media zijn vaak evenredig enthousiast. Rode draad: voor de machtige mannen aan de top van de journalistiek lijkt hun identiteit doorslaggevender te zijn voor hun carrière dan hun eigenlijke werk. Het veroorzaakt nu eens onzekerheid en verslagenheid, dan weer vastberadenheid en radicaliteit.

“I became an extension of the object of the typical Western gaze in that context, albeit an exciting extension because of the irregularities I presented: I was an Arab woman whose activism was visible to the public, against the odds of the prevalent conservatism and patriarchy associated with the region. [The doors this position opened for me professionally] often made me feel trapped in place, identity and body. I felt as though a form of bourgeois or liberal feminism was being imposed on me. I almost never had something smart to say as an answer to that nagging question: what is it like to be a woman journalist in Egypt nowadays? I didn’t want to recount stories of sexism, patriarchy, and oppression that would feed into commonplace Orientalist essentialism and render me a heroic survivor. Nor did I want to engage in a short-sighted defense of the Arab. But I had no third story to tell, no nuanced explanation of how we live a life of public engagement through the lens of gender.”
Lina Attalah in Women On The Ground (2020, p. 49)

De hevige polarisatie die de opstanden veroorzaken, dwingt de auteurs vaak om partij te kiezen tussen twee kampen die beiden genderongelijkheden verwaarlozen en geen rekening houden met vrouwenrechten. Want dat wordt duidelijk in het verhaal van de auteurs: zowel de (verscheidene) islamitische als de seculiere strekkingen prediken conservatieve ideeën en schadelijke voorschriften met betrekking tot vrouwenrechten. Voor vrouwelijke reporters wordt het dan des te moeilijk om hun werk te doen en deze thema’s onder de aandacht te brengen zonder door de ene of de andere beschuldigd en lastiggevallen te worden.

Hope in the darkness

Ondanks alle structurele obstakels en persoonlijke uitdagingen die de auteurs ervaren, blijven velen geloven in de toekomst. Door regimes uit te dagen, tradities in vraag te stellen en normen aan hun laars te lappen, breken ze zowel de dominante narratieven over de MENA-regio open, als dat ze de overtuigingen die er heersen bevragen. Hun gezamenlijk werkt draagt dan ook bij aan meer gelijkheid, meer rechten en meer vrijheden voor vrouwen in de regio. De veerkracht en toewijding waarmee deze sahafiyat hun missie voortzetten is op zijn minste bewonderenswaardig te noemen. Van seksueel grensoverschrijdend gedrag en misogynie op de werkvloer, over imperialisme en oriëntalisme, tot oorlog, vernieling en terreur: het is bovenal hoop en daadkracht dat van deze inspirerende pagina’s springt.

“But despite death, famine, and misery, life continues in Yemen. This bittersweet reality of maimed and starved bodies coexisting with the most routine aspects of daily life has defined my approach to imagery. Western photographers tend to be drawn to the carnage, but I have continued to seek out the other part of Yemen that is full of life, love, and hope. [...] I want you all to see the true beauty of my suffering country. With my camera, I strive to empower, ot victimize, the people in my images.”
Amira Al-Sharif in Women On The Ground (2020, pp. 157-159)

Meer weten?

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek:

#RoSaleest #Uitgelezen #Feminisme #MENA #MiddenOosten #NoordAfrika #Oorlog #Journalistiek #Seksisme #Geweld #Essays