Rosa Leest

The Male Complaint - Simon Copland

Simon Copland

The Male Complaint: The Manosphere and Misogyny Online
Cambridge: Polity Press, 2025. 198 p.

antifeminisme / mannelijkheid / terrorisme / internet / manosfeer / digitaal geweld

Simon Copland is een Australische socioloog, gespecialiseerd in online misogynie, extremisme, mannelijk geweld en de politiek van digitale platforma. The Male Complaint (2025) is gebaseerd op zijn doctoraatsonderzoek naar de manosfeer: een online verzameling van blogs, fora en video’s waar mannen hun frustraties ventileren over genderrollen, feminisme en maatschappelijke verandering. Het boek komt op het perfecte moment, nu het thema ook in België op veel aandacht kan rekenen.

Van paniek naar inzicht

In zijn inleiding stelt Copland dat het publieke debat over de manosfeer vaak verzandt in paniek, moralisme en simplistische verklaringen over wat mannen naar de manosfeer drijft. Zulke reacties leveren volgens hem slechts een oppervlakkig begrip op van wat de manosfeer precies is: ze verklaren noch waarom mannen zich aangetrokken voelen tot deze online gemeenschap, noch wat die hen biedt of hoe het hen en hun omgeving beïnvloedt. De auteur merkt bovendien op dat deze respons enerzijds de samenleving ontslaat van de nodige introspectie en verantwoordelijkheid, en anderzijds geen perspectief biedt om de manosfeer te voorzien van een feministisch alternatief en antwoord.

Geen sensationalisme of morele veroordelingen bij Copland: hij tracht de mannen in de manosfeer werkelijk te begrijpen, zelfs met ze mee te leven, zonder daarbij de misogynie en haatspraak te vergoelijken die in de online gemeenschap welig tieren.

Hij focust niet zozeer op de luidruchtige minderheid die van online (misogyne) content een verdienmodel heeft gemaakt, maar op de veel grotere, passievere groep die vooral volgt, deelt, interageert en op kleinere schaal content creëert. Het zijn mannen die (h)erkenning, perspectief en gemeenschap zoeken in de manosfeer, maar dat daar - zoals Copland aantoont in dit boek - slechts beperkt vinden.

De aanklacht

In hoofdstuk twee en drie onderzoekt Simon Copland de ‘mannelijke klacht’ waarrond mannen in de manosfeer een (collectieve) identiteit opbouwen en waar de auteur zijn boek naar vernoemde. Hij reciteert statistieken over mannelijke achterstelling - zoals lagere schoolprestaties, groter taboe op mentaal welzijn, hogere zelfmoordcijfers en oververtegenwoordiging in gevangenissen - die vaak worden aangehaald in de manosfeer om hun centrale overtuiging te staven: dat mannen structureel onderdrukt worden in een samenleving die vrouwen voortrekt. Dit idee vormt de basis van hun wrok en ressentiment tegenover vrouwen en feminisme, die in hun ogen verantwoordelijk zijn voor hun maatschappelijke achterstelling. Ironisch genoeg, zo merkt Copland op, delen mannen in de manosfeer en feministen delen veel van dezelfde grieven. Alleen analyseren ze die vanuit een zeer verschillend kader: waar feministen patriarchale structuren aanwijzen als oorzaak zien en feminisme als oplossing, beschouwen manosfeer-mannen feminisme net als boosdoener.

Copland erkent dat de cijfers wijzen op reële genderongelijkheden die aangepakt moeten worden. Tegelijk levert hij scherpe kritiek op de manier waarop deze statistieken selectief en geïsoleerd van enige context of structurele analyse worden ingezet. Die tendens kadert in het zwart-witdenken dat volgens Copland de manosfeer kenmerkt, waarbij complexe maatschappelijke dynamieken worden gereduceerd tot een strijd tussen de geslachten, waarbij mannen eenduiding de slachtoffers zijn en vrouwen de schuldigen.

Daarnaast wijst Copland op een fundamentele paradox. Mannen in de manosfeer kaarten (bepaalde) genderongelijkheden aan, maar verdedigen tegelijkertijd de traditionele genderrollen en rigide gendernormen die daaraan ten grondslag liggen (en niet onbelangrijk, de privileges die daarmee gepaard gaan). Hun woede richt zich niet op de systemen die hen beperken, maar op vrouwen die zouden profiteren van recente sociale veranderingen en op feminisme dat mannen zou beroofd hebben van hun sociale functie, een duidelijke genderrol en een hogere, maatschappelijke roeping. Copland daarentegen wijst naar het neoliberalisme als diepere oorzaak.

In een wereld die door economische onzekerheid, neoliberale competitie en een snelle opeenvolging van sociale en culturele omwentelingen steeds complexer en harder wordt, biedt de manosfeer mannen een simpel narratief: een helder vijandbeeld, een verklaring voor persoonlijke teleurstellingen, erkenning, een groter verhaal van discriminatie en onrecht, en een gedeelde identiteit gebaseerd op slachtofferschap. Dit kader en deze collectieve identiteit zijn wat deze mannen verbindt, en vormen de fundamenten waarop zij hun online gemeenschap bouwen.

