Christine Ama Ata Aidoo wordt geboren op 23 maart 1942, in het kleine Abeadzi Kyiakor, in een koninklijke Fante familie, een etnische groep uit zuidelijk Ghana. Al op jonge leeftijd wordt ze geconfronteerd met koloniaal geweld wanneer haar grootvader wordt gedood door Britse koloniale troepen. Die gewelddadige gebeurtenis laat een diepe indruk op haar na en voedt haar latere literaire werk, waarin de impact van kolonialisme en onderdrukking centraal staat.
Haar vader Nana Yaw Fama, een vooruitstrevend man met een diep geloof in de kracht van onderwijs, richt in hun dorp de eerste school op. Hij moedigt zijn dochter aan om niet alleen traditionele Ghanese kennis op te doen, maar ook westers onderwijs te volgen. Aidoo blijkt een uitzonderlijk literair talent te hebben. Wanneer ze op vijftienjarige leeftijd naar de prestigieuze Wesley Girls’ Senior High School in Cape Coast gaat, begint ze steeds meer te schrijven.
Na de middelbare school vervolgt ze haar studies aan de Universiteit van Ghana, waar ze een honoursprogramma volgt en in 1964 afstudeert met een bachelor in Engelse literatuur. In datzelfde jaar schrijft ze haar eerste toneelstuk, The Dilemma of a Ghost. Daarmee wordt ze op slechts 23-jarige leeftijd de eerste vrouwelijke Afrikaanse dramaturg wiens werk wordt gepubliceerd. Het is het begin van een levenslange roeping: ze schrijft romans, poëzie, kinderboeken en toneelstukken, allemaal in het Engels.
The Dilemma of a Ghost vertelt het verhaal van een Ghanese jongeman die na zijn studie in de Verenigde Staten terugkeert naar Ghana en zijn zwarte Amerikaanse vrouw introduceert in de traditionele cultuur en zijn familie, die hij ondertussen als erg benauwend ervaart. De spanningsvelden tussen traditie en moderniteit en tussen familiale verwachtingen en persoonlijke vrijheid vormen de kern van het stuk. Het is het begin van een invloedrijk schrijverschap dat de Afrikaanse literatuur blijvend zal verrijken.
Na haar studie aan de Universiteit van Ghana krijgt Aidoo een beurs aan de prestigieuze Stanford University in de Verenigde Staten voor creatief schrijven. Later keert ze terug naar Ghana, waar ze tussen 1970 en 1982 Engels doceert en onderzoek doet aan het Instituut voor African Studies. Af en toe verblijft ze in de Verenigde Staten als gastdocent.
In 1970 brengt ze haar tweede toneelstuk uit, Anowa, gebaseerd op een Ghanese legende. Daarin stelt ze de Afrikaanse slavenhandel centraal, een thema dat volgens Aidoo nog te weinig aandacht krijgt binnen de Afrikaanse literatuur. In datzelfde jaar publiceert ze ook de kortverhalenbundel No Sweetness Here, waarin ze kritisch onderzoekt hoe het westen de rol van vrouwen en het individu beïnvloedt in een collectivistische samenleving. In haar verhalen blijft ze weg van het eurocentrische maar gangbare idee dat een westerse opleiding Afrikaanse vrouwen zou emanciperen. In plaats daarvan benadrukt ze de uitbuiting van vrouwen die, zeker in confrontatie met oorlog en werkloosheid, geacht worden de volledige last van het gezin op zich te nemen. No Sweetness Here benadrukt bovendien het orale karakter van Afrikaanse literatuur: de verhalen zijn bedoeld om luidop te worden voorgelezen, waardoor het collectieve aspect van de Afrikaanse verteltraditie wordt versterkt.
De thematiek uit The Dilemma of a Ghost - de ervaring van een Afrikaan die in het buitenland heeft gestudeerd en vervolgens terugkeert naar huis, de zogenaamde been-to, en de onzekerheden die daarbij komen kijken - keert ook terug in Our Sister Killjoy, Aidoos semiautobiografische en experimentele eerste roman uit 1977. Het boek vertelt het verhaal van Sissie, een jonge Ghanese vrouw die in Europa gaat studeren. Sissie doorbreekt de stereotiepe voorstelling van Afrikaanse vrouwen zoals die door mannelijke auteurs vaak wordt neergezet. Ze is geen volgzame, onderdanige vrouw die afhankelijk is van mannen, maar een zelfstandige, intelligente en uitgesproken protagonist. De roman, die een hybride vorm van proza en poëzie hanteert, is een voorbeeld van writing back, een literaire strategie waarmee Aidoo de stem opeist van Afrikaanse vrouwen die in de marges van de literatuur geduwd zijn.
Met Our Sister Killjoy biedt Aidoo een kritisch perspectief op de Europese samenleving en draait ze de koloniale blik om, in reactie op Joseph Conrads Heart of Darkness, een klassieker die de wreedheid van het Europese kolonialisme blootlegt, maar nog steeds Afrika afbeeldt als een duister en primitief oord, gezien door de ogen van een Europese verteller. Aidoo keert dit perspectief om door Sissie met een scherpe, observerende blik naar Europa te laten kijken en koloniale verhoudingen in vraag te stellen. In de postkoloniale literatuur staat dit bekend als returning the gaze, waarbij voormalige koloniën de koloniale blik terugkaatsen om heersende machtsdynamieken uit te dagen.