Van eenzaamheid naar gemeenschap

Hoewel het internet ons meer dan ooit met elkaar verbindt, stijgt wereldwijd het gevoel van eenzaamheid en worden mannen disproportioneel geraakt, zo schrijft Copland. Hij wijst onder meer naar ons samenlevingsmodel, waarin het tweeverdienersgezin norm én noodzaak is geworden. De toenemende tijdsdruk om zowel productieve als reproductieve arbeid klaar te krijgen in een maatschappij waar sociale voorzieningen onder druk komen te staan, isoleert ons van elkaar en veroorzaakt een voortdurende strijd om tijd. Eenzaamheid, maar ook onbegrip en vervreemding zijn wederkerende thema’s in de manosfeer. Mannen zoeken er netwerk, (h)erkenning en adviezen om hun levenskwaliteit te verbeteren. De antwoorden die de manosfeer hierop biedt beperken zich echter tot individualistische en oppervlakkige zelfhulpadviezen, gefocust op discipline en onafhankelijkheid, en steevast opgehangen aan een geïdealiseerd beeld van mannelijkheid.

Het mannelijkheidsideaal dat de manosfeer uitdraagt, is rigide afgelijnd en voor de meeste mannen compleet onhaalbaar. Zo zou een ‘echte’ man gespierd zijn, veel geld verdienen, met een dure wagen rijden, hetero en dominant zijn, en vooral ook veel succes hebben bij vrouwen. In hun adviezen aan elkaar en persoonlijk streven naar dit ideaalbeeld, zijn ze dus gedoemd om te falen. Daarenboven versterken ze de boodschap dat falen niet mannelijk is, wat hun zelfbeeld als man ondermijnt. Daarnaast legt dit ideaal van de rationele - en dus niet emotionele - man restricties op om hechte relaties op te bouwen. Het resultaat is volgens Copland dus niet de hechte online gemeenschap waar deze mannen naar op zoek zijn, maar “a network, a sham of a community that is more about helping capitalism than it is about making real friends.” (p. 112). De manosfeer versterkt juist hun gevoel van vervreemding en duwt het hen nog meer in sociaal isolement en wanhoop, wat zich in extreme gevallen kan vertalen in nihilisme en geweld.

Van wrok en ressentiment naar nihilisme en geweld

Kenmerkend voor de ‘mannelijke klacht’ waarover Copland schrijft, is dat die zelden leidt tot politieke actie. De klachten die circuleren in de manosfeer monden dan wel uit in wrok en ressentiment, maar resulteren vaak ook in passiviteit. Dat maakt ze volgens Copland net gevaarlijk: ressentiment zonder perspectief op actie of verandering voedt nihilisme en vervreemding van de samenleving, en vormt zo een vruchtbare bodem voor haat en geweld. Daarover gaat hoofdstuk vijf, waarin Copland de radicalisering traceert van de male complaint naar wanhoop, woede, nihilisme en geweld.

Volgens Copland is de woede en het geweld binnen de manosfeer niet alleen het gevolg van gendernormen die mannen voorschrijven dat dit de meest mannelijke manier is om met kwetsbare emoties om te gaan, zoals eenzaamheid, wanhoop en depressie. Hij meent dat het typische nihilisme in de manosfeer een symptoom is van een bredere culturele malaise. Deze mannen hebben hun geloof in de mogelijkheid op een goed leven namelijk verloren. Zowel de beloften van kapitalisme als hun verwachtingen over seks en liefde werden niet ingelost. Ze verzetten zich tegen maatschappelijke normen en waarden en plaatsen daartegenover een eigen set (misogyne en vaak extreme) overtuigingen die elkaar versterken. Extreme ideeën, zoals het afschaffen van het vrouwenstemrecht en het legaliseren van verkrachting, worden zo genormaliseerd in de eigen ‘red pill’ ideologie van de manosfeer.

Wanneer het nihilisme een hoogtepunt bereikt, wordt geweld hun enige uitlaatklep om controle te herwinnen. Copland maakt hier een onderscheid tussen woede, haat en geweld ten opzichte van vrouwen aan de ene kant, en depressie, wanhoop en suïcidale gedachten aan de andere. Beide reacties vloeien voort uit hetzelfde gevoel van verlies - geen verlies van macht op zich, maar van de vanzelfsprekendheid en rechtmatigheid hiervan.

Van vervreemding naar inclusie

De kracht van The Male Complaint zit in de rijke analyse van de maatschappelijke structuren die mannen in de manosfeer drijven. Copland benadrukt dat de klachten van mannen in de manosfeer geworteld zijn in oprechte gevoelens van vervreemding en onbehagen, die een betere maatschappelijke respons verdienen dan simplistische polarisatie.

In het afsluitende hoofdstuk waarschuwt de auteur dat criminalisering, repressie en defensieve counternarratieven mannen in de manosfeer nog meer vervreemden van de samenleving en op die manier radicalisering in de hand werken. Ook bespreekt hij uitgebreid de voor- en nadelen van veel voorkomende strategieën zoals sociale media verboden (bijvoorbeeld tot een bepaalde leeftijd), het verbannen van spilfiguren of zelfs het verwijderen van de hele gemeenschap.

In plaats van symptomen te bestrijden, pleit Copland voor een structurele aanpak van de oorzaken: sociale en economische onzekerheid wegwerken, en mannen alternatieve narratieven evenals andere, inclusieve vormen van gemeenschap aanreiken.


Meer weten?

Aanraders uit de RoSa-bibliotheek:

#RoSaleest #Boek #Biblliotheek #Manosfeer #Misogynie #Online #Mannelijkheid #Welzijn