In het boek snijdt ze postkoloniale thema’s aan zoals de relatie tussen Ghana en de Afrikaanse diaspora, en de confrontatie met raciale identiteit; Sissie beseft pas dat ze zwart is wanneer ze in Europa als zodanig wordt benoemd. Zo toont Aidoo dat identiteit relatief en contextafhankelijk is. Daarnaast raakt de roman aan de thematiek van homoseksualiteit, die Aidoo presenteert als een natuurlijk en inherent Afrikaans gegeven. Zo spreekt ze het idee tegen dat homoseksualiteit een “westers importproduct” zou zijn. Dit standpunt heeft haar heel wat kritiek opgeleverd vanuit verschillende hoeken, maar past perfect binnen haar brede visie op Afrikaans feminisme.
Haar academische carrière wordt tijdelijk onderbroken wanneer ze in 1982 minister van Onderwijs van Ghana wordt, aangesteld door politiek leider Jerry J. Rawlings. Haar politieke ambities worden al snel gefnuikt door de realiteit van een repressief regime. “I felt that being a writer, and a minister, I wasn’t getting anywhere with my ideas on education,” zou ze later verklaren tijdens een interview. Tijdens kabinetsvergaderingen merkt ze dat haar mannelijke collega’s serieus worden genomen, terwijl haar voorstellen worden genegeerd of zelfs geridiculiseerd. Na achttien maanden heeft ze er genoeg van en neemt ze ontslag. Volgens haar was niemand verbaasd en waren sommigen zelfs opgelucht dat ze geen ‘gevoelige’ onderwerpen meer zou aankaarten die de status quo in vraag stellen.
Na haar korte politieke carrière verhuist Aidoo naar Zimbabwe, waar ze blijft schrijven. In 1985 verschijnt haar poëziecollectie Someone Talking to Sometime, gevolgd door The Eagle and the Chickens, een verzameling kinderverhalen, en de dichtbundel Birds and Other Poems in 1987. In 1991 verschijnt haar roman Changes: A Love Story, waarin ze thema’s onderzoekt als liefde, het huwelijk en polygamie binnen het snel veranderende Ghana. Het boek wordt een jaar later bekroond met de Commonwealth Writers’ Prize for Best Book Africa.
Naast fictie schrijft Aidoo ook essays. In 1992 publiceert ze The African Woman Today in Dissent Magazine, waarin ze het racistische beeld van de Afrikaanse vrouw als halfnaakt, ondervoed en omringd door veel kinderen genadeloos fileert. Ze hekelt de manier waarop westerse fotojournalistiek een eendimensionaal en passief beeld van Afrikaanse vrouwen creëert, een beeld dat versterkt werd door ontwikkelingshulp en campagnes zoals Live Aid in 1985, een benefietconcert dat gehouden werd voor de hongersnood in Ethiopië. In haar essay schetst ze een volledig ander portret: de Afrikaanse vrouw als onafhankelijk en veerkrachtig. Ze haalt historische voorbeelden aan, zoals de Ashanti-koningin Yaa Asantewaa, die een opstand tegen de Britten leidde, en confronteert de racistische beeldvorming rond Cleopatra, zoals die door Shakespeare werd bestendigd. In Antony and Cleopatra portretteert Shakespeare Cleopatra namelijk als een exotische en wispelturige verleidster, een beeld dat aansluit bij koloniale stereotyperingen van niet-Europese heersers als irrationeel en decadent, zeker in contrast met de vermeende rationaliteit en superioriteit van het mannelijke Rome.
Voor Aidoo zijn feminisme en de strijd voor Afrikaanse onafhankelijkheid onlosmakelijk met elkaar verbonden, waarbij zowel collectieve zelfbeschikking als de autonomie van vrouwen centraal staan:
Gendergelijkheid is voor haar geen afzonderlijke kwestie, maar hangt fundamenteel samen met bredere postkoloniale en socio-economische uitdagingen in Afrika. Feminisme is voor Aidoo geen westers concept dat aan Afrika wordt opgelegd, maar een essentieel onderdeel van de Afrikaanse emancipatiebeweging.
Aidoos werk geniet wereldwijd erkenning. In 1988 ontvangt ze een Fulbright Scholarship, en tot haar pensioen in 2012 doceert ze aan verschillende Amerikaanse universiteiten. In 2000 richt ze samen met haar dochter Kinna Likimani de Mbaasem Foundation op, een non-profitorganisatie die vrouwelijke auteurs in Afrika ondersteunt. Ze blijft deze organisatie leiden tot haar overlijden op 31 mei 2023, na een korte ziekteperiode.
Haar nalatenschap blijft voortleven. In 2014 verschijnt de documentaire The Art of Ama Ata Aidoo, geregisseerd door Yaba Badoe. Haar invloed op de Afrikaanse literatuur en het Afrikaans feminisme is onmiskenbaar. Schrijvers als Chimamanda Ngozi Adichie eren haar werk: “I occupy the space of a ‘Black African Happy Feminist’, because writers like Ama Ata Aidoo came before me. Her storytelling nurtured mine. Her worldview enlarged and validated mine.” Aidoos stem blijft niet alleen klinken in haar uitgebreide oeuvre, maar ook in de Afrikaanse literatuur die ze mee vormgaf en waarvan ze toekomstige generaties auteurs zal inspireren